De tuin als bron van inspiratie en levenskunst

0

Wim Lamfers

Wijsheidsweb, 2017-01

De filosoof Epicurus gebruikte de tuin als bron van inspiratie en als plek om samen met vrienden te filosoferen. Voltaire hecht aan het slot van zijn Candide ook veel waarde aan de tuin. Men ontdekt de tuin als bron van levenskunst, als fundament voor het goede leven door te mediteren, door te genieten van wat groeit en bloeit en door de rust en de stilte die een tuin biedt als een weldaad te ondergaan.

Socrates in de tuin van Epicurus [1]

Niet gestresst leven door gedreven door de klok en een volle agenda je voortdurend te haasten, maar dankzij de tuin ont-haasten en je ont-spannen door elke dag wat in de tuin te werken. Zo de levenskunst van de Stoa ervaren van het ‘secundam naturam vivere’, dicht bij de natuur leven door aandachtig en toegewijd volgens de seizoenen te leven en niet volgens factoren die een mens alleen maar opjagen. Een tuin met bloemen, planten en fruitbomen. Een tuin met wat groenten die de kinderen verzorgen, zodat zij weten hoe iets ontstaat, niet vervreemden van moeder natuur, zorgvuldig met de vruchten van het land leren omgaan, verspilling en milieuvervuiling geen kans geven.

‘s Avonds zittend op het terras uitkijken over de tuin, net als onze voorouders schemeren, in alle rust en duur en stilte de dag afsluiten door de tijd te nemen om de dingen van de dag te herkauwen, te mijmeren en tot rust te komen in plaats van de televisie aan te zetten waardoor het met rust en reflectie gedaan is. Vanuit ontvankelijkheid en verstilling verwijlen bij de dingen als toegangsweg tot verwondering en dankbaarheid. Niet uitgedacht raken over wat je ziet en hoort en beseffen dat je uiteindelijk maar bar weinig weet, is een verrijking van je leven.

In de monastieke traditie speelt de tuin een belangrijke rol als groentetuin om de gemeenschap te voeden en als kruidentuin om medicijnen te kunnen produceren. Een mooi voorbeeld daarvan biedt het Karthuizerklooster Mount Grace Priory in North Yorkshire. Elke monnik woont op zich in een eenvoudig ingericht huisje waarachter een ‘hortus conclusus’ ligt, een door een muur omsloten tuintje, dat een weldadige rust uitstraalt. De kleine tuin is effectief ingedeeld met bedden van groenten en kruiden, zodat ondanks een beperkte ruimte mede door de warmte die de muur ‘s zomers afgeeft een optimale opbrengst mogelijk is. Zorgvuldig de natuur behoeden en de vruchten van het land bewaren, daar gaat het monniken om, geheel in de lijn van Genesis 1:28: toegewijd verzorgen, niet uitbuiten, zodat natuur en cultuur met elkaar in evenwicht blijven.

In boeddhistische kloosters functioneert de tuin als plek om na te denken over het leven. De eenvoud en de vormgeving van de tuin met behulp van stenen (figuren) spelen daarbij een belangrijke rol. Eenvoud als verbeelding van het ware: van waarheid en het ware leven. Aan de hand van een mooi en doordacht aangelegde tuin ontdekken dat niet het vele goed is, maar het goede veel. Dat geheim, dat voor velen, zeker in een consumptiemaatschappij, niet vanzelf spreekt, moet je ont-dekken. Terug naar de bronnen van eenvoud, rust en stilte. Eenvoudig, toegewijd leven als inspirerend bestaan, als het ware leven.

Dankzij de regelmaat van een dagindeling waarin inspanning en ontspanning, ‘ora et labora’, bidden en werken elkaar afwisselen, krijgt het leven de zo gewenste structuur. Zo is het (klooster)leven gericht op een bestaan dat in balans is. De rust van de tuin en het leven dicht bij de natuur dragen daar zeker aan bij, zou een (Engelse) tuinliefhebber zeggen.

Een zorgvuldig ingedeelde tuin met daarin een beeld, dat tot concentratie, meditatie en stil genieten uitnodigt, blijkt het enige te zijn wat je nodig hebt om allerlei negatieve invloeden op afstand te kunnen houden dankzij het voldane, dankbare gevoel dat een mooie tuin, waarin schoonheid, goedheid en het ware leven elkaar ont-moeten, je aanreikt als geschenk.

Genieten van rust en duur, stilte en schoonheid leidt tot vanuit verstilling, verwondering en voldaanheid nadenken over het leven en de dingen. Een tuin als bron van inspiratie en creativiteit. Creativiteit als bron van inspiratie voor levenskunst en als vorm van levenskunst. Zo komen ‘homo ludens’ en ‘homo faber’, de spelende en de scheppende mens, samen, dankzij een tuin.

[1] Bron: HUMAN-programma ‘Durf te Denken’

Na 38 jaar predikant te zijn geweest en na twaalf jaar de Weesper filosofiekring te hebben geleid — die Heidi Muijen in 2016 heeft overgenomen — geniet Wim Lamfers elke dag van een leven vol studie en ontspanning als pensionado in het mooie Susteren.