Avicenna en
de Canon van Geneeskunde

0

In De Lage Landen

Marcel Reyners

“Medicine was born: Hippocrates created it.
It was dead: Galen revived it.
It was scattered: Rhazes reassembled it.
It was imperfect: Avicenna perfected it”.

Cyril Elgood[1]

The difficulty is to decide what to say out of so much that deserves mention, for in Avicenna, philosopher, physician, poet and man of affairs, the so-called Arabian science culminates, and is, as it were, personified.

Brown Edward[2]

Inleiding

Avicenna’s borstbeeld Museum in Afshana ― foto MR

Het rijke, intense en bewogen leven van Avicenna (ook wel “Abu Ali” of “Ibn Sina”), geboren in Afshana nabij Boechara, Oezbekistan in 980 en overleden in Hamadhan, Iran (1037) kennen we via zijn autobiografie door Abdal-Wahab Al-Zjoezjani, eerst leerling en daarna metgezel gedurende 25 jaren[3].

Avicenna was een wonderkind. Op zijn tiende citeerde hij alle soera’s van de koran van buiten en op zijn zestiende had hij alle bestaande kennis van geneeskunde geassimileerd. Zijn verdere leven is een aaneenschakeling van studeren, geneeskunde beoefenen, schrijven, politiek bedrijven en reizen[5].

Kitāb al-Shifā[4]

Meer dan honderd werken, sommige kort, andere over 1000 pagina’s tellend, zijn bewaard gebleven waarvan twee, een op gebied van geneeskunde: al Qanun fi ttib ― de Canon van Geneeskunde ― en een filosofisch: Kitab al Shifa ― het Boek van de Genezing ― (van de geest!) als zijn hoofdwerken worden beschouwd.

Dat Avicenna’s Canon van Geneeskunde eeuwenlang gebruikt is als leerboek aan West-Europese universiteiten zegt heel veel positiefs over de kwaliteit van het boek maar, zoals velen dachten, ook veel negatiefs over de stilstand van kennisontwikkeling gedurende de laatmiddeleeuwse periode. Alhoewel, hoe langer hoe meer blijkt dat de term “Donkere Middeleeuwen” onterecht is zoals een overvloed aan publicaties en tijdschriften over deze periode bewijzen[6], [7]. In 2017 werd een tentoonstelling over de Middeleeuwen georganiseerd in het Allard-Pierson Museum in Amsterdam[8].
Maar hoe kwam dit boek in Europa?

Van Cos en Pergamon over Bagdad naar Toledo:

een ketting van gebeurtenissen en een combinatie van factoren

Sandro Botticelli[9]

De Grieks-Romeinse cultuur en wetenschappen scheerden hoge toppen in het Westen tussen 500 BCE en 200 CE.
De bijdrage van de Romeinen blijft eerder beperkt behalve dan in het bouwen van wegen, aquaducten en garnizoenen in de veroverde gebieden[10]. Toen het Romeinse Rijk rond 300 CE het christendom omhelsde was er meer belangstelling voor bekering van de “heidenen” dan investeren in kunst en wetenschappen.

Enig relativeren is hier wel op zijn plaats want een van de belangrijkste kerkvaders, Augustinus van het Noord-Afrikaanse Hippo, vond het aanmoedigen van wetenschap niet in strijd met geloven[11], [12] en steunde de vertalers uit het Vivarium van Cassiodorus[13], [14] om de Grieken te blijven vertalen en zo te behouden voor het nageslacht. Het mag daarom niet verbazen dat Botticelli Augustinus schildert, biddend tussen allerlei wetenschappelijke instrumenten …

Het was wachten op de regel van Sint-Benedictus (ca 480-547) dat de kloosters intenser boeken begonnen aan te werven, uitgroeiden tot studiecentra en het door Cassiodorus (ca. 485-581/583) opgestelde programma ten uitvoer brachten.

Cassidorus[15]

Cassiodorus stelde dat alle seculiere wetenschappen in dienst moesten staan van de heilige boeken[16].

Concilie van Efese

Avicenna’s invloed op westerse filosofie en geneeskunde heeft zijn kiem in Concilie van Efese in 431. De banvloek werd afgeroepen over bisschop Nestorius[17] omwille van zijn verwerping van het monofysische concept van Christus en zijn verdediging van het bestaan van twee naturen in Christus, een menselijke en een goddelijke.
Nestorius en zijn volgelingen vluchtten naar Perzië, eerst naar Edessa, waar zij een veilig onderkomen vonden tijdens het Sassaniden tijdperk (226–651) en later vestigden ze zich onder meer in de universiteitsstad Gondishapur[18], het culturele en wetenschappelijke centrum en startpunt van de Arabische geneeskunst.
Zij brachten de werken van de Griekse en Romeinse geleerden mee en vertaalden ze in het Syrisch.

Na 632 veroverden de Arabieren in snel tempo grote gebieden naar zowel richting Oosten als Westen en Damascus werd tijdens de Omeyyaden dynastie (660-750) de hoofdstad van het uitgebreide rijk. Kunsten en opleidingen bloeiden als nooit tevoren en talrijke literaire en wetenschappelijke werken werden vertaald in het Arabisch. De Omeyyaden legers veroverden daarna in een even snel tempo Noord-Afrika en staken zelfs de Middellandse zee over naar Spanje en tenslotte Frankrijk waar ze uiteindelijk door Karel Martel verslagen werden in 732 bij Tours[19].

Een gouden tijdperk

In het door de Arabieren veroverde gebied brak onder het Abassieden kalifaat (vanaf 749) een gouden tijdperk aan met als hoogtepunt de regeringen van Al-Mamoen en van Haroen al-Rachid en met de stichting van het Huis van Wijsheid (Bayt al Hikma).

Wetenschappers werden aangetrokken alsook vertalers om de werken van de Griekse en Romeinse geleerden te vertalen. De voornaamste onder hen was Johannitius (Hunain Ibn Ishāq, een nestoriaanse christen uit Gondishapur)[20].
De vertalers gebruikten de Griekse teksten om ze, al dan niet via een tussenvertaling in het Syrisch, naar het Arabisch om te zetten.
Een andere belangrijke arts en vertaler was Constantinus Africanus[21], geboren in Tunis rond 1010, even hoogleraar aan de medische school van Salerno en later monnik in de abdij van Monte Cassino, Italië[22].

Het is niet duidelijk hoe daarna deze Arabisch teksten in Europa kwamen: via de geografische continuïteit van de veroveringen (Midden-Oosten, Noord-Afrika en Spanje) of hebben de kruistochten een cruciale rol gespeeld, met in de hoofdrol Keizer Frederik II, bijgenaamd Barbarossa[23], [24]?

Vooral de school van Toledo leverde veel Latijns vertalingen af met Gerardus van Cremona[25] als de ijverigste van allen. Vaak kenden vertalers geen typisch medische termen, noch in het Arabisch, noch in het Latijn en tevens gebruikten ze vaak de woord-voor-woord vertaaltechniek wat het begrijpen van teksten bemoeilijkte.
Zo heeft het geduurd tot de 16e eeuw om een zuivere Latijnse tekst te hebben toen Andreas Alpagus de Canon direct uit het Arabisch naar Latijn vertaalde[26].

Te vermelden valt ook dat Erasmus niet tevreden was met bestaande vertalingen (uit het Arabisch naar Latijn) en zelf delen van het oeuvre van Galenus rechtstreeks uit het Grieks naar het Latijn omzette[27].
De orientalist Edward Brown, geciteerd door Cameron Gruner, waarschuwde om de kwaliteit van de Arabische werken niet te baseren op de Latijnse vertalingen[28].

De (medische) kennis van Avicenna

We vinden veel informatie in de autobiografie van Avicenna[29]. Vóór zijn zestiende las hij alles wat hij maar vinden kon over geneeskunde. Boechara was een welvarend centrum, op de zijderoute gelegen, een kruispunt van diverse culturen: Perzisch-Arabische, Indische en Chinese. De stad had een bibliotheek, die door Avicenna gebruikt werd[30].

De jonge Avicenna genas de lokale heerser Nuh ibn Mansur van een hardnekkige ziekte waarop de Sultan hem toegang gaf tot zijn rijk voorziene bibliotheek met verschillende zeldzame wetenschappelijke boeken en manuscripten

“waarvan de namen mij bereikt hadden. Ik heb ze allemaal gelezen en leerde eruit wat ik nodig achtte en leerde zo iedere deskundige kennen in elk domein van kennis en wetenschap. Toen ik achttien werd, had ik alle bestaande wetenschappelijke kennis geassimileerd”[31].

Pagina uit de oudst bestaande kopie van ”Kitab Al-Hawi” by Rhazes (1094 CE)[33]

Waarschijnlijk had Avicenna toegang tot een hele reeks van medische Grieks-Romeinse teksten in het Arabisch vertaald: Dioscorides, Rufus van Efese, Paulus van Aegina en, vooral, Galenus en was hij volledig vertrouwd met hun theorieën en humorenleer[32].

Ook kende hij zonder twijfel het andere monument van Arabische geneeskunde: Rhazes’ (865–925) “allesomvattende boek” (Kitab al Hawi of Liber Continens[34]). Iskander zet teksten van Al Hawi en de Canon naast elkaar en vindt meerdere analogieën[35].

al-Qānūn fī al-ṭibb:

de Canon van Geneeskunde

Het Arabische “qanun” [36] betekent zoveel als: wet, regel, principe, norm.

Deze medische encyclopedie van Avicenna beslaat meer dan 1000 bladzijden en is onderverdeeld in 5 boeken

  • Het eerste boek beschrijft algemene principes van de medische wetenschap, fysiologie en algemene geneeskundige ingrepen, zowel vanuit de theorie als de praktijk
  • Het tweede boek behandelt de geneesmiddelen, in alfabetische volgorde
  • Het derde boek beschrijft inwendige en uitwendige ziekten, “van hoofd tot voeten”
  • Het vierde boek geeft informatie over ziekten die het hele lichaam aantasten
  • Het vijfde boek tenslotte is een Formularium: hoe geneesmiddelen te bereiden

Het eerste boek ontstond in Jurjan, tussen 1012 en 1014. Hij werkte verder tijdens zijn verblijf in Rayy (1014–1015) en finaliseerde werk tijdens zijn langdurige verblijf in Hamadan (tussen 1015 en 1024).

Gezien de omvang was het schrijven van de Canon een werk van lange adem.
Avicenna schreef een samenvatting in de vorm van een Leerdicht, voor het eerst in het Latijn vertaald door Armengaud Blasius[37]. Ook werkte Avicenna simultaan aan diverse geschriften.

Delen van de Canon zijn toegankelijk via de vertalingen in het Engels[38], [39]. Een gedetailleerde inhoudstafel is te vinden op website[40].

Manuscripten, pecia systeem, kopiëren en drukken

Avicenna’s Canon of Medicine (Medieval Edition in a Hebrew translation)[41]

Er bestaan vele manuscripten en gedrukte uitgaven van de Canon[42] en recent heeft Campra een overzicht gepubliceerd over alle edities in welke taal (Arabisch, Latijn, Hebreeuws en moderne talen) of vorm (manuscript of gedrukt) dan ook[43].
De Hebreeuwse versie wordt algemeen als de mooist verzorgde beschouwd zoals de afbeelding laat zien[44].

Het aantal Latijnse uitgaven bedraagt minstens 15 (en volgens Campbell 30[45]) en werden gebruikt tot 1657 in zowel Montpellier als Leuven[46].

Voordat Gutenberg rond 1450 de boekdrukkunst ontwikkelde, hebben monniken en anderen geschriften in beperkte mate gekopieerd. De Ridder beschrijft hoe het voor studenten toch mogelijk was om standaardteksten te hebben via het pecia systeem[47]:

“Rond de jaren 1220 ontstond in Bologna een ingenieus systeem om universitaire standaardboeken op een betrouwbare en officieel erkende manier in veelvoud te kopiëren, het pecia-systeem.
Het werd tussen de dertiende en de vijftiende eeuw aan talrijke universiteiten in Italië, Frankrijk, Engeland en Spanje toegepast. Een exemplaar van een goedgekeurde tekst werd als model (exemplarium) uitgeleend aan de pedel of aan een door de universiteit erkende boekverkoper, de stationarius, die het dan in losse onderdelen (katernen of pecie) kopieerde en nummerde.
Bij hen konden studenten of magisters het manuscript pecia per pecia huren en door een professioneel schrijver (scriptor) laten afschrijven. Ook kon de boekverkoper pecie aan verschillende kopiisten geven zodat op een vrij snelle manier een vuistdik manuscript in meerdere exemplaren kon gereproduceerd worden en vervolgens ingebonden en verkocht.”

Curriculum Geneeskunde

Het allereerste gestructureerde curriculum werd ontworpen in de school van Salerno en omvatte een reeks korte verhandelingen die bekend staat onder de verzamelnaam “articella”: verschillende werken van Hippocrates en de Isagoge van Johannitius.
Vanaf de veertiende eeuw werden deze vervangen door werken van Galenus, Rhazes, Haly Abbas, Avicenna, Ibn Nafis en anderen[48].

De middeleeuwse universiteiten boden dus een breed spectrum aan onderwerpen, gebaseerd op Grieks-Romeinse traditie[49]. Alle studenten dienden eerst kennis te vergaren op zo diverse gebieden als grammatica, retorica en logica (het Trivium) en wiskunde, astronomie, aardrijkskunde en muziek (het Quadrivium) ― die samen de zeven Artes Liberales genoemd werden ― vooraleer ze de eigenlijke studie konden aanvatten van de drie hogere faculteiten: rechten, geneeskunde en theologie[50].
Alles bij elkaar duurde de opleiding tussen 6 en 9 volle studiejaren. Niet alle universiteiten boden alle studierichtingen.

Van alle werken is de Canon van Avicenna wel het meest gebruikte handboek omwille van zijn heldere en systematisch aanpak, in tegenstelling tot bv. het Liber Continens van Rhazes, dat sommigen maar een rommelig allegaartje vonden. Studenten en professoren hadden duidelijk een voorkeur voor Avicenna.

Nancy Siraisi formuleert het zo:

“vanaf de introductie in de curricula in de 13e eeuw was de Canon, niettegenstaande herhaalde kritieken, gedurende twee eeuwen terecht een goede systematische en gesofistikeerde algemene samenvatting van alle medische kennis op dat moment”[51].

Beoordeling, commentaren en kritieken op de Canon

Commentary on Avicenna’s Canon of Medicine[52]

De Italiaanse arts Taddeo Alderotti (1215–1295) begon te onderwijzen in Bologna in de jaren zestig van de 13e eeuw. Als basis van zijn colleges dienden allereerst de reeds vertaalde werken (eerder korte verhandelingen) van Galenus en later breidde hij samen met zijn leerlingen (Mondino, Garbo, Guglielmo en Bartolomeo) de basis van geneeskunde uit met de teksten van vooraanstaande Arabische artsen om uiteindelijk vooral te steunen op Avicenna’s encyclopedische (en systematisch opgestelde) Canon[53].
Hun commentaren en verklaringen maakten ook deel uit van het succesvol gebruik van de Canon gedurende meer dan twee eeuwen medisch onderwijs aan de Europese universiteiten.

Een mooi voorbeeld van hoe professoren Avicenna’s Canon van commentaren voorzien is te vinden bij Gentilis de Fulgineo (1280?–1348), hoogleraar aan de universiteit van Padua en gestorven aan de pest in 1348[54]. Hij schreef zijn commentaren in 1346 die in 1476 in Padua gedrukt zijn in twee delen.

Jacques Despars[55]

Despars Jacques[56] (1380–1458), afkomstig uit Doornik, studeert aan de Sorbonne en in Montpellier. Van zijn lange leven wijdde 30 jaren aan het commentariëren van delen van de Canon.
Andere commentatoren zijn Giano Matteo Durastant (1498-1551), Santorio Santorio (1561-1636)[57].

Guillaume Postel (1510-1581) vond dat

“Avicenna meer vertelt op een of twee bladzijden dan Galenus in vijf of zes lange verhandelingen”

en Zacharias Rosenbach (1595-1638), decaan van de Academie van Nassau trachtte de studie van het Arabisch te introduceren in het curriculum speciaal opdat studenten de Canon in zijn originele versie[58].

Anderen daarentegen zoals Champier Symphorien (1471–1538) in Montpellier en Manardo Giovanni (1462–1536) in Ferrara spuiden onverholen kritiek op de fouten in de Canon bijvoorbeeld de kennis van kruiden maar speelden ook op de persoon Avicenna, als Arabier en Moslim45.

Kritiek kwam uit “eigen hoek”: Ibn Rushd (Averroas, 1126-1198) kreeg een kopie van de Arabische Canon in handen en zijn kritiek was niet mals, integendeel, hij weigerde zelfs om het boek in zijn bibliotheek te plaatsen en gebruikte de onbeschreven zijranden om recepten op te schrijven29.

Een bijzonder commentaar kwam van de hand van Ibn al-Nafis (1213-1288). Deze geleerde had moeite met de verspreiding van anatomische gegevens over de hele Canon[59] en, nog interessanter, hij zette op schrift een bevinding die pas veel later, met William Harvey, zijn bevestiging zal krijgen, namelijk dat grote en kleine bloedcirculaties volledig gescheiden zijn[60].

Een vermeldenswaard commentaar komt van Cyril Elwood (1893–1970)[61] in zijn “Medical History of Persia and the Eastern Caliphate”. Elgood maakt een vergelijking tussen Ibn Rushd’s Liber Continens, Avicenna’s Canon en een in Europa onbekend werk, de “Thesaurus” van al-Jurjani.
Dit laatste bevat een aanzienlijk aantal persoonlijke klinische observaties, terwijl de Canon dat niet heeft en daarom door Elgood als “very dull reading” wordt gekwalificeerd.

De Leuvense hoogleraar Jacques Bogaert (1440–1520) wiens vader, Adam, zeven maal rector was, schreef commentaar op de Canon. Het manuscript bevindt zich in de Antwerpse bibliotheek onder de titel “Collectorium in Avicennae practicam[62].

Leuven, Universiteit en de Canon

Stichtingsbul Leuven[63]

Frankrijk (en ook de Parijse universiteit) maakte moeilijke tijden door einde 13e eeuw: de honderdjarige oorlog met Engeland en dientengevolge en hongersnood, maar ook heerste de pest en waren er intern de godsdienstoorlogen.
Studenten vonden het te riskant om zich nog in te schrijven aan de Sorbonne, ook al uit vrees overvallen te worden tijdens het reizen.

Universiteit Leuven

Op instigatie van zijn raadgevers richtte de Hertog Jan IV van Brabant zich tot paus Martinus V met het verzoek een universiteit te mogen stichten in Leuven[64] vooral voor studenten uit de Lage Landen[65].
Brussel kwam als eerste in aanmerking als locatie maar dat voorstel werd door de burgers van de hand gewezen want zij vreesden dat:

“de studenten der liede kindere souden violeren”[66].

Ex-cathedra les geven[67]

Het werd dus Leuven, een welvarende stad met veel voordelen. Voor de vormgeving werden Parijs en Keulen als voor beeld genomen.

Vrijwel meteen na de stichting, op de 18e oktober 1426, opent de universiteit zijn faculteit geneeskunde[68].
Om aan de afdeling geneeskunde te doceren verzocht men artsen uit Keulen naar Leuven te komen, want verschillende waren al in 1388 van Parijs naar daar verhuisd.

Eerst de “artes liberales”

De eerste lessen aan de medische faculteit werden gegeven op 18 oktober 1426 door de van Breda afkomstige Jan van Nele (†1469), een te Parijs afgestudeerde magister in de artes en doctor in de medicijnen.
Studenten moesten eerst in de voorbereidende “artes liberales” slagen vooraleer ze de vier jaren durende medicijnen studie mochten aanvangen met een programma gebaseerd op de werken van Avicenna, Rhazes (die op hun beurt op Hippocrates en Galenus steunden)[69].

De jongeren kwamen er toe nadat ze omstreeks de leeftijd van vijftien jaar de Latijnse School hadden afgerond. Ze leerden er het trivium en het quadrivium, maar vooral de filosofie van Aristoteles. Vervolgens gingen ze naar een andere faculteit, hetzij die voor theologie (waar de studies tien tot elf jaar zouden duren), hetzij die voor geneeskunde (zes jaar), hetzij die voor de rechten (zes jaar).
Dit onderwijs werd gegeven in vier pedagogieën: Het Varken, gegeven in vier pedagogieën: Het Varken (1428), De Valk (1434), Het Kasteel (1458) en De Lelie (1490).

Walckiers beschrijft in detail het curriculum zoals het er in 1617 uitzag[70]. Alle cursussen worden uitsluitend in het Latijn gegeven.

  • De theorie omvat de aforismen van Hippokrates en een uiteenzetting over de Ars Parva van Galenus
  • De basisstudie van geneeskunde volgens het eerste boek van Avicenna’s Canon (later vervangen door een cursus fysiologie)
  • Praktische geneeskunde met uitleg van alle ziekten “de capite ad calcem” (van hoofd tot voeten) waarbij Rhazes’ “Liber Continens” de basis was
  • Demonstratie op menselijke kadavers tijdens de winter en chirurgie tijdens de zomer

Plemp Vobiscus Fortunatus

Plempius, Vobiscus Fortunatus[74]

Een bijzondere vermelding in de context “Leuven, Avicenna, Canon” verdient de hoogleraar Plemp, bekend ook onder zijn Latijnse naam: Plempius, Vobiscus Fortunatus[71], [72], [73] en wel om twee redenen.
Allereerst beleefde de Canon met hem zowel een hoogtepunt door zijn vertaling alsook het einde van zijn gebruik in de medische opleiding.
Plemp is ook een symbool van de overgang van verdedigers van het oude en de omarming van de vernieuwing: na Harvey’s nieuw (??) inzicht van de bloedcirculatie bevochten te hebben werd hij een verdediger ervan.

Plemp werd geboren in 1601 in Amsterdam. Hij ontving zijn eerste wetenschappelijke opleiding bij de Jezuïeten in Gent, studeerde daarna in Leuven letteren en filosofie en in Leiden geneeskunde. In 1622 vertrok Fortunatus zoals zovelen voor hem voor een peregrinatio academica naar Padua en Bologna; aan deze laatste universiteit werd hij in 1624 bevorderd tot doctor in de geneeskunde. Hij keerde in dat jaar naar Amsterdam terug, waar hij van 1624-1633 de praktijk uitoefende en wel eens ontleedkundige lessen gaf.

Fundamenta medicinae ad scholae Acribologiam aptata[75]

Op het einde van 1633 was Plemp door Isabella – vorstin der Zuidelijke Nederlanden – van Amsterdam naar de universiteit van Leuven beroepen. Na slechts een jaar had Plemp de plaats van eerste hoogleraar in de praktische geneeskunde gekregen en in hetzelfde jaar werd hij verkozen tot rector magnificus wat daarna nog vier keer gebeurde.

Plemp werd beroemd door zijn werk: “Fundamenta seu Institutionis Medicinae”, gepubliceerd in 1638 en volledig gebaseerd op de werken van onder meer Avicenna.
Van zijn vriend Jacob Golius kreeg hij een exemplaar in het Arabisch van de Canon in bruikleen. Het koste Plemp 30 jaren om de eerste twee boeken en een deel van het vierde te vertalen naar het Latijn. De eerste uitgave is gedrukt in 1658.

Plemp was aanvankelijk een hevige tegenstander van Harvey’s bevindingen over de gescheiden kleine en grote bloedcirculatie maar erkende later, in de tweede editie van zijn Fundamenta (1644), zijn fout nadat hijzelf proefondervindelijk onderzoek van het hart had gedaan[76].

Plemp genoot hoog aanzien bij zijn tijdgenoten, getuige Vondel[77] in zijn gedicht over anatomie:

“Tot dat PLEMP, een eer der rancken
Van GALEEN en HIPPOCRAET
Tot des Nederduytschen baet
Dese schatten uyt het duyster
Brenghend met een rijcker luyster”

Een minder mooie kant van Plemp belicht Camusat[78]. Plemp, van oorsprong noord-Nederlander, beland in het zuiden en is katholiek geworden om te kunnen doceren in Leuven.
Hij zou in een bui van heimwee ooit gezegd hebben dat

“indien de staatslui me zouden vragen om hoogleraar te worden in Leiden, zou ik hugenoot worden en er gaan verblijven”.

Met hem sluit een periode van hevige disputen tussen aanhangers van de traditie en blind geloof in Galenus (en dus ook Avicenna) en de navolgers van Vesalius, Erasmus, Descartes en Harvey[79]. En ook tussen de zogenaamde “Hellenisten” en “Arabisten”.

De Canon in de Noordelijke Provinciën

De eerste universiteit van het Noorden werd opgericht in 1575 in Leiden, 150 jaren na de stichting van Leuven. Heel wat veranderingen[80] vonden plaats in die anderhalve eeuw: op politiek vlak met het afschudden van het Spaanse juk en de afscheiding van de Noordelijke Provinciën, op religiegebied met een braindrain van het roomse zuiden naar het protestantse noorden en, vooral, op het gebied van wetenschappen met het verlaten van aloude gebaande wegen en omarmen, zij het met veel strijd, van vernieuwingen, gebaseerd op eigen waarnemingen en onderzoek.

Na Leiden volgt al snel Franeker (1585) voor het hoge noorden, gevolgd door Groningen (1614), Utrecht (1636) en Harderwijk (1648). Bij het overlopen van de diverse curricula lijkt Avicenna en zijn Canon verbannen van de boekenlijst van de studenten en professoren.
Otterspeer[81] in zijn geschiedenis van Leiden bij de 250ste verjaardag van de stichting, vermeldt Avicenna slechts tweemaal:

Het medisch onderwijs (in Leiden) baseerde zich hoofdzakelijk op traktaten van Hippocrates en Galenus en uittreksels daaruit, zoals de veelgebruikte Articella uit Salerno. Ook Materies medica van Dioscurides en de Canon van Avicenna werden gebruikt.”

In de tweedelige “Geschiedenis der Leidsche Hoogeschool” in 1832 van Siegenbeek[82] is er geen enkele vermelding van Avicenna, evenmin in het proefschrift van Kroon[83], van 1911.
Suringar[84], die ook Avicenna niet noemt, citeert uit het inaugurele verhaal van Orlers, hoe de faculteit geneeskunde op aanschouwelijke wijze toont wie de leermeesters zijn:

Geschiedenis der Leidsche Hoogeschool[85]

“Achter de Justitia volchde de Personagie van Medicina te paerde sittend, cierlijcken ghepareert met een Boecxken vande selve Professie en eenige Medicinale cruyden in de hant, rijdende tusschende naervolghden vier vernaemde de Medicinen Doctoren, alsmed te paerde sittende, als HIPPOCRATEM, GALENUM, DIOSCORIDEM ende THEOPHRASTUM, hebbende ter sijden twee Lackijen ende vier Hellebardiers als voeren”.

De afwezigheid van Avicenna en zijn Canon mag verbazen, want wie wel steeds vermeld worden zijn Hippocrates en Galenus en het zijn net de werken van deze twee waarop de Canon gebaseerd is en die net uitmunt door de systematische benadering en klaarheid, twee kenmerken die zo belangrijk zijn voor een leerboek voor studenten. Ook opmerkelijk is dat de eerste hoogleraren van Leiden zich vervolmaakt hebben aan Italiaanse universiteiten die Avicenna’s Canon hoog in het vaandel hadden.

Eigen ervaring: twee anekdoten

Tijdens het voorbereiden van mijn vertaling van Avicenna’s “Leerdicht der Geneeskunst” ben ik toch tweemaal Avicenna letterlijk “tegengekomen” in het Noorden des Lands.

Antonius Deusingius[86]

Allereerst heb ik zijn Canon mogen inkijken en alle pagina’s fotograferen via Dr Engels, conservator van de Bibliotheek in Leeuwarden. Leeuwarden heeft een Canon in zijn bezit gekregen via erfenis na de sluiting van de Universiteit in Franeker. Daar werd dus wel degelijk de Canon gewaardeerd (en gebruikt??) destijds. De foto’s heb ik intussen vernietigd want wie zou in 1990 vermoed hebben dat na enkele jaren zoveel in het digitale tijdperk binnen handbereik is gekomen.

In de universiteitsbibliotheek in Groningen kreeg ik inzage van Het Leerdicht der Geneeskunde vertaald door Antonius Deusingius (1612–1666)[87] uit het Arabisch naar het Latijn[88]. Volgens de bibliothecaris zijn er slechts drie exemplaren overgebleven: een in de universiteitsbibliotheken van Groningen en Amsterdam en een in The British Library. Het Groningse exemplaar is klein maar fijn van vorm, als een zakwoordenboek. Ingebonden in leer is het echter zeer fragiel.

Conclusie

Voor wie een algemeen overzicht van de Arabische geneeskunde en de invloed op het Westen in de Middeleeuwen wil lezen: zie resp. Savage-Smith Emilie: hoofdstuk 27 en Jacquart Danielle, hoofdstuk 28 in: Encyclopedia of the History of Arabic Science, vol 3[89].

Jacquart stelt vast dat de Canon een dominante positie had aan het eind van de 15e eeuw in de opleidingen geneeskunde en dat verschillende universiteiten nog veel later op de Canon steunden: Padua tot 1767, Bologna tot 1800.

Als conclusie citeer ik, naast de citaten van Cyril Elgood, Edward Brown en Nancy Siraisi, nog enkele getuigenissen van experten.

Zo schrijft Tzvi Langermann in zijn voorwoord tot “Avicenna and his Legacy”[90]

“The Qanun is without doubt Avicenna’s longest-standing and farthest reaching legacy to medical science. The real contribution – and I would not hesitate to call it revolutionary – lies in the thorough and systematic integration of medicine into the sciences”.

Volgens Tricot62 heeft de Canon zijn unieke plaats in de medische literatuur te danken aan
  • De combinatie met filosofie, zoals de Grieken adviseerden
  • Het encyclopedische karakter
  • De systematische aanpak van gezondheid, ziekte en genezing
  • Het dogmatische aspect
  • De immense reputatie van Avicenna op andere gebieden van kennis en wetenschap
McGinnis[91] formuleert zijn conclusies over de Canon als volgt:

“An important aspect of Avicenna’s medical theory, becomes obvious to anyone who reads Avicenna’s Canon, for one cannot but be impressed with how well-integrated Avicennan medicine is within the overall scientific and philosophical system that he developed. Time and time again, Avicenna easily resolves thorny technical issues in medicine simply by referring the reader to his philosophical medicine and the life sciences discussions in his works on physics, biology, and even metaphysics. The importance, then, of the Canon, and indeed Avicenna’s medical writings more generally, is that it formed an integral part of a medieval worldview that incorporated and explained virtually every area of human intellectual pursuit”

Wie Avicenna ook hoogachtten zijn:

Dante Alighieri (1265-1321) in zijn Divina Comedia[92], en Geoffrey Chaucer (±1340–1400) in zijn Canterbury Tales verzen 440-445[93].
Volgens de Encyclopaedia Britannica behoort de Canon bij de meest beroemde boeken van geneeskunde[94].

Avicenna’s borstbeeld Museum in Afshana ― foto MR
Noten

[1] https://ia802905.us.archive.org/21/items/in.ernet.dli.2015.106426/2015.106426.Medical-History-Of-Persia-And-The-Eastern-Caliphate.pdf
[2] Brown E. Arabian Medicine. Cambridge University Press, 1921.
https://ia902606.us.archive.org/16/items/arabianmedicineb00browiala/arabianmedicineb00browiala.pdf
[3] Gohlman W.E. The Life of Ibn Sina. A Critical Edition and Annotated Translation, Albany–New York; State University of New York Press, 1974. https://epdf.pub/the-life-of-ibn-sina-a-critical-edition-and-annotated-translation.html
[4] Bron: Kitāb al-Shifā
[5] Afnan Soheil M. Avicenna. His Life and Works. https://www.academia.edu/34428653/AVICENNA_His_life_and_Works_SOHEIL_M_AFNAN_1958
[6] Great Medieval Thinkers series, Oxford University Press. https://global.oup.com/academic/content/series/g/great-medieval-thinkers-gmt/?cc=be&lang=en&
[7] McGinnis Jon. Avicenna. In: Great Medieval Thinkers. Oxford University Press, 2010. https://www.pdf-archive.com/2011/08/24/mcginnis-avicenna-oup/mcginnis-avicenna-oup.pdf
[8] [8] https://designingexperiencescapes.com/wp-content/uploads/2019/04/rapportage-tm21-apm-cr-hva-20180411_def_des.pdf; zie ook: https://overdemuur.org/tentoonstelling-crossroads-reizen-door-de-middeleeuwen-ziet-het-licht-en-laat-zien-hoe-het-moet/
[9] Bron: Sandro botticelli (1480)
[10] Michael Fowler: How Classical Knowledge Reached Bagdad: http://galileoandeinstein.phys.virginia.edu/lectures/AthenstoBaghdad.htm
[11] Zie: Flipse Ab. Christelijke Wetenschap. Proefschrift, Vrije Universiteit Amsterdam 2014. https://www.researchgate.net/publication/316667894_Christelijke_wetenschap_Nederlandse_rooms-katholieken_en_gereformeerden_over_de_natuurwetenschappen_1880-1940 en: Koopmans JH. Augustinus’ briefwisseling met Dioscorus. Proefschrift, Vrije Universiteit Amsterdam, Universiteitspers, Amsterdam 1949.
[12] Zie Halleux Robert, pagina 10 van: https://www.dbnl.org/tekst/hall014gesc01_01/hall014gesc01_01.pdf; maar dit uitgebreide verslag van de “Geschiedenis van België” bevat meerdere interessante artikelen over geschiedenis van de Geneeskunde aan Belgische Universiteiten en meer specifiek Leuven.
[13] Zie: Sizoo, A. (1933). Augustinus’ werk over de Christelijke wetenschap. https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMTUK01:000006781:pdf
[14] Over Cassiodorus en het Vivarium: https://www.rkdocumenten.nl/rkdocs/index.php?mi=600&doc=2255
[15] Bron: Flavius_Magnus_Aurelius_Cassiodorus
[16] Zie: Geschiedenis van de Wetenschappen in België van de Oudheid tot 1815. Halleux R, Opsomer C en Vandersmissen J. Gemeentekrediet/Dexia, Brussel 1998. https://www.dbnl.org/tekst/hall014gesc01_01/colofon.php
[17] Zie: https://www.britannica.com/biography/Nestorius
[18] Campbell D. Arabian Medicine and its Influence on the Middle Ages. Kegan Paul, 1926. https://archive.org/details/in.ernet.dli.2015.57276
[19] Zie: https://deislamuitgelegd.webs.com/geschiedenisenverspreiding.htm
[20] Overvloedige informatie: Rosenthal Franz. The Classical Heritage in Islam. https://archive.org/details/FranzRosenthalTheClassicalHeritageInIslamRoutledge2003
[21] Zie diverse publicaties van Monica Green oa: https://constantinusafricanus.com/author/monicagreenasuedu/
[22] Voor een overzicht van vertalingen en “Migratie van de Wetenschap” zie de thesis van Peter Grabher: https://core.ac.uk/download/pdf/11585893.pdf.
[23] https://historiek.net/kruistochten-samenvatting-oorzaken-gevolgen/76432
[24] Zie ook: Halleux Robert: De Lotharingse wiskundeschool en de opkomst van de Arabisch-Latinse wetenschap in de 11de en 12de eeuw in: Geschiedenis van de wetenschappen in België van de Oudheid tot 1815, 2009.
[25] Er blijken twee vertalers met deze naam te bestaan waarvan een ook “Sabloneta” wordt genoemd: https://en.wikipedia.org/wiki/Latin_translations_of_the_12th_century; https://en.wikipedia.org/wiki/Gerard_of_Cremona
[26] Arraez-Aybar L et al. Toledo School of Translators and their influence on anatomical terminology. Annals of Anatomy 198 (2015) 21-33.
[27] Erasmus Desiderius. Lof de Geneeskunde. Vertaald door Bejczy Istvan. Ad Donker, Rotterdam, 1998.
[28] Zie op pag. 19 https://archive.org/stream/AvicennasCanonOfMedicine/9670940-Canon-of-Medicine_djvu.txt
[29] Voor een volledig overzicht van zijn vorming: Gutas D. Avicenna and the Aristotelian Tradition. Chapter three: Avicenna ’s Intellectual Upbringing, page 169 e.v.
https://archive.org/details/DimitriGutasAvicennaAndTheAristotelianTradition2ndEditionBRILL2013_201703
[30] Zie: https://kalpak-travel.com/blog/bukhara-travel-guide/ En ook: https://en.wikipedia.org/wiki/Ark_of_Bukhara
[31] Helaas ging de bibliotheek in vlammen. Kwatongen beweerden dat Avicenna zelf de brandstichter was om zodoende te beletten dat anderen ook zoveel zouden leren. Anderen zeiden dat de brand en vernietiging van de boeken geen echte ramp was want “Avicenna had het toch allemaal in zijn hoofd opgeslagen”.
[32] Savage-Smith E. Medicine in Medieval Islam, chapter 5 in 2011. https://www.academia.edu/11563289/Medicine_in_Medieval_Islam_In_The_Cambridge_History_of_Science_Vol_2_Medieval_Science_ed_by_D_Lindberg_and_M_H_Shank_Cambridge_Cambridge_University_Press_2013_pp_140_167
[33] Bron: https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/8/8b/Rhazes_NLM_copy.jpg
[34] Rhazes zelf schreef de voorganger van zijn “Al Hawi”: het “Liber Almansorem” en na zijn dood vervolledigden zijn leerlingen die geschriften tot het Allesomvattende.
[35] Iskander AZ. A Catalogue of Arabic Manuscripts and Science. The Welcome Historical Medical Library, 1967. Zie pag 29 ev. https://wellcomelibrary.org/item/b20086210#?c=0&m=0&s=0&cv=0&z=-0.9026%2C-0.071%2C2.8053%2C1.4194
[36] Deze vorm van medisch handboek was al bekend bij de Chinezen: Nei Ching (2600 BCE). Zie: Van de Velde Jean. Grepen uit de Geschiedenis der Anatomie. Mededelingen KVAW, jg XXI, nr 6, 1959. Zie ook: https://ia801601.us.archive.org/6/items/in.ernet.dli.2015.115032/2015.115032.Huang-Ti-Nei-Ching-Su-Wen-The-Yellow-Emperors-Classic-Of-Internal-Medicine.pdf
[37] Voor een algemeen overzicht van het Leerdicht: Rabie Abdel-Halim: The role of Ibn Sina (Avicenna)’s Medical Poem in the transmission of medical knowledge to medieval Europe.https://muslimheritage.com/the-role-of-ibn-sina-avicennas-medical-poem-in-the-transmission-of-medical-knowledge-to-medieval-europe/
[38] Engelse vertaling van het eerste boek door Cameron Gruner, 1929: https://ia600609.us.archive.org/25/items/CanonOfMedicine/Canon-of-Medicine.pdf
[39] Het tweede boek is vertaald door het Departement of Islamic Studies, Hamdard University, New Delhi, India: https://herbcraft.org/canon2.pdf
[40]https://lib-webarchive.aub.edu.lb/BorreLudvigsen/https://almashriq.hiof.no/ddc/projects/saab/avicenna/contents-eng.html
[41] Bron: https://www.1001inventions.com/feature/ibn-sinas-canon-of-medicine-a-medical-reference-in-europe-for-500-years/
[42] Osler William. The Evolution of Modern Medicine, 1913 Chapter III e-book Gutenberg. Arabian Medicine.
http://gutenberg.pglaf.org/1/5/6/1566/1566-h/1566-h.htm
[43] Campra L. The editions and the translations of Avicenna ‘s Canon of Medicine. J of Advances in Humanities, Vol 4, nr 1, 2016. https://www.researchgate.net/publication/326975355_THE_EDITIONS_AND_THE_TRANSLATIONS_OF_AVICENNA%27S_CANON_OF_MEDICINE
[44] http://cja.huji.ac.il/browser.php?mode=alone&id=219828 en: https://openlibrary.org/subjects/medieval_manuscripts
[45] Campbell D. Arabian Medicine and its influence on the Middle Ages. Vol I, London, 1926 pag 77 ev. https://archive.org/details/in.ernet.dli.2015.57276
[46] Tricot vermeldt als publicatiedatum van Pemplius’ vertaling van de Canon het jaartal 1658: https://www.biusante.parisdescartes.fr/ishm/vesalius/VESx2000x06x01x011x019.pdf.
Zie ook: Masic I. Thousand-Year anniversary of the historical book: “Kitab al-Qanun fit-Tibb”- The Canon of Medicine, written by Abdullah ibn Sina. Journal List J Res Med Sci v.17(11); Nov 2012 ; https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC3702097/
[47] De Ridder-Symoens H. De praktijk van kennisoverdracht aan de Europese Universiteiten voor 1800. In: Ex Cathedra. Leuvense collegedictaten van de 16de tot de 18de eeuw, 2012
[48] Zie: David C. Lindberg: The Beginnings of Western Science. https://www.academia.edu/8977007/THE_BEGINNING_OF_WESTERN_EDUCATION.
Siraisi Nancy: Medieval & Early Renaissance Medicine. https://press.uchicago.edu/ucp/books/book/chicago/M/bo3774531.html  
Verger Jacques: Schools and Universities. In The New Cambridge Medieval History, vol. VII. https://ia801309.us.archive.org/9/items/iB_CM/07.pdf
Kibre Pearl. Arts and Medicine in the Universities of the Later Middle Ages. In: The Universities in the Late Middle Ages. Leuven University Press 1978. https://tile.loc.gov/storage-services/master/gdc/gdcebookspublic/20/20/71/53/22/2020715322/2020715322.pdf
[49] Burgazzi L. What Did European Universities Teach During the Middle Ages?
https://www.historyhit.com/what-did-european-universities-teach-during-the-middle-ages/
[50] Paquet J. Aspects de l’Université médiévale. In : The Universities in the late Middle Ages. Leuven University Press 1978. https://tile.loc.gov/storage-services/master/gdc/gdcebookspublic/20/20/71/53/22/2020715322/2020715322.pdf
[51] Siraisi N. Medieval & Early Renaissance Medicine. University of Chicago Press, 1990. Andere gerelateerde werken van haar hand: Tadeo Alderotti and his pupils (1981) en, heel specifiek: Avicenna in Renaissance Italy (1987); beiden bij Princeton University Press.
[52] Bron: Commentary on Avicenna’s Canon of Medicine, Three Volumes
[53] Zie noot 45: Taddeo Alderotti door Nancy Siraisi
[54] Zie https://wellcomecollection.org/works/bhbg6w6n
[55] Bron : Despars Jacques
[56] Jacquart D. Le regard d’un médecin sur son temps : Jacques Despars 1380-1458 https://www.persee.fr/docAsPDF/bec_0373-6237_1980_num_138_1_450189.pdf
[57] Nancy Siraissi (zie ook voetnoot 45) wijdt een hoofdstuk aan alle commentaren in “Avicenna in Renaissance Italy” en in de appendices staan lijsten van de Latijnse uitgaven van de Canon en van commentaren.
[58] Zie: Saliba George. Arabic and Islamic Science and its Influence on the Western Scientific Tradition. World Digital Library. https://www.wdl.org/en/themes/islamic-science/medicine/
[59] Zie: Islamic Medical Manuscripts at the National Library of Medicine, Encyclopedias. https://www.nlm.nih.gov/hmd/arabic/E8.html
[60] West JB. Ibn-al-Nafis, the pulmonary circulation, and the Islamic Golden Age. J Appl Physiol (1985). 2008 Dec; 105(6): 1877–1880. https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC2612469/
[61] https://en.wikipedia.org/wiki/Cyril_Elgood; ook: https://www.indianculture.gov.in/medical-history-persia-and-eastern-caliphate-earliest-times-until-year-ad-1932
[62] Broeckx Corneille 1865. Zie verder voor verwijzing
[63] Bron: https://wimvist.com/tag/universiteitsgeschiedenis
[64] Er bestaat een uitgebreide bibliografie over de geschiedenis van de Katholieke Universiteit Leuven, gemakkelijk toegankelijk in het digitale tijdperk: De Ram PFX (1804-1865), Broeckx C (1807-1969) en Reusens E (1831-1903). Recente auteurs putten vrijwel allemaal uit die literatuur: IJsewijn J en Paquet J (The Universities in the late Middle Ages), Halleux R, Opsomer C en Vandersmissen J (Geschiedenis van de wetenschappen in België van de Oudheid tot 1815).
[65] Zie: Broeckx Corneille, 1865. Te lezen in: https://play.google.com/books/reader?id=-gUVAAAAQAAJ&hl=nl&pg=GBS.PA7
[66] Van Eijl EJM. The Foundation of the University of Louvain. In: The Universities in the Late Middle Ages. Leuven University Press 1978. De Brusselaars vreesden “dat die (losbandige) studenten hun kinderen (meisjes) zouden verkrachten.”
[67] A Liberal Arts Education
[68] Hiraux F en Mirquet F. La collection des cours manuscrits d’Ancien régime de l’Université Catholique de Louvain. https://books.openedition.org/pucl/1268
[69] Zie: Halleux R, Opsomer C en Vandersmissen J. Geschiedenis van de wetenschappen in België van de Oudheid tot 1815. Gemeeentekrediet/Dexia, Brussel 1998. Pagina 140 ev en ook 230 ev. https://www.dbnl.org/tekst/hall014gesc01_01/hall014gesc01_01.pdf
[70] Walckiers M. Les thèses médicales de Louvain au XVIIIème siècle. https://www.biusante.parisdescartes.fr/sfhm/hsm/HSMx1982x017xspec1/HSMx1982x017xspec1x0236.pdf
[71] Foto: https://www.rijksmuseum.nl/nl/collectie/RP-P-OB-23.255
[72] Blok PJ en Molhuyzsen PC. Nieuw Nederlandsch biografisch Woordenboek Deel 6: Plemp, Vopiscus Fortunatus. https://www.dbnl.org/tekst/molh003nieu06_01/molh003nieu06_01_1754.php. Andere bronnen: http://dictionnaire.sensagent.leparisien.fr/Vopiscus%20Fortunatus%20Plempius/fr-fr/; Tricot JP: https://moam.info/officiai-journal-of-the-international-society-revue-officielle-biu-santa_59f05a2f1723dd1d8d71a6aa.html Haan: Annuaire UCL 1845: https://books.google.be/books/about/Annuaire_de_l_UCL.html?id=0l1LAAAAcAAJ&redir_esc=y
[73] Ofwel omdat hij per keizersnede ter wereld kwam en zijn moeder stierf (Tricot), ofwel omdat hij “met de helm” geboren is. En, derde mogelijkheid: geboren als tweede van tweeling: https://med.kuleuven.be/nl/over-ons/geschiedenis/anatomie/de-bloedsomloop-van-harvey
[74] Bron: Vopiscus_Fortunatus_Plemp
[75] Bron: Fundamenta medicinae ad scholae Acribologiam aptata
[76] Houtzager HL. Emigranten en Immigranten in: Geschiedenis der Geneeskunde, jaargang 4, nr. 1, september 1997. Uitgeverij Garant
[77] Vondel: Op de Ontledinge des Menscheliicken Lichaems, Verdvytscht Door V.F. Plemp. https://www.dbnl.org/tekst/vond001dewe03_01/vond001dewe03_01_0082.php
[78] Camusat Denis François. Histoire critique des journaux, vol 1, JF Bernard, Amsterdam, 1734, page 256. Via http://books.google.com
[79] Broeckx Corneille. Prodrome de l’Histoire de la Faculté de Médecine a Louvain, 1865. https://play.google.com/books/reader?id=-gUVAAAAQAAJ&hl=nl&pg=GBS.PA72
[80] Zie Houtzager, voetnoot 65, voor een boeiend overzicht van deze periode in de Lage Landen.
[81] Otterspeer W. Groepsportret met Dame I. Het bolwerk van de vrijheid. De Leidse universiteit 1575-1672. Bert Bakker, Amsterdam 2000. Http://dbnl.org/tekst/ottr010groe01_01/colofon.htm
[82] Siegenbeek Matthijs. Geschiedenis de Leidsche Hoogeschool, van hare oprigting, in den jare 1575 tot het jaar 1825. Leiden, S&J Luchtmans, MDCCCXXXII. Via Google Books gedownload.
[83] Kroon Just Emile. Bijdragen tot de geschiedenis van het geneeskundig onderwijs aan de Leidsche Universiteit 1575-1625. Leiden, SC Van Doesburgh, 1911.
[84] Suringar GCB. De twee eerste Hoogleeraars in de Geneeskunde te Leiden. Historische Bijdrage Ned. Tijdschr. v. Geneeskunde. IV, Afl Oct., 1860, pag. 641-655.
[85] Bron: https://www.catawiki.nl/l/18136773-matthijs-siegenbeek-geschiedenis-der-leidsche-hoogeschool-1829
[86] Bron: Antonius Deusingius
[87] Voor zijn biografie, zie: https://gjclokhorst.nl/thoemmes.html en ook: https://www.dbnl.org/tekst/molh003nieu08_01/molh003nieu08_01_0641.php
[88] Zie: http://picarta.pica.nl/xslt/DB=3.11/SET=2/TTL=25/CLK?IKT=4&TRM=Ibn-Sin%C3%A6,
[89] https://archive.org/details/RoshdiRasheded.EncyclopediaOfTheHistoryOfArabicScienceVol.3Routledge1996/Qisar-Roshdi-Rashed-Encyclopedia-of-the-History-of-Arabic-Science
[90] Tzvi Langermann Y. Avicenna and his Legacy. A golden Age of Science and Philosophy. Brepols, Belgium 2009. https://academiaanalitica.files.wordpress.com/2019/07/y.-tzvi-langermann-avicenna-and-his-legacy_-a-golden-age-of-science-and-philosophy-brepols-2010.pdf
[91] McGinnis J. Avicenna. Oxford University Press, 2010 https://www.pdf-archive.com/2011/08/24/mcginnis-avicenna-oup/mcginnis-avicenna-oup.pdf
[92] Zie: https://www.dbnl.org/arch/dant001godd01_01/pag/dant001godd01_01.pdf
[93] Zie: https://www.dvusd.org/cms/lib011/AZ01901092/Centricity/Domain/2891/Canterbury%20Tales%20prologue.pdf
[94] Zie: https://www.britannica.com/biography/Avicenna
[95] Bron: Galenus, Avicenna en Hippocrates
[96] Bron: Avicenna, Primus (et secