Racisme en antisemitisme

0

Machteld Roede

Wijsheidsweb 30 december 2020
Omslag Biowetenschappen en Maatschappij 2017

Over racisme wordt momenteel veel gezegd en geschreven. Het thema stond ook centraal op 28 november 2020 tijdens de najaarsvergaderíng (op Zoom) van de NVFA, de Nederlandse Vereniging voor Fysische Antropologie.

Een bijeenkomst met bevlogen spreeksters, duidelijk door Black Lives Matter geïnspireerd en voornamelijk gericht op de sociale aspecten van racisme, gedefinieerd als negatieve uitingen tegen de donkere medemens.

Antisemitisme kwam niet aan de orde, op een chatvraag na “of er wellicht een relatie zou kunnen zijn tussen het taboe in Europa op het gebruik van de term ‘ras’ en de Holocaust”.
Dit illustreert hoe ver jonge wetenschappers nu al af staan van de geschiedenis van het eigen vakgebied tijdens en kort na de oorlog. Dit verbijsterde me, nu antisemitisme en fascistische kretologie ook in Nederland helaas weer zo de kop opsteken.
Vervolgens mocht ik (op Zoom) een groep Soroptimisten over racisme vertellen. Hun discussie en vragen boden me nieuwe gezichtspunten. Ik besloot mijn lezing uit te werken tot deze bijdrage.

Ik geef hierbij vanuit mijn achtergrond als fysisch antropoloog een bredere invulling van de term racisme, waaronder zeker ook antisemitisme is te plaatsen. Ook xenofobie en het sinds lang verworpen concept ‘ras’ komen aan de orde komen. Ik gebruik stukken uit mijn vroegere colleges en artikelen van vóór de recente herwaardering en soms felle kritiek op onze geschiedenis.
Ik schrijf dan ook — zelf gevormd uit uitsluitend West-Europees en wat Scandinavisch DNA — vanuit het klassieke witte Westerse wereldbeeld.

Xenofobie — de angst voor, de afkeer en verzet tegen de vreemde — komt wereldwijd voor en is van alle tijen. Het is ook te herkennen in het dierenrijk. Er is een intrigerende opname van giraffen, die met keiharde knallen van hun zwiepende lange nek een binnendringer proberen weg te jagen.
Apen gaan enorm schreeuwen wanneer soortgenoten van een andere groep te dicht bij komen.
Waar herkennen ze de vreemdeling aan? Geur? Uiterlijk?

Nurture

Ook de sociale mens is een groepsdier. Je voelt je er veilig tussen de bekende anderen, je bent trots op je eigen groep, je wilt erbij horen en toont dat. Je draagt de clubdas, zingt het clublied.

Berber vrouwen uit de Anti Atlas Marokko[1]

Er zijn clans die zich onderscheiden door tijdens de jeugd onder de huid aangebrachte verdikkingen of diepe kerven over de wang. Bij oudere Berber vrouwen in Marokko zie je een typerende kleine tatoeage tussen de wenkbrauwen of op de kin. Deze Amazigt traditie is nu vrijwel uitgestorven; jonge meisjes willen het niet meer. Duitse officieren waren vroeger trots op een sabelhouw litteken op hun gezicht.

Ook specifiek gedrag kan de groepscultuur bevestigen, zoals hoe je elkaar begroet (vrijmetselaarshanddruk) of taal, zoals een wat afwijkende woordkeus bij de adel, of dialect.

In Maastricht en ook elders sprak de chique Frans.
En ook kleding onderscheidt. Vroeger bestond hierin een groot verschil tussen de hogere, niet werkende klasse en de armelui, de arbeider, de horige met klompen en pet. Zeker, is zo altijd sprake geweest van intolerantie, onverdraagzaamheid, discriminatie, afgunst of juist het tonen van nederigheid, ja onderworpenheid.

Veel hiervan wordt tijdens de verschillende socialisatie periodes (thuis, op school en tijdens de studententijd, in het leger of op het werk) aangeleerd. Het is nurture.

