Slavernijverleden in het Onderwijs: Midden-Amerika en Mexico

0

Fred de Haas

Deel 1deel 2deel 3 – deel 4 

Aan de hand van een aantal voorbeelden uit Midden-Amerika en Mexico bestuderen we hoe het slavernijverleden daar wordt behandeld binnen het onderwijs.

Midden-Amerika

Guatemala, Honduras, Nicaragua

In de onderwijsleerplannen van Midden-Amerika zijn de bewoners van Afrikaanse herkomst onvoldoende vertegenwoordigd (zie: Currículos Nacionales Básicos). Dat hangt ook samen met de manier waarop men deze groep in die landen al of niet erkent.

Landen die opvallen door de aandacht die ze besteden aan het Afrikaanse bevolkingselement zijn Honduras en Guatemala. Ook de vroegere en huidige autochtone gemeenschappen worden niet vergeten. Hun monumenten, gebouwen en heilige plaatsen worden vermeld in de leerboeken.

Garífuna s in Honduras[1]

Het Afrikaanse deel van de bevolking dat in die landen opvalt wordt gevormd door de Garífunas, afkomstig van het Caribische St.Vincent, die vanwege hun opstandigheid door de Engelsen aan het eind van de 18e eeuw werden gedeporteerd naar Honduras vanwaar ze zich verspreidden naar Guatemala, Belize en Nicaragua.
De Garífunas vermengden zich met de Indiaanse volken van wie ze de taal voor een groot deel overnamen. Zowel in Honduras als in Guatemala is er sinds 1996 een ‘Nationale Dag van de Garífuna’. In de schoolboeken worden ze genoemd als een van de vier volken van Guatemala. Merkwaardig genoeg wordt er geen verband gelegd tussen het fenomeen van de Afrikaanse slavernij en de aanwezigheid van de Garífunas. Evenmin als tussen de zwarte bevolking en het Spaanse kolonialisme.

Ook Nicaragua heeft, sinds 2007, een ‘Nationale dag van de autochtone volken’. Daar horen ook de Misquito bij uit de noordelijke gebieden. Men zwijgt over het Afrikaanse element in die regio.

In de roman ‘Tambor Olvidado’ (2007) van Sergio Ramírez wordt dit ‘wegmoffelen’ als volgt beschreven:

“… Niemand heeft het erover. De aanwezigheid (van Nicaraguanen van Afrikaanse afkomst) in onze geschiedenis wordt omgeven door een grafstilte, evenals de culturele componenten die deel uitmaken van ons dagelijks leven, zozeer dat alles wat afkomstig is uit het Afrikaanse erfgoed vermomd wordt als zijnde ‘inheems’”.

Panama

Stijgbeugel in de vorm van een negerhoofd (Inventarisstuk 246, Archivo de Sevilla)

Op de lagere school wordt het slavernijverleden niet besproken. Dat is jammer, want de leeftijd van de lagere schoolkinderen is uiterst ontvankelijk voor een goede interpretatie van dit verleden.

Op de middelbare scholen wordt wel aandacht aan besteed aan de Afrikaanse aanwezigheid, evenals aan de inheemse bevolking en de bevolking van Europese afkomst. Eenmaal per jaar viert men de ‘Internationale dag van de afschaffing van de slavernij’ en op 30 mei viert men de ‘Dag van de burgers en de herdenking van de zwarte bevolking’.

Costa Rica

Hoewel er veel universitaire studies over het Afrikaanse element in de bevolking verschijnen, dringt de inhoud hiervan nauwelijks door in het onderwijs. Wel wordt de Spaanse taal in het zonnetje gezet en, enigszins hypocriet, verwezen naar het bestaansrecht van andere ― inheemse ― talen in het Nationale leerplan van Costa Rica van 2007 (p. 86-91):

‘12 oktober moet de gelegenheid worden om de Spaanse taal te eren, want dat is het belangrijkste product van de (Spaanse) Verovering. Men moet benadrukken dat de taal het best de ziel van de bevolking uitdrukt zonder te vergeten dat het Spaans van Spanje één ding is en het Spaans van Costa Rica een ander ding. Dat wil helemaal niet zeggen dat het legitieme recht van de autochtone bevolking en de Zwarten(!) moet worden miskend om hun eigen talen te spreken en het dus een plicht is van het onderwijssysteem om het multiculturele karakter van ons land te eren’.

