Dictaturen en religie

0

Wim Lamfers

Saul, Saul, waarom vervolg je mij?

Handelingen 9:4.

In elke dictatuur is het hetzelfde liedje: gelovigen worden amper geduld, ja zelfs vervolgd. Kerkdiensten worden slechts oogluikend toegestaan. Buiten het kerkgebouw mogen gelovigen zich niet manifesteren, opdat het geloof zal uitsterven. De staat treitert gelovigen door jarenlang geen toestemming te geven voor de restauratie, de uitbreiding of de bouw van een kerk. Treedt men harder op, dan worden kerkgebouwen voor andere, ‘nuttiger’ doeleinden gebruikt, als opslagplaats, concertzaal of sporthal, ja zelfs opgeblazen. Maakt men gelovigen zo tot loyale staatsburgers?

Kinderen die naar de kerk gaan worden op school door het onderwijzend personeel gepest. Zij mogen vaak niet studeren. Hun ouders maken geen promotie. Grijpt men harder in, dan worden gelovigen gearresteerd en verdwijnen ze in een concentratiekamp, voor ‘heropvoeding’, als het moet tot de dood er op volgt. In een dictatuur reageert de overheid altijd weer weinig fantasievol, stereotiep, keihard, inhumaan.

Wapens, drugs, Bijbels: kennelijk een pot nat

Erewacht van de NVA in Oost-Berlijn[1]

Aan de grens van een land vol onvrijheid vraagt men: heeft U wapens, drugs, Bijbels? Dat is blijkbaar één pot nat: allemaal even ongewenst en gevaarlijk. Dat de overheid bang is voor verspreiding van religieuze literatuur onder de bevolking zal wel met het gebrek aan kwaliteit van de atheïstische literatuur samenhangen.

Een dictator vreest het geloof als alternatief voor de eenheidsworst die de propaganda probeert te creëren: de nieuwe, vrije en gelukkige mens (die maar niet wil ontstaan). In een totalitaire staat is men bang voor afwijkende meningen. Men is dus niet zo zeker van zijn ‘glorieuze’ zaak als de propaganda wil doen geloven. Alleen die voortdurende herhaling van dezelfde kreten in de propaganda wekt al de indruk dat er iets niet naar behoren werkt, iets niet klopt van wat zo nadrukkelijk wordt beweerd.

Kerk en geloof: staatsvijand nr. 1 in dictaturen

In een dictatuur is de kerk het enige enigszins zelfstandige instituut dat nog over is. Het enige instituut dat niet is genationaliseerd, dat niet geheel en al aan ideologische ‘Gleichschaltung’ ten prooi is gevallen, dat de staat ondanks allerlei maatregelen niet totaal onder controle heeft weten te krijgen. Daarom zijn kerk en geloof staatsvijand nr. 1. Een dictator vreest dit ene instituut, omdat het zich tot een alternatief voor de partij en de heersende ideologie kan ontwikkelen. Daarom moeten kerk en geloof uitsterven, liefst zo snel mogelijk verdwijnen.

Onderdrukking van uitingen van geloof berust op angst: angst voor mensen die niet tot de groep (willen) behoren, (bewust) geen lid van de partij zijn, dissidenten die zich niet laten kneden tot eenheidsworst. Omdat het geloof in een samenleving vol dwang als een gevaarlijk alternatief wordt gezien, leeft het geloof daar min of meer in het verborgene, vaak in kleine kring verder.

Het besef dat het geloof een alternatief is leeft niet in een neoliberale samenleving, waarin velen onverschillig aan het geloof voorbij leven. Staat het neoliberale denken wel denken buiten de door de overheid aangegeven neoliberale kaders toe of is men ook in een liberale samenleving niet zo liberaal, zo vrij als men in Den Haag beweert?
Kent de veelgeroemde tolerantie ook daar grenzen, merkwaardige, grillige grenzen?

Het bedreigende karakter van het geloof

Het Olympische dorp in Berlijn, verlaten en verwoest in 2012[2]

Wat maakt het geloof zo gevaarlijk voor een ideologie? Men dient alleen in het door de dictator en de ideologie opgelegde ideaal te geloven, dus niet in een andere samenleving of in God.
Het joodse en het christelijk geloof verzetten zich tegen dat keurslijf. Wie in God gelooft, gelooft niet in de leugens van de propaganda, doorziet het systeem, vormt een gevaar voor het voortbestaan van partij en dictatuur.

Omdat in dictaturen antisemitisme ‘gewoon’ is, verbergen veel Joden in een dictatuur hun ware identiteit om discriminatie of pesterijen te voorkomen en een aantekening die voor ‘Jood’ staat in hun identiteitskaart of paspoort te vermijden.

Opgelegde eenheid is een fictie

Christenen en minderheden maken duidelijk dat de door de overheid vaak vermelde, opgelegde eenheid een fictie is die berust op geschiedvervalsing. Dat is voor een totalitair systeem een onverdraaglijke gedachte.
Elke dictatuur kent geschiedvervalsing, want elke dictator doet het voorkomen alsof het verleden alleen maar één doffe ellende was en met hem en zijn tijdperk met ‘een stralende toekomst’ de geschiedenis begint. Joden en christenen hebben weet van een ander verleden en een andere toekomst.

