IJsland, land van ijs en vuur 2

0

Marie-Claire Marx

IJsland is een eiland van vulkanen, geothermische energie, gletsjers, rivieren, watervallen en meren en honderdduizenden vogels
Reisverslag, juli 2015
Deel 1, deel 2, deel 3, deel 4

Omgeving Mývatn Meer

Explosiekrater Hverfell en natuurreservaat Dimmuborgir

IJsland telt meerdere zoetwater meren waarvan het Mývatn, ook wel muggenmeer genoemd, een toeristische trekpleister is.

Het meer is rijk aan vis en larven, voedsel voor vogels. Het ligt 277 m boven zeeniveau en vormt bij uitstek een broedgebied voor 20 verschillende eenden soorten waaronder harlekijn eenden.

De lavaformaties rondom zijn grillig gevormd met als hoogtepunten het natuurreservaat Dimmuborgir en de explosiekrater Hverfell. Een steil pad leidt naar de ringvormige explosiekrater. Men wordt beloond met een mooi uitzicht over de omgeving. Het was een mooie wandeling rondom de krater van de vulkaan.

De thuishaven van trollen

Het is niet verwonderlijk dat de grillig gevormde lavarotsen van Dimmuborgir de thuishaven zijn van trollen.
De meest bekendste is de half-trol, half-ogre Grýla (reusachtig fabelwezen) die met haar onderdanige, luie man Leppalúdi 13 kinderen had die Icelandic Santa Clauses’ or Yule Lads (Joeljongens) genoemd worden. Grýla is de moeder van de Kerstjongens of Joeljongens.

Volgens de Noordse mythologie is trol de naam die aan demonische wezens gegeven wordt en reuzen zijn in sprookjes. Grýla is een moorddadig wezen, bekend om haar onverzadigbare honger voor kinderen. Zij had bovendien een reusachtige zwarte kat die zich rond Kerstmis te goed deed aan kinderen die geen nieuwe kleren kregen met Kerst. IJslandse kinderen zetten gedurende 13 dagen voor Kerst hun schoentje.
De 13 Joeljongens brengen cadeautjes voor brave kinderen maar een rotte aardappel voor deugnieten. Stoute kinderen worden door de Joeljongens meegenomen om te dienen als voedsel voor Grýla. Zij zou ongehoorzame kinderen koken en opeten.
In 1746 werd per publiek decreet bepaald dat de sage Grýla en haar zonen ziet meer gebruikt mocht worden om kinderen schrik aan te jagen.

Kerstmis wordt op IJsland iets anders gevierd dan elders in de wereld. De 13 Kerstmannen (Joeljongens of Kerstjongens) leven in de bergen van het IJslandse Hoogland.
Deze Kerstmannen worden beschouwd als een soort kwelgeest en niet als de Kerstman die wij zo goed kennen. Elke Kerstman is vernoemd naar de streken die ze uithalen wanneer ze bij mensen op bezoek gaan. Dertien dagen voor Kerst daalt er elke dag een van hen af naar de bewoonde gebieden. Niet alleen kinderen krijgen een geschenk maar ook volwassenen.

Vooral boeken zijn erg in trek om tijdens de lange, donkere winterdagen te lezen. De kerstperiode is een echt familiegebeuren waarbij de donkerste dagen van het jaar gecamoufleerd worden met gezellig samenzijn. Overal worden lichten zoals kaarsen ontstoken die bijdragen aan de feeërieke sfeer.

De Yule Lads zijn door de jaren heen geëvolueerd van gemene indringers die kinderen schrik aanjoegen tot kindvriendelijke wezens die cadeautjes meebrengen. Op 6 januari vertrekt de laatste kerstman officieel terug naar de Highlands en is de kerstperiode voorbij.

Nadien wandelden wij door het natuurgebied Dimmuborgir of Donkere Burcht (basalt). Dat is vermoedelijk 2000 jaar geleden ontstaan door uitbarstingen die het ontstaan gaven aan grillig gevormde lavarotsen.
Ze zijn begroeid met dwergberken, mossen en korstmossen en veel soorten bodem bedekkende bloemen. Om de kwetsbare flora te beschermen heeft men wandelroutes uitgezet.

Met enige verbeelding kan men allerlei figuren herkennen in de lavaformaties zoals “het gat” en “de kerk”. Smalle wandelpaden over de rotsen zorgen voor uren wandelplezier.