Nature

Maar bij racisme spelen kenmerken mee die je vanaf de geboorte met je meedraagt: haar-, huid- en oogkleur, de vorm van je haar, mogelijk een oogplooi. Het is nature.
Geen andere diersoort toont zoveel morfologische diversiteit, behalve de door langdurige fokprogramma’s kunstmatig bij huisdieren verkregen verscheidenheid, zoals bij de hond.

Racisme is het uitschelden en vernederen, negeren, benadelen en het rechten ontnemen van mensen op grond van uiterlijkheden, dan wel op grond hiervan zelf een voordeliger status claimen.

Besef wel dat niet alleen de witte Westerse mensen racistisch gedrag vertonen.
Rutger Bregman schrijft in hoofdstuk 4:

‘We voelen ons het meest aangetrokken tot wie het meest op ons lijkt’.

En vervolgt dat biologen aantoonden aan dat het knuffelhormoon oxytocine maakt dat je je eigen groep lief vindt, maar dat het onze afkeer van de vreemde juist versterkt. Afrikanen beschouwen en behandelen de pygmeeën, de Bosjesmannen, als zeer inferieur. Japanners lieten indertijd geen enkele vreemdeling op hun eilanden toe, op een enkele Hollandse en Chinese handelaar na (Nagasaki). Indonesië kent verzet tegen de Chinese medebewoners. Het zich op grond van eigen uiterlijk beter voelen en daar naar handelen is van alle tijden en komt wereldwijd voor.

Evolutie

Onze uiterlijke diversiteit is ontwikkeld toen de eerste anatomisch moderne mens (Homo sapiens sapiens) zich binnen Afrika ging verspreiden en later ook migreerde naar de rest van de wereld. Geen andere soort kent zo’n verspreiding over de aarde.

Door natuurlijke selectie paste de mens zich over opeenvolgende generaties aan, aan leven op hoogvlaktes of in extreme koude, aan kustgebieden, aan tropische gebieden, aan droge of natte regio’s.
De nieuwe woonplek gaf selectie op allelen[2] die daar een adaptief voordeel gaven en zo ontstonden — mede wanneer geografische barrières voortplanten met mensen elders belemmerden — verschuivingen in het genenpakket.

Dit resulteerde in een grote heterogeniteit en diversiteit in fysiologische aanpassingen zowel als uiterlijk.
Een brede neus in het vochtige oerwoud, maar een smalle neus houdt in de droge savanne verdamping tegen.
In noordelijke streken, met een veelal bedekt lichaam en zeker in de winter weinig zonlicht, maakt een blanke huid de onontbeerlijke vitamine D-vorming beter mogelijk. Een donkere huid beschermt in de tropen tegen de sterke UV straling. Al is opmerkelijk dat de meest donkere Afrikanen rond de evenaar leven waar het oerwoud juist de zon afschermt, terwijl de inuit (eskimo’s) — aan zoveel meer zonnestraling blootgesteld — veel lichter van huid zijn.
De Amerikaanse evolutiebioloog R.C. Lewontin wees echter op het gevaar van een te makkelijk relaties leggen tussen een bepaald uiterlijk en omgeving.

Eén soort

Ondanks de grote uiterlijke verschillen kunnen mensen zich over de hele wereld onderling voortplanten, we vormen dus één soort (species)[3].
Want ondanks de grote verspreiding bleef er contact. Vanaf de vroegste prehistorie zijn er ontmoetingen geweest met vreemdelingen met een afwijkend uiterlijk; er werd veel gereisd en van woonplaats veranderd. DNA van hier gevonden prehistorische skeletresten onthult meer dan eens een afkomst ver weg.
Grote volksverhuizingen trokken over uitgestrekte gebieden, evenals de eeuwenoude karavaanroutes, zoals de zijderoutes door Centraal Azië tot in China en Java, maar er waren ook lange zeeroutes en uitgebreide handelscontacten tussen de bewoners van de mediterrane kusten.

In het grote Romeinse leger dienden mannen uit de meest uiteen liggende gebieden, zoals ‘Noordelijke barbaren met een vreemd uiterlijk en grote lengte’. Zij hebben zeker ver van huis kinderen verwekt, evenals de mannen die dienden in de ontelbare legers eerder en daarna.

Vreemdelingen, de Ramses III tempel in Medinet Habu[4]

Reeds in de vroege prehistorie werden uiterlijke verschillen in beeld gebracht.
Oude Afrikaanse grotschilderingen, Oud-Egyptische tempelbeschilderingen zoals in het graf van Seti I en Ramses III, zwarte houten boogschutters uit Mesehti’s graf of afbeeldingen van gevangen genomen Nubiërs en Assyriërs op de kolossen in Abu Simbel, tonen duidelijk uiteenlopende specifieke uiterlijkheden, evenals oude afbeeldingen van Bosjesmannen en Zulu’s, of een gewijde schildering van Aboriginals bij Ayers Rock, Centraal Australië.
De klassieken Hippocrates, Anaximandros en Plato beschreven in detail somatische verschillen. Aristoteles de algemene term ‘barbaren’ om andere volken te benoemen, die als de minderen in cultureel opzicht werden beschouwd.

Vanaf de 13e eeuw raakte de Westerse mens bekend met het mysterieuze uiterlijk van de Aziatische mens door verhalen na verre reizen oostwaarts van kooplieden zoals de familie Polo uit Venetië en afgezanten van de paus en missionarissen, en vervolgens door de grote Portugese en Spaanse en later ook de Engelse en Hollandse ontdekkingsreizen, gevolgd door er uitgebreid handel gaan drijven.

Juist Nederland als een belangrijke maritieme natie had al vroeg handelscontacten met vreemdelingen langs kusten over de hele wereld. Door de in 1602 opgericht Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) gingen de Nederlanders vanuit Batavia mee draaien in de eeuwenoude Aziatische zeehandel met contacten met Arabieren, Turken, Perzen, Bengali en vele anderen.

Door Columbus leerde men de exotische bewoners van de Nieuwe Wereld kennen; helaas in grote getale uitgeroeid en onderworpen.
De West-Indische Compagnie legde veel handelscontacten in de West. Toch bleven vele burgers lang onbekend met mensen van elders, waardoor in de 19e eeuw exotische mensenshows een groot succes werden, zoals bij Wereld Tenstoonstellingen, waarbij ‘inboorlingen’ wekenlang als in een dierenpark bekeken konden worden.

Afrikanen

Drie wijzen uit het Oosten — Jeroen Bosch[5]

Al veel eerder was men in Europa bekend met de vreemdelingen die dichterbij woonden langs de overkant van de Middellandse Zee, de Berber volken uit Noord-Afrika en ook de donkere Afrikanen van onder de Sahara. Door de slavenhandel kwamen er vanaf de 16e eeuw verslagen over de (helaas zeer misbruikte) Afrikaanse medemens.

De opstelling tegenover de donkere Afrikanen was zeker niet altijd negatief. In het oude Egypte waren ze geïntegreerd in de samenleving; Nubische krijgers waren hoog gewaardeerd, lang waren er belangrijke zwarte farao’s.

Hoewel in de vroegste christelijke periode donkere mensen allegorisch waren voor zonde, de duivel, van de 12e tot 15e eeuw waren ze geliefd bij de Christenen.
De koningin van Sheba was zwart, Magdeburg had een beeld van de zwarte Sint Maurits als kruisvader. Een van de drie wijzen uit het Oosten, de zwarte Caspar, werd in de mooiste gewaden geschilderd.