Joden en christenen vormen een bedreiging voor een afgedwongen ‘eenheid’, omdat het joodse en christelijke geloof een andere wijze van leven en denken voorstaan.
Het geloof ruimt een belangrijke plaats in voor ethiek, waarin de mens centraal staat en niet de partij of de staat. Het geloof kent een brede antropologie waaruit het zorgmodel voortkomt.

Een dictatuur kent als enige antropologie gehoorzame, marcherende mensen. Een totalitair systeem kent geen ethiek, heeft geen oog voor mensen en hun behoeften. Een dictatuur kent alleen maar velen niets zeggende, veelgeprezen, altijd maar groeiende getallen. Merkt Jan Modaal in het dagelijks leven ook iets van die groei?

Waar is de veel geprezen vooruitgang, als de stagnatie en het verval alom zichtbaar zijn?

Nadenken over het leven en over een humane samenleving

Voor onderhoud van oude gebouwen was in de DDR-tijd geen geld. Voor afbraak nog steeds niet (2012)[3]

Het christelijk geloof heeft oog voor het unieke van die ene mens, leert je na te denken over het leven en over een humane samenleving. Voor dat alles is in een dictatuur geen speelruimte. De ideologie leert je één bepaalde richting op te denken, geen oog te hebben voor je eigen wil, maar gevoed door een altijd weer gevaarlijk en kortzichtig nationalisme alleen waarde te hechten aan de wil van het volk (wat dat dan ook is):

‘Du bist nichts, dein Volk ist alles’.

Dan blijft er van de waarde van de enkeling niets over, terwijl het christelijk geloof daar juist wel nadruk op legt.

In een dictatuur overheerst het geschreeuw van leidinggevenden en van de gemanipuleerde groep.
Het geloof hecht waarde aan het tegendeel: de stilte. De enkeling die zich niet laat vangen door propaganda en spreekkoren, maar zelf wenst na te denken vormt een bedreiging voor het collectief en de ideologie. Wie in stilte bidt of mediteert is vast gek, moet naar een speciale psychiatrische inrichting, want je hoeft nergens om te vragen, je hoeft niet na te denken.
De almachtige staat voorziet immers in alle behoeften (vandaar het gebrek aan van alles en nog wat in een totalitair systeem).
Een enkeling, een kleine groep blijkt uiteindelijk machtiger te zijn dan de almachtige staat. Daarom vreest een dictator ‘de macht van de machtelozen’ (Václav Havel), het individu dat niet meedoet met de brave, gehoorzame, berustende meerderheid van conformisten (veelal in uniform).

De alom aanwezige angst voor overheidsinstanties

Elke dictatuur berust op de alom aanwezige angst voor overheidsinstanties, de staatsveiligheidsdienst (Gestapo, Stasi, Securitate, KGB) voorop.
Christenen weten daarentegen:

‘volmaakte liefde sluit angst uit’.

1 Johannes 4:18

Maar hoeveel ruimte is er in een dictatuur, waarin wantrouwen en haat de boventoon voeren en waarin zelfs geliefden elkaar bespioneren en verklikken, voor zoiets fundamenteels als liefde en vertrouwen?
Relaties berusten dan vaak op wederzijds profijt: ‘mariages de raison’.

Productie van de laatste Trabants (1990)[4]

In een communistische of (wat hetzelfde is) een nationaalsocialistische dictatuur heeft men alleen oog voor de massa en voor massaproductie, niet voor de belangen van individuen, niet voor kwaliteit, dus alleen in theorie voor kwaliteit van leven. Die zo belangrijke kwaliteit is alom afwezig, ook in de gezondheidszorg. Invaliden worden verwaarloosd, als hinderlijk ervaren. Voor hen zijn er geen voorzieningen in een staat die in alle behoeften zegt te voorzien. Zij beantwoorden immers niet aan het voor een dictatuur ideale type mens: de gespierde, sportieve, harde werker, die het vaderland kan verdedigen.

In een dictatuur is een mens geen uniek wezen, maar slechts een nummer. Een dictator kijkt niet op een leven meer of minder. Een dictatuur gaat over lijken, vernietigt van alles en nog wat. Een ideologie kent geen mededogen, maar slechts structureel geweld, maakt altijd weer miljoenen slachtoffers. Denk alleen maar aan de miljoenen slachtoffers van het communisme en het nationaalsocialisme.

De ideologische Islam

In de tot een ideologie verworden islam, die in allerlei landen oppermachtig (aan het worden) is en alles onderdrukkend aanwezig is, is de enkeling, de vrouw en wie anders denkt ook niet in tel. In een samenleving waarin geen ruimte is voor minderheden overheerst de dwang van het collectieve gebaar, van het eenzijdige ‘denken’ dat buiten de voorgeschreven kaders denken niet accepteert.
Voor wie van het ware geloof zijn afgevallen of zich anderszins niet aan ‘de traditie’ houden kent men geen genade: vrouwen voorop, op de voet gevolgd door wie niet van de huisje-boompje-beestje-club is, LHBTI-ers (die ‘bij ons’ natuurlijk niet bestaan). Allah is alleen al gezien allerlei lijfstraffen in Arabische landen niet zo barmhartig als in de Koran wordt beweerd.

Omdat het in de Bijbel om recht en gerechtigheid gaat, verdragen joden en christenen geen onrecht. De Koran kent niet de kritiek op onrecht en machthebbers die profeten in Israël zo kenmerkt. Vandaar dat protest in Arabische landen zo moeizaam van de grond komt. De Koran kent wel de ‘zakat’, het aalmoezen geven, maar niet het opkomen voor de rechten van arme en kwetsbare medemensen, dat Thora en profeten ons na aan het hart leggen. Zonder het nodige protest is arme medemensen helpen uitzichtloos. Waar men zwijgt, zich schikt in zijn lot heeft een dictator vrij spel, verandert er niets.

Het einde van de ideologie

Stasi documenten: 111 km dossiers; 1,7 miljoen foto’s en duizenden video- en geluidsopnamen[5]

Gebrek aan individuele, sociale en economische ontwikkeling, aan vrij leven en denken wordt elke ideologie, elke dictatuur vroeg of laat fataal.

Onderdrukking roept onherroepelijk tegenkrachten op; vaak in het verborgene, want demonstreren tegen het regiem, laat staan in opstand komen getuigt van veel moed.
Zo’n grote mate van ‘Zivilcourage’ ontbreekt bij velen: het protest kan immers ook mislukken doordat de dictator hard toeslaat en sterker is dan de burgers. Voordat men een dictatuur van zich afschudt verstrijkt daarom vaak veel (verloren) tijd.

In een dictatuur als in China of de Arabische landen is men bang voor christenen, omdat die zich niet laten bedotten door het collectieve machtsdenken en machtsvertoon.
Joden en christenen hebben weet van de bevrijding uit het slavenhuis Egypte. Die weten hoe je je aan dwang kunt ontworstelen: door niet, net als iedereen, keurig netjes conformistisch in de pas te lopen, door geen offers te brengen aan de goden dezer eeuw[6], aan de waan van de dag, door niet jezelf en je angsten te overschreeuwen zoals de propaganda voortdurend doet.

Al die propaganda, al die controlerende instanties, al die staatsveiligheidsdiensten, al die politieagenten en militairen, al die uniformen, leuzen, reclameborden en vlaggen kosten meer geld dan een economie kan dragen.
Al die nutteloze middelen en instanties, al die wapens gericht tegen de eigen bevolking kosten een dictatuur, die in wezen een verkapte burgeroorlog is, een voortdurend conflict tussen de staat en haar burgers, uiteindelijk de kop. De hulpmiddelen die men zelf heeft uitgekozen worden een dictatuur uiteindelijk fataal. Dat is de ironie van de geschiedenis, die zich telkens weer herhaalt (zonder dat wij iets van de geschiedenis leren).

De nieuwe kleren van de keizer

Dan blijkt de keizer naakt te zijn ― Josef Palaček[7]

Angst zaaien, vijandsbeelden creëren, intimidatie, dwang zijn niet meer dan korte-termijn-oplossingen. Elke dictator, elke ideologie vreest ten diepste het einde van het systeem, al beweert men voortdurend in de ‘Endsieg’ te geloven.

Gelovigen het leven zuur maken berust op angst: vrees voor de implosie van het systeem dat men zo geforceerd bejubelt. Want stel dat de propaganda niet werkt, al die reclame niet de zo gewenste hersenspoeling teweegbrengt. Dan volgt de ‘Zusammenbruch’ van een politiek en economisch systeem. Dan blijkt de keizer naakt te zijn.

Joden en christenen weten dat, al lang, al veel langer dan het duizendjarig rijk van de ideologie. Die zonderlinge wetenschap is een gevaarlijke bedreiging voor elke ideologie, voor elk -isme.

Noten

[1] Bron: Erewacht van de NVA
[2] Bron: Het Olympische dorp in Berlijn
[3] Bron: Terugblikken op een andere wereld
[4] Bron: Productie van de laatste Trabants (1990)
[5] Bron: Documenten in het Stasi-archief (Berlijn)
[6] 2 Korinthe 4:4.
[7] Bron: Andersen, H. [1974] De nieuwe kleren van de keizer. Geïllustreerd door Josef Palaček. Utrecht: Het Spectrum.

Na 38 jaar predikant te zijn geweest en na twaalf jaar de Weesper filosofiekring te hebben geleid — die Heidi Muijen in 2016 heeft overgenomen — geniet Wim Lamfers elke dag van een leven vol studie en ontspanning als pensionado in het mooie Susteren.

Schrijf een reactie