Onze wandeling duurde 5 uur. Alhoewel de wandelingen keurig uitgezet zijn door middel van gekleurde paaltjes, was het niet steeds duidelijk welke richting gevolgd diende te worden. Wij vonden het hilarisch toen wij op zeker ogenblik een bordje tegenkwamen met als opschrift

Onderweg kwamen wij enkele Belgen tegen die met een mountainbike de steile hellingen probeerden te trotseren.

Wij namen onze intrek in hotel Gigur in Skútustadir wat ondermaats bleek te zijn. Er werd nauwelijks schoongemaakt in de kamers.
Dat het douchewater naar solfer rook, was begrijpelijk gezien wij ons bevonden in het gebied van solfataren.

‘s Anderendaags regende het en stond er een koude wind.

Bezienswaardigheden: pseudokraters, krachtcentrale en solfatarenvelden

Kaart Myvatn – Hverir – Krafla

Ondank het gure weer trokken wij erop uit. Op de zuidelijke oever van het meer bij Skútustadir komen pseudokraters of schijnkraters voor die beschermd zijn als natuurmonument en veel toeristen aantrekken. Het zijn kraters zonder kraterpijp die toegang geeft tot een onderliggende magmakamer.

In de omgeving van het Mývatn Meer ligt Krafla. Het Krafla-gebied was van 1975-1984 vulkanisch actief met vulkaanuitbarstingen en tal van aardbevingen. De vrijgekomen lava bedekt grote delen van de hoogvlakte ten noorden van de berg Krafla.
Niet ver van het Mývatn Meer bevindt zich de geothermische krachtcentrale Krafla, genoemd naar de berg. Dichtbij de centrale en het meer ligt bij Namafjall Berg een van de grootste solfatarenvelden van IJsland, Hverir (hete bronnen).

Het pastelkleurige gebied is bezaaid met stoompluimen, zwavelhoudende fumarolen en kokende modderpotten. Bij solfataren zijn de gassen sterk zwavelhoudend. De zwavel kan zich in grote gele kristallen aan de rand van de solfatare afzetten in dikke lagen waardoor de zwavel commercieel gewonnen kan worden. Eeuwenlang, tot 1940, werd hier zwavel gewonnen wat naar Denemarken verscheept werd voor de productie van buskruit.

Dagen later zouden wij het schiereiland Reykjanes bezoeken.

Er komen meerdere solfatarenvelden voor op IJsland. Seltún-Krýsuvík ligt op het schiereiland Reykjanes, niet ver van Reykjavik. Het gebied is zeer toeristisch. Er zijn houten wandelwegen en uitkijkpunten over het hete-bronnengebied met kokend en stomend water en borrelende modderpoelen aangelegd. Vroeger was hier een zwavelmijn. De overheersende kleuren zijn alle schakeringen van geel en bruin terwijl de modderpoelen eerder grijs tot zwart zijn. Met zijn wonderlijke kleuren is IJsland onmetelijk mooi.

Men moet goed ter been zijn om te genieten van de lange wandelingen.
Wij waren er getuigen van dat een oudere man door een ziekenwagen opgehaald werd omdat zijn fysiek hem in de steek liet.

Ringweg naar Akureyri met bezoek aan Laufas, Húsavik en Glaumbaer

De volgende dag op weg naar Akureyri stopten wij in Höfdi bij het Mývatn Meer waar wij naar grillig gevormde lavaformaties, de zogenaamde Klasar, keken in de stromende regen. De wolken hingen laag en het bleef regenen tijdens onze tocht naar Húsavik.

Voor de noordkust van IJsland komen baleinwalvissen en tandwalvissen voor.
Walvissen spotten op zee is een toeristische attractie. Vanuit Húsavik worden boottochten georganiseerd. Wij hadden de pech dat het de hele dag regende, de wolken hingen erg laag en bovendien was het koud en winderig. Wij bezochten in Húsavik het walvismuseum wat zeer leerrijk was. Skeletten en schedels van grote en kleine walvissen zijn er tentoongesteld. Koffie werd gratis geschonken in het museum.

Turfboerderij van Laufas en van Glaumbaer

Op weg naar Akureyri, de 2e grootste stad van IJsland, bezochten wij de turfboerderij van Laufas die nu museum is. De boerderij werd al in de Middeleeuwen gebouwd maar is sindsdien regelmatig verbouwd. De huidige vorm dateert van 1853 en 1882.
Ze werd tot 1936 bewoond door rijke boeren en een priester.