Superioriteit

Toen kantelde de beeldvorming totaal. Het superioriteitsdenken — onze Europese beschaving is veel beter dan die van de Afrikanen en Aziaten, met de rationalisatie dat ongelijkheid door God gegeven was — bood een stevig handvat voor het rechtvaardigen van kolonialisme en de slavenhandel.
Vanwege de grote economische belangen beschouwden blanke slavenhandelaren, bankiers, rechters en aanvankelijk ook zending en missie, met grote overtuiging de donkere mens als inferieure wezens.
En onder ook grote Hollandse betrokkenheid werden 12 tot 15 miljoen Afrikanen verscheept naar de Nieuwe Wereld. Besef echter wel dat eeuwen eerder en nog lang daarna ook witte mensen tot slaaf werden gemaakt, zoals de vele door de Vikingen geroofde vrouwen en kinderen of de christenslaven bij de Moren in Nood–Afrika.

Tot in de 17e eeuw vond men de rechtvaardiging om slaven te mogen verhandelen in het bijbel verhaal over Cham, die evenals zijn zoon Kanaän vervloekt werd omdat hij zijn dronken vader Noach onbedekt had gezien.

“Vervloekt zij Kanaän, knecht van zijn broers zal Kanaän zijn, de minste van alle knechten” (Genesis 9:27).

En al hun vervloekte nakomelingen waren donker (al vermeldt de bijbel hierover niets). Onder invloed van de Verlichting werd de bijbel teksten minder rigide gevolgd en in de eerste helft van de 19e eeuw gingen predikanten zich steeds meer tegen de slavernij uitspreken. Toch zouden tot voor kort missie en zending Afrika tendentieus beschrijven als achterlijk en primitief en vol heidens ongeloof om paternalistisch te kunnen ijveren dat ze onze hulp nodig hadden en bekeerd moesten worden.

‘Rassen’

Evolutieboom — Ernst Haeckel (1834-1919)[6]

Het woord racisme heeft duidelijk als stam ‘ras’. In de 18e eeuw begonnen Linnaeus en Blumenbach als eerste wetenschappers de mensheid systematisch in een aantal aparte groepen in te delen op grond van uiterlijkheden. Zij spraken daarbij over variëteiten.
Pas Kant introduceerde de term ras. Aanvankelijk was er geen sprake van ongelijkheid, maar vanaf midden 19e eeuw werd door een — in onze hedendaagse ogen totaal niet correcte — raciale hiërarchie gepresenteerd, met de blanke mens bovenaan, al stonden niet allen hier achter.

De academische stellingname liep een paar eeuwen achter het koloniale superioriteitsdenken aan, maar de beschreven rangorde versterkte de maatschappelijke praktijk.
De tekeningen uit 1898 van de stamboom die de Duitse zoöloog en anatoom Ernst Haeckel uit Jena construeerde, met Indo-Germanen hoog in de kruin geplaatst, maar Afrikanen laag bij de grond in de buurt van aapmensen, doen nu uiterst pijnlijk aan.

Rassenleer

De hiërarchische raciale denkwijze leidde een kleine eeuw geleden in Duitsland tot de onmenselijke rassenleer. Het kan echter niet genoeg worden benadrukt dat de rassenideologie waarop de Holocaust werd gebaseerd een pseudowetenschappelijke basis had, aangezien het naziregime de Duitse fysisch antropologen onder druk zette om hun publicaties te herschrijven, let wel, te vervalsen.

Een van hen was Ilse Schwidetzky, vanaf 1930 assistent van Egon Freiherr von Eicksted, een van de toonaangevende raciale theoretici van nazi Duitsland.
Tijdens een antropologencongres te Wroclaw in 1990 antwoordde ze op mijn vraag of ze er indertijd geen moeite mee had gehad haar oorspronkelijke werk te frauderen:

“Wat moest ik? Ik had een jong gezin; ik had hard geld nodig”.

Zo werd de stelling dat joden een verderfelijk inferieur ras zouden zijn een complot theorie avant la lettre.

Alleen de grondlegger van de fysische antropologie Rudolf Martin weigerde openlijk aan zulk wetenschappelijk wangedrag mee te werken. Hij had internationaal zo veel aanzien dat hij dit zich zonder gevangenisstraf kon permitteren.
Toch achtte hij het verstandig zijn uitgebreide bibliotheek veilig te stellen door deze over te plaatsen naar de Anatomie in Utrecht. Jaren later stonden zijn boeken op een ere plek in de bibliotheek van John Huizinga’s Instituut voor Antropobiologie.