Mexico

Costa Chica[2]

De afstammelingen van de vroeger tot slaaf gemaakte Afrikanen, zo’n 1,4 miljoen in getal volgens de laatste statistieken, bestaan eigenlijk niet in Mexico. In de loop der tijden zijn ze vakkundig onzichtbaar gemaakt. Zowel in de maatschappij zelf als in de schoolboeken. De meesten van hen leven aan de Costa Chica van de deelstaten Guerrero en Oaxaca, in Vera Cruz en Mexico (stad).

Schoolboeken worden geschreven en gratis verstrekt door de SEP (Secretaría de Educación Pública) die ook goedkeuring moet geven aan boeken die door de deelstaten soms zelf worden geproduceerd. Er bestaat ook een Educatief Televisienet (Telesecundaria) dat bestemd is voor gebieden waar geen scholen zijn. Ongeveer 20% van de leerlingen maakt hiervan gebruik.

Als er al melding wordt gemaakt in de schoolboeken van de Afro-Mexicanen dan worden ze steevast geassocieerd met de slavernij. Van hun grote bijdrage aan de maatschappij, vooral op landbouw- en veeteeltgebied, wordt geen gewag gemaakt al vestigt een enkel boek wel eens de aandacht op hun aparte manier van dansen en muziek maken. Denk aan de ‘son jarocho’ uit Vera Cruz (‘La Bamba’).

Op die manier houdt de Staat bij docenten een beeld van de Afrikaanse burger in stand dat zichzelf bestendigt. Veel docenten hebben dan ook stereotype ideeën over zwarte leerlingen: ze zijn luidruchtig, lui, primitief, dom, grofgebekt, onbeschaafd enzovoorts. Er zijn docenten die vertellen dat Afrikanen als slaaf in het land zijn gekomen en dus de inheemsen (lees: Indianen) moeten respecteren. Veel docenten zijn van Indiaanse oorsprong en zijn daar trots op.

Eerlijk gezegd is die 19e eeuwse mentaliteit onder leraren niet zo verwonderlijk. Zo’n 60 jaar geleden, toen ik nog les gaf op Curaçao, kwam er eens een collega bij me de klas binnen die een leerling aansprak met de titel ‘Makaku’ (= aap). Een andere, hoogopgeleide collega hield zijn leerlingen voor dat de voorvaderen van de Curaçaose leerlingen nog ‘in de boom ‘ zaten. Gelukkig waren er dat maar een paar. Maar toch.

Een dergelijke mentaliteit heerst ook onder veel Mexicaanse docenten. Natuurlijk zijn er ook onder hen velen die deze houding verafschuwen en alles in het werk stellen om die mentaliteit te bestrijden. Dat valt echter niet mee als een regering hier sceptisch tegenover staat en bij elke nieuwe president het oude educatieve personeel in de ministeries wordt vervangen door andere ambtenaren die weer helemaal opnieuw moeten beginnen met eventueel voorgestelde hervormingen. Het geeft te denken dat in de deelstaat Oaxaca pas in 1998 in de grondwet werd erkend dat de zwarte bevolking deel uitmaakte van de Staat!

Voorlopig houdt de Mexicaanse regering haar burgers onwetend omtrent het Afrikaanse element van de bevolking en bewierookt de mesties (de vermenging van blanke en Indiaan).

De Afrikaanse afstammeling wordt toch een beetje beschouwd als biologisch achtergebleven. De meeste docenten weten ook helemaal niets van de geschiedenis van Afrika. Net als veel docenten elders. Vroeger dacht men zelfs dat Afrika een continent was zonder geschiedenis en zonder beschaving.

Zoals gezegd, zijn er ook docenten die deze situatie willen veranderen, maar ze hebben er eenvoudig de middelen niet voor en zijn gebonden aan het officiële leerplan. Bovendien staat het beroep van onderwijzer/leraar sociaal niet erg hoog aangeschreven. Men heeft meer bewondering voor politici met een grote mond.

Toch heeft de Staat de verantwoordelijkheid om de heersende impasse te doorbreken. Wie iets meer wil weten over het gevoel van sociale achterstelling in Mexico kan eens luisteren… 

Afrodescendientes en la CDMX, Spaans ondertiteld

Noten

[1] Bron: Garífuna in Honduras
[2] Bron: Costa Chica

studeerde cum laude af in de Franse, Spaanse en Portugese taal- en letterkunde. Vanaf het begin combineerde hij zijn functies met werkzaamheden als literair vertaler. Fred de Haas vertaalde onder meer uit het Papiaments, het Frans, het Spaans en het Russisch. Hij is leider, zanger en gitarist bij het Latijns-Amerikaans ensemble Alma Latina.

Schrijf een reactie