De huisjes werden tegen elkaar aangebouwd wat bescherming gaf tegen het gure klimaat. De graszoden op de daken van de huizen van de boerderij beschermden eveneens tegen de bittere koude in de winter. Het was niet ongewoon geiten op de daken te laten grazen.

Naast de turfboerderij ligt een mooi kerkje, gebouwd in 1865.

De dag nadien zagen wij de turfboerderij van Glaumbaer, dichtbij Varmahlid gelegen. Deze dateert van de 18e eeuw en is eveneens als museum ingericht. Zij was tot 1947 in gebruik. Ook hier ligt een kerkje naast de turfboerderij.

Veel kleine kerken

Het land is overwegend christelijk. Dat is te zien aan de vele kleine kerken die men in ieder dorp aantreft. In totaal zijn 6 oude turfkerkjes goed bewaard. De daken zijn bedekt met turf zoals dat ook het geval is met turfboerderijen. Rondom de kerkjes zijn begraafplaatsen met vaak oude stenen. Bloemen en dwergboompjes groeien weelderig op de kerkhoven.

Akureyri

Tijdens de tocht naar Akureyri langs fjorden werd het zicht beperkt door regen en dreigende wolken. Aangekomen in Akureyri namen wij onze intrek in een comfortabel hotel. Het menu bestond uit zalm.

Ondanks de hevige regen en de koude wind was een wandeling door de botanische tuin van Akureyri een lust voor het oog. In deze tuin zijn veel op IJsland in het wild groeiende planten te bezichtigen.
Akureyri is de 2de stad van IJsland en wordt hoofdstad van het Noorden genoemd. Alhoewel de katholieke gemeenschap in IJsland eerder klein is, slechts 4% van de bevolking, heeft de stad een kleine katholieke kerk.

De Nationale Kerk van IJsland is de Evangelisch-Lutherse Kerk of Volkskerk waartoe de meerderheid van de bevolking behoort. De grote kerk, gebouwd in 1940, is een bezoek waard maar was helaas gesloten toen wij de kerk wilden bezoeken. De kerk bezit het grootste kerkorgel van IJsland en 17 prachtige glas-in-loodramen.

Van Akureyri via Siglufjördur en Saudarkrókur naar Varmahlid via kustweg

Bezoek aan Glaumbaer – zie beschrijving bij bezoek aan Laufas.

Helaas regende het ook nog de volgende dag. De regen gutste.

Wij stopten in Dalvik gelegen aan de Eyjarfjördur. Dalvik heeft een bootverbinding met het eiland Grimsey, het meest noordelijk gelegen stukje IJsland. Het eiland is erg populair onder vogelaars. Een groot aantal soorten zeevogels nestelt op Grimsey. In de plaatselijke bibliotheek dronken wij koffie. Wij mochten drie Engelse boeken uitzoeken die wij gratis mochten meenemen. Het regende nog steeds en er stond een fikse wind.

Door tunnels naar Olafsfjördur!

Siglufsjordur – IJslander met vissen

Het was een ervaring om langs de Eyjafjördur door 4 lange tunnels richting Siglufjördur te rijden. De langste tunnel (2e) was 7 km lang en had slechts één rijstrook met regelmatig uitwijkplaatsen. Dit was ook het geval voor twee andere tunnels van 5 km (1e) en 800 m (4e) lengte. De 3e tunnel was 4 km lang en had twee rijstroken. Wij stopten regelmatig in de voorziene inhammen om tegenliggend verkeer door te laten. Gelukkig was er weinig verkeer in de tunnels.

De tunnels werden aangelegd omdat ‘s winters door sneeuwval de gewone weg onberijdbaar is.

Aangekomen in Siglufjördur, een vissershaven gelegen in het noorden van het schiereiland, wandelden wij even langs de kust. Het dorp was tot 1965 belangrijk voor de verwerking van haring. In dat jaar verdwenen de grote haringscholen voor de kust en daarmee ook een groot deel van de bedrijvigheid.

Rond 12:30 p.m. werd het droog en helder maar de wind bleef krachtig en koud. Het werd niet warmer dan 10°C.
Wij zetten onze tocht verder langs de westzijde van het schiereiland, langs Skagafjördur.
Warm aangekleed tegen de felle wind maakten wij een wandeling bij Hofsós.