Verzet

Prof. dr. J.A.J. (Ton) Barge[7]

De Nederlandse fysische antropologen gingen zeker niet mee met de nep stellingname van de Oosterburen.

Al voor de oorlog nam Adèle van Bork–Feltkamp openlijk en scherp afstand van de Duitse nationalistische tendensen, hun mythe van de Arische edel-Germanen.

In Leiden doceerde op 26 november 1940 — tegelijkertijd met de later zo bekend geworden lezing van prof. Cleveringa — de anatoom prof. Barge dat die nazi opvatting prietpraat onzin was. Hij werd kort daarna voor lange tijd gedeporteerd en zijn familie moest hun huis verlaten.

Bij de Anatomie in Amsterdam verstrekte de latere hoogleraar antropobiologie Arie de Froe na uitgebreid antropometrisch onderzoek honderden joodse medeburgers een fake ‘niet-jood’-verklaring.

Antisemitisme

Door de nazi rassenleer is antisemitisme zeker ook onder racisme te rekenen. Uitingen van antisemitisme komen al vanaf de Oudheid voor. Joden werden economisch achtergesteld, mochten slechts beperkt land bezitten, konden geen lid worden van gildes, moesten in getto’s leven en werden voor vergrijpen zwaarder gestraft.

Christenen beschuldigden de Joden van het Jezus laten kruisigen. Omdat voor Christenen rente bedingen verboden was, traden Joden op als financiers en werden rijk, wat jaloezie gaf. Daarbij bleven Joden bij grote epidemieën zoals de pest veelal voor de dood gespaard door hun strenge reinigingswetten.
Maar de Christenen schreven het toe aan hun samenwerken met de duivel.

De diaspora, de verspreiding over de rest van de wereld van de Joden — die al sinds ruim 3000 jaar geleden in Palestina leefden — begon met de uittocht naar Babylon na de verwoesting van hun Eerste Tempel in 586 v.o.j. maar ook als handelsvolk verspreidden ze zich over de hele Hellenistische wereld.

In het jaar 70 trokken na het verwoesten van de Tweede Tempel door de Romeinen de Joodse inwoners uit Jeruzalem in alle richtingen weg, al bleef een deel in Palestina achter.

Isaak en Rebekka, bekend als ‘het Joodse bruidje’ — Rembrandt van Rijn[8]

Na hun verbanning in 1492 trokken een deel van de Joden van het Iberisch schiereiland, de veelal rijke Sefarden, via Antwerpen naar Amsterdam waar ze met kleurrijk afstaken bij de sobere Calvinisten. Rembrandt woonde in Amsterdam te midden van hen en heeft ze geschilderd (het Joodse Bruidje).

Begin 17e eeuw trokken door de heftige pogroms in Midden- en Oost-Europa ook veel, meestal arme Asjkenasische Joden naar onze tolerante Republiek der Zeven Nederlanden. Joden hebben hier nooit zoals elders in getto’s geleefd; ze waren vrij hun geloof te belijden.
Bij het begin van de bezetting van Nederland tijdens WW-II bevonden zich onder de bijna 9.000.000 inwoners circa 140.000 Joden op uiteenlopende locaties zoals in de provincie Groningen en Middelburg. In Den Haag woonden 17.500 Joden, maar ze woonden vooral in Amsterdam, hun Mokum, waar al in 1635 een Hoogduitse gemeente was gesticht. Eind 19e eeuw was ruim 10 procent van de Amsterdamse bevolking Joods, daarvan was 85 procent Asjkenasisch.

Aan het altijd al aanwezige antisemitisme voegden in de 19e eeuw de nazi’s hun vermeend ‘biologische’ motivering toe en ze verklaarden de Joden tot een parasitair ras. Ik noemde aan het begin dat ook kleding mensen kan onderscheiden. Joden waren al eerder gedwongen een kenmerkend teken te dragen, zoals de Jodenhoed in de Middeleeuwen en de gele Jodenring op de kleding vanaf de 15e eeuw. Tijdens de nazitijd werd de gele Jodenster verplicht.