Eidereenden en eiderdons

Eenden zwommen in grote getale in de fjorden en nestelden op de rotsen.

Eidereenden of dons vogels zijn zeevogels van rotskusten en komen veelvuldig voor op de rotskusten van IJsland. Sinds 1847 zijn eidereenden een beschermde diersoort wat maakt dat IJsland nu een van de grootste populaties eidereenden heeft.
In grote kolonies ziet men eidereenden op het zeewater dobberen.

De wijfjes bekleden hun nesten met borstveren, eiderdons, die de eieren extra warm houden tijdens het broeden. Eiderdons heeft een hoge isolatiewaarde. Zodra de eidereenden met hun kuikens na een broedtijd van ongeveer 28 dagen hun nest verlaten, verzamelen eiderboeren eiderdons met de hand om er dekbedden en kussens mee te vullen.
Het handmatig verzamelen en reinigen is zeer arbeidsintensief. Er zijn 60 tot 80 nesten nodig om 1 kilogram eiderdons te verzamelen. Per nest wordt slechts een kleine hoeveelheid meegenomen. Ongeveer 3.000 kilogram eiderdons van zeer goede kwaliteit komt jaarlijks van IJsland naar de ateliers van Europa.

Ieder jaar broeden de eidereenden op dezelfde plaatsen. De jonge eidereenden zijn na 2 tot 3 jaar geslachtsrijp. Om te nestelen gaan zij naar hun geboorteplaats.

Door de eiderboeren wordt het leefmilieu van de eidereenden beschermd tegen vossen en roofvogels. In het voorjaar, voor het broedseizoen begint, reinigen de boeren de omgeving.

Tijdens onze wandelingen zagen wij het nest van een broedende eidereend.

Hrafna-Flóki

Op zeker ogenblik zagen wij een gedenksteen met drie raven.

Omdat er overbevolking in Noorwegen dreigde, ging In de 9de eeuw van onze jaartelling de Noor Flóki Vilgerdarsson doelbewust op zoek naar het eiland Sneeuwland wat eerder ontdekt was door een Noorse Viking die verdwaald was en naar de oostkust van het eiland afdreef wat hij de naam Sneeuwland gaf.
Later stuitte de Zweedse zeeman Gardar Svavarsson onverwacht op het land omdat hij door een storm van zijn koers afgedreven was. Hij was de eerste die het hele land omzeilde en zo vaststelde dat het een eiland was. Hij verbleef een winter in het noorden van het eiland, het huidige Húsavik of Huizenbaai en gaf de naam Gardarshólmer of Gardars eiland.

Flóki Vilgerdarsson scheepte in met zijn gezin, manschappen en vee en vertrok naar het onbekende eiland. Hij had drie raven bij zich. De eerste raaf vloog terug naar Noorwegen toen ze losgelaten was, de tweede raaf maakte een cirkel en streek terug neer op de boot van de Viking. Toen tenslotte de derde raaf losgelaten was, vloog deze voor de boot uit en wees hem en zijn manschappen de weg naar het eiland.

Flóki kreeg de naam Hrafna-Flóki of raven-Flóki. Hij vestigde zich met zijn hebben en houden op de Noordwest kust van het eiland. De wateren zijn erg visrijk zodat er tijdens de zomermaanden voldoende eten was. Helaas was geen voedselvoorraad voor het vee opgeslagen. Tijdens de harde winter stierven al zijn dieren. Verbitterd keerde hij terug naar Noorwegen.

Bij het zien van sneeuw en ijs gaf hij de naam IJsland aan het eiland.

Vele duizenden raven bevolken IJsland. De vogels roven eieren van andere vogels en doen zich te goed aan gevonden karkassen. In de winter overleven raven van kruimels en ander voedsel wat hun toegeworpen wordt door mensen.

Raven hebben een belangrijke rol in IJslandse volksverhalen.
Ondanks dat Flóki alleen slechte verhalen over IJsland had, keerde hij later terug naar het eiland om er te wonen en te sterven.

IJslanders en IJslander schapen

IJslandse paarden

Op weg naar Varmahlid zagen wij veel maneges met IJslandse paarden, IJslanders.

Het IJslands paard is beschermd. Om mogelijke ziektes te voorkomen is er geen ander paardenras toegestaan op IJsland. De grote kudden IJslanders of IJslandse paarden worden al meer dan duizend jaar zonder invloed van buitenaf gekweekt.

Er is geen bloedvermenging zodat het IJslandse paard een regelrechte afstamming is van het Europese oerpaard. Op het einde van de 9e eeuw werden zij door Vikingen en Kelten ingevoerd. Het zijn eerder kleine paarden met bijzonder kleuren, gangenpaarden met veel temperament. De IJslander is eeuwenlang gebruikt als rijpaard en als pakpaard.

Sinds 1882 bestaat er een officieel importverbod voor paarden en andere huisdieren op IJsland. Als een IJslander eenmaal is geëxporteerd, mag het paard niet meer terugkeren naar het eiland. Bij wedstrijden zullen IJslanders om die reden niet hun beste paarden meenemen naar het buitenland.

IJslander schapen

Overal in het landschap ziet men het IJslanderschaap, eveneens door de Vikingen ingevoerd. Het heeft zich goed aangepast aan het ongunstige IJslands klimaat.
Naar schatting loopt een half miljoen schapen rond op de lavavlakten begroeid met gras en bijzonder veel kruiden. Dat aantal kan na het lammeren tot de slachttijd in september oplopen tot 1 miljoen dieren. Het vlees van de lammeren is bijzonder lekker door de natuurlijke voeding van grassen en veel kruiden. Het vlees van de lammeren wordt als een delicatesse beschouwd.

De schapen zijn goede klimmers en staan vaak hoog op de vulkanische rotsen.

De schapenmelk wordt gebruikt als drank en voor de bereiding van boter, yoghurt en kaas. “Skyr”, een soort zachte kaas die qua structuur meer op yoghurt lijkt, is een specialiteit van IJsland die nergens anders te vinden is. Skyr smaakt zacht zuur met een lichte zoete nasmaak. De Vikingen brachten het product mee uit Noorwegen ten tijde van de kolonisatie van IJsland. In alle hotels werd ‘s morgens bij het ontbijt skyr vermengd met bosbessen geserveerd.

Schapen leveren bovendien wol van zeer goede kwaliteit.
Het is verboden schapen te importeren op IJsland.

Er is veel hooi nodig voor de dieren om de lange winters te overbruggen. Grote balen hooi, verpakt in witte of groene plastic lagen verspreid op veel weilanden.

Varmahlíd

Inmiddels scheen de zon en was het droog maar de wind bleef koud waaien.

Er was geen sprake van een fjordenlandschap zoals dat het geval zou zijn in oost- en noordwest-IJsland tijdens onze rit van Akureyri naar Varmahlíd. De inhammen waaronder Skagafjördur zijn diepe, brede baaien. Er is veel grasland en er zijn veel boerderijen. Maneges zijn talrijk in dit gebied.

Wij begaven ons naar het hotel waar wij verwelkomd werden met een kop koffie. Wij kregen een grote kamer toegewezen. Dichtbij het hotel lag een bosrijk park van naaldbomen. Aan de rand van het bos bloeiden kleurrijke bloemen. Wij liepen langs een camping met een springkussen waar kinderen zich op uitleefden.

Na het tafelen gingen wij vroeg naar bed om de volgende dag fit aan de volgende etappe te beginnen.

Van Varmahlíd via de kustweg van het schiereiland Vatnsnes naar Reykholt en Borgarnes

Het was droog maar koud. Het werd niet warmer dan 10°C. De wind bleef krachtig waaien.

Het was een unieke gelegenheid om op de rotsen in zee van het schiereiland Vatnsnes zeehonden te zien liggen.

Hvítserkur of drakenrots

Het schiereiland Vatnsnes is boeiend omwille van het natuurschoon. Bij de noordpunt van het Vatnsnes-schiereiland bevindt zich een 15 m hoge rotsformatie in zee, Hvítserkur of drakenrots (enigszins de vorm van een drinkende draak) die wit is door de vogelpoep van Noorse stormvogels en door zijn witte kleur ook wel wit hemd genoemd wordt.

De majestueuze rots staat ongeveer 50 m van het strand en is vulkanisch van oorsprong.
Volgens de legende zou Hvítserkur aanvankelijk een kwaadaardige trol geweest zijn die versteend is. De trol wilde de klokken van het thingeyrar klooster, een benedictijnenklooster wat in de 12e eeuw gesticht was, vernielen en bekogelde de klokken met stenen. De IJslandse trollen zijn niet christelijk en houden niet van het geluid of het zicht van kerkklokken en kerken. De trol werd echter verrast door de eerste zonnestralen van de dag en veranderde in steen.

Het klooster werd in 1555 gesloten nadat de IJslandse bevolking tijdens de reformatie van de 16e eeuw massaal overgegaan was naar Lutheranisme.

De basis van de rots is met beton verstevigd om de rots te beschermen tegen erosie veroorzaakt door de krachtige golfslag van de Atlantische Oceaan.

Langs de kust waren er indrukwekkende rotsformaties van lava, thuishaven van vele vogels.

Onze verrekijkers kwamen goed van pas, niet alleen om vogels te spotten op de drakenrots en vele kustrotsen maar ook om talrijke zeehonden te zien die langs de kust van het schiereiland op rotsen in zee lagen. Gelukkig was het inmiddels droog maar er woei een stevige, koude wind.

Onderweg bezochten wij op het Vatnsnes schiereiland het fort Borgarvirki op 177 m boven zeeniveau. Het heeft mooie basaltzuilen. Men gelooft dat het een verdedigingsfort is waarvan de geschiedenis teruggaat tot het begin van de ontdekking van IJsland. De eerste bewoners van IJsland, Vikings, zouden het fort tussen 870 en 1030 gebruikt hebben om zich te verdedigen tegen vijanden.
De natuurlijke rots van vulkanische oorsprong werd manueel door mensen verstevigd met een cirkelvormige dikke muur. Binnen de muren van de vulkanische rots zijn overblijfselen gevonden van twee hutten en een waterput. Men weet echter niet door wie en waarom Borgarvirki gebouwd en versterkt werd. De saga’s die in Copenhagen bewaard werden gingen allen verloren in 1728 toen een brand Icelands Historical Manuscripts verwoestte zodat men niet zeker is over het ontstaan en het gebruik van de enige vesting van IJsland.

Wij waren niet de enige bezoekers van het fort die genoten van de ruïnes en van het prachtig uitzicht op de omgeving.

Op weg naar het schiereiland Snaefellsnes reden wij kilometers door een desolaat vulkaanlandschap begroeid met mossen en korstmossen om tenslotte naar de watervallen Hraunfossar en Barnafoss te rijden, 18 km na Reykholt.
Even voor Reykholt ligt Deildartunguhver, de grootste heetwaterbron van Europa.

Zoals de Gullfoss liggen de watervallen Hraunfrossar en Barnafoss op de Hvíta of Witte rivier die o.a. gevoed wordt door de Langjökul gletsjer.
De Hraunfossar of Lavawaterval vormt talloze watervalletjes: over een afstand van bijna 1 km lijken de vele waterstroompjes vanuit het lavaveld Hallmundarhraum in de rivier te stromen. Het water lijkt uit het niets uit de zijwand van de rivier te komen. Dit wordt verklaard door een niet-waterdoorlatende laag onder het lavaveld. Het water wordt gefilterd door het poreuze lavagesteente waardoor het kraakhelder en mooi blauw van kleur is.

Een klein stukje stroomopwaarts wringt de Hvíta zich met donderend geweld door een nauwe kloof en vormt de Barnafoss of Kinderwaterval, een prachtig kolkende waterval.
Een loopbrug over de Hvíta laat toe de watervallen van diverse zijden te bekijken. Het lavaveld rondom de watervallen bestaat uit touwlava.

Volgens een legende bestond er vroeger een natuurlijke brug over de kloof. Twee kinderen van een nabijgelegen boerderij zouden van de brug in het water gevallen zijn en verdronken. De wanhopige moeder zou een deel van de natuurlijke brug verwoest hebben waardoor er restanten van de natuurlijke brug in de rivier overgebleven zijn waar het water met veel geraas onderdoor stroomt.

[1] Dimmuborgir stígur

Avatar foto

Schrijven vond ik altijd fijn. Het begon met lange brieven naar kinderen en familie. Onze kinderen studeerden in Nederland toen wij in de diverse landen woonden. Vooral vanuit Madagaskar was communicatie erg moeilijk. De brieven groeiden uit tot artikels die ik niet enkel naar familie stuurde maar ook naar goede vrienden en naar Paridaens. Sommige artikels zijn gepubliceerd in de info van de school. Het blad verschijnt niet meer. En nu komen diverse van die artikels op het Wijsheidsweb terecht!