Vaak wordt de vraag gesteld of joden wel als een ‘ras’ beschouwd kunnen worden. Er bestaat immers een grote uiterlijke verscheidenheid, van blond en blauwogig tot de heel donkere Ethiopische Joden.

De dichter Süßkind “de Jood van Trimberg”. Zijn baard en hoed identificeren hem als Jood.[9]

De grote etnische diversiteit is te mede verklaren door massale overgangen naar het jodendom tijdens het Romeinse Rijk rond het begin van onze jaartelling, tot Constantijn de Grote dit in de 8e eeuw verbood. In het Romeinse Rijk waren Joden over het hele Rijk verspreid; van de zo’n 50 miljoen inwoners was tien procent Joods. Je kon je gewoon bij de synagoge aansluiten wanneer je je aan de Joodse wetgeving wilde onderwerpen.

Nu is een bekering een moeilijk proces. Er gaan ook verhalen, o.a. van Arthur Koestler, dat Askenasische Joden mede afstammen van de in de 8e eeuw bekeerde elite van het toen machtige Turkse steppevolk de Khazaren.
Joden ijverden echter ook om hun eigen volk ‘raszuiver’ te houden, zo verhaalt Bijbel boek Ezra: toen na de verovering van Babylonië in 538 v.o.j. 50.000 Joodse bannelingen terugkeerden naar hun land van herkomst, kozen ze er voor hun uitheemse vrouwen en hun halfbloed kinderen weg te sturen om de stam te zuiveren.

Gemende huwelijken bleven niet gewenst, maar kwamen altijd voor. Voor de oorlog wees de arts en celbioloog Marianne van Herwerden in haar afwijzen van de Duitse ‘ras hygiëne’ er op dat toen in Berlijn 44 procent van de huwelijken Joods-Arisch was, en in Hamburg zelfs 60 procent.

Cohen merker

Toch wil men graag afstammen van de diaspora. Dit wordt ondersteund door DNA-onderzoek aan een genetische merker via de vaderlijn, het Cohen Modal Haplotype.

The haplotypes often associated with Cohen lineages in each group are highlighted as J1 C37 and J2 C37, respectively.[10]

Dit ligt in een niet-coderende regio van het Y chromosoom, en is dus niet verstoord door mutaties. Deze nucleotide sequentie zou ruim 3300 jaar, 106 generaties, zijn doorgegeven aan de Joodse priesterkaste, dus aan alle mannelijke Cohens, afstammelingen van de eerste hoge priester (Koheen) Aäron, de oudere broer van Mozes, dus vóór het uiteengaan van de latere Sefardim en Ashkenazim.
Het haplotype blijkt voor te komen bij meer dan 80% van de huidige Cohen’s.

Al zijn de uiterlijke en culturele verschillen groot, allen bindt het in de tweede helft van laatste millennium v.o.j. ontwikkelde monotheïstische geloof en de daaraan verbonden traditionele gebruiken. Zoals gescheiden ruimtes voor mannen en vrouwen in de synagoge, het besnijden van pas geboren jongens — Ethiopische joden besnijden ook de meisjes; bij immigratie in Israël wordt dit meteen streng verboden — en de spijswetten uit de Thora over koosjer eten en strenge regels voor apart keukengerei voor melk en vlees.

De streng orthodoxe Joden hebben extra strenge regels zoals het kaal scheren van de pas getrouwde vrouw in haar bruidsnacht en het voortaan dragen van een pruik. Dat alles is echter geen biologie, maar pleit voor de Joodse identiteit als een cultureel religieus, niet als een raciaal, een etnisch gegeven.

Taboe

Na de WW-II werd een grote afkeer van de term ‘ras’ gevoeld, het werd een taboe. Er kwam ook steeds meer bewijs dat de term biologisch gezien niet meer te handhaven was.
Uitvoerige onderzoeken bij mensen over de hele wereld maakte duidelijk dat bij de mens nergens scherp te scheiden groepen voorkomen.

De variabiliteit is weliswaar groot, maar is altijd gradueel, kenmerken lopen geleidelijk in elkaar over. Denk maar aan Chinezen, Koreanen, Vietnamezen, Tibetanen.

Mensenrassen zijn een hersenspinsel[11]

In 1950 verwierp de UNESCO het begrip ‘ras’. DNA technieken gaven steeds meer aanvullend bewijs voor de juistheid van dit standpunt. In 1972 werd aangetoond dat 94 procent van de variatie voorkomt bínnen de zogenaamde raciale groepen. Zo verschillen Afrikanen onderling genetisch meer dan bepaalde Afrikanen en mensen uit een ver werelddeel.

Terwijl er geografisch ver gescheiden groepen zijn met eenzelfde kenmerk, zo vertonen ook sommige Bosjesmannen een oogplooi. Bovendien is de diversiteit van uit- en inwendige eigenschappen heel verschillend verspreid. Bloedgroepenfrequenties verschuiven geleidelijk van West naar Oost, terwijl haar- en oogkleur verandert van Nood naar Zuid.

In 1975 besloten dertig vooraanstaande Europese vakgenoten dat ‘ras’ een kunstmatige constructie is; in 1998 hield ook de American Anthropological Association het begrip ‘ras’ voor gezien. Ondanks een paar uiterlijke verschillen zijn we genetisch heel homogeen. De grootste lichamelijke verschillen zijn die tussen mannen en vrouwen.

Conclusie

‘Rassen’, dat is een waan, maar geen werkelijkheid. Racisme, etnisch profileren, komt helaas wereldwijd voor, is van alle tijden en is vrijwel niet uit te roeien.

Helaas staat nog steeds in onze grondwet de term ‘ras’. En al tonen wetenschappers nog zo overtuigend aan dat er geen biologische scheidslijnen zijn, het grote publiek maalt er om dat onder een afwijkend gekleurde huid zo weinig genetisch verschil zit.

De maatschappij denkt anders. ‘Ras’ is dan wel geen biologisch concept, de term leeft voort in racisme, een culturele, sociale constructie. Xenofobie, de afkeer voor de vreemdeling, zit wereldwijd in onze psychische structuur (nature). Daarbij maakt een van onszelf afwijkend uiterlijk het makkelijk om de ander te etiketteren en te stigmatiseren. Dat wordt — zeker als er economische belangen spelen — elkaar aangepraat en aan de kinderen doorgegeven (nurture).

Tenslotte, kunnen we er toch iets tegen doen? Een ieder kan zich inzetten zelf er niet aan mee te doen. Zich te realiseren dat we onbedoeld soms onhandige opmerkingen maken die bij de ander hard binnen komen omdat we te weinig weten, geen besef hebben over de zo andere achtergrond van de mens tegenover ons.

Bij de Soroptimisten bekende iemand dat ze eens aan een Antilliaan de totaal niet onaardige bedoelde vraag stelde hoe hij toch aan een zo typisch Nederlandse achternaam kwam. Het bleek pijn te doen dat ze zo toonde totaal niets van de slavengeschiedenis daar te weten.

Bewustwording van en je meer verdiepen in andere achtergronden is al een belangrijke stap. Daarnaast kunnen we proberen racistische en antisemitische uitingen te herkennen en af te keuren, en begrip en vooral ook respect voor de andere medemens helpen te vergroten.
Bijzonder vond ik dat iemand met zelf een deels niet-Westerse achtergrond en meer dan eens met grof racisme geconfronteerd stelde dat het van twee kanten moet komen. Dat ook degene die zich racistisch benaderd voelt begrip voor het onbegrip bij de ander moet proberen op te brengen en dan (als daar tenminste ruimte voor is) zonder boosheid aangeven waarom een opmerking zo pijn deed.

Vrede voor allen, peace to all, paix pout tous, Frieden für allen, paz a todos, amico di tutti, mir dlya vsekh, as-salāmu ʿalaykumu, sjaloom aleichem, kedamaian untuk semua, mir za vse, ειρήνη ειδικά, 所有人的和平, frede foar allegear, pas pa tur hende, мир всем, सभी को शांति.

  • Bregman, R. (2019). De meeste mensen deugen. Amsterdam: De Correspondent BV.
  • Rabbi Yaakov Kleiman. The DNA Chain of Tradition – The Discovery of the “Cohen Gene”. Geraadpleegd op 20 december 2020 van: http://www.cohen-levi.org/jewish_genes_and_genealogy/the_dna_chain_of_tradition.htm
  • Roede, M. (2015). Rassen, waan of werkelijkheid? Met aandacht voor het verzetswerk van Arie de Froe. In: Hans Ulrich Jessurun d’Oliveira (red.). Ontjoodst door de wetenschap. De wetenschappelijke en menselijke integriteit van Arie de Froe onder de bezetting. Amsterdam: Amsterdam University Press, pp. 103-190. (Boekpresentatie 7 April 2015).
  • Roede, M. (2015). Ras is een idee van de menselijke geest. In: NRC Handelsblad, bijlage Opinie en Debat, OD pp. 1-3: Rassen bestaan echt niet, zaterdag 25 juli 2015. (Samenvatting van Barge lezing tijdens het jaarlijkse Barge Forum in Leiden, AMC, zaterdag 11 juli 2015).
  • Roede, M. (2017). Vroegere beschrijvingen van mensenrassen. In: Geraedts, J. et al. (red.). Het misbruik van de wetenschap in racisme. Themanummer 36 (1), pp. 15-19. Geraadpleegd op 20 december 2020 van: https://www.biomaatschappij.nl/wordpress/wp-content/uploads/2017/03/Rassenwaan.pdf
  • Roede, M. (2017). Het Joodse volk. In: Geraedts, J. et al. (red.). Het misbruik van de wetenschap in racisme. Themanummer 36 (1), pp 34-35. Geraadpleegd op 20 december 2020 van: https://www.biomaatschappij.nl/wordpress/wp-content/uploads/2017/03/Rassenwaan.pdf
  • Roede, M. (2019). De eugenetische beweging. Civis Mundi # 91 en het Wijsheidsweb november 2019.
Noten

[1] Bron: berber-women-of-morocco  
[2] Een allel is de alternatieve vorm van een gen. Omdat ieder chromosoom dubbel voorkomt, bezitten we voor elke genetisch bepaalde eigenschap twee allelen. Zijn de allelen gelijk dan ben je voor die eigenschap homozygoot, bij verschillende allelen heterozygoot.
[3] In het Engelse taalgebied helaas foutief en verwarrend the human race genoemd.
[4] Bron: Foreigners from Ramesses III Temple at Medinet Habu
[5] Bron: Aanbidding der koningen — Hieronymus Bosch
[6] Bron: “Tree of Evolution” from Haeckel’s Anthropogenie (1874)
[7] Bron: J.A.J. (‘Ton’) Barge (1884–1952) — foto: Museum Boerhaave, Leiden
[8] Bron: ‘het Joodse bruidje’ — Rembrandt van Rijn
[9] Bron: “de Jood van Trimberg” — Codex Manesse. De hoed is een latere toevoeging aan de tekening.
[10] Bron: Principal components analysis scatterplot of Y-STR haplotypes from Haplogroup J, calculated using 37 STRs. With 37 Y-STR markers, clearly distinct STR clusters can be resolved, matching the distinct J1, J2 and J2b subgroups. The haplotypes often associated with Cohen lineages in each group are highlighted as J1 C37 and J2 C37, respectively.
[11] Bron: Mensenrassen zijn een hersenspinsel

was na een studie aan de UvA op Curaçao werkzaam als marien bioloog, en als humaan bioloog bij het Instituut voor Antropobiologie, Medische Faculteit Utrecht en vervolgens bij de Vakgroep Gezondheidsethiek en Wijsbegeerte, Universiteit Maastricht.

Schrijf een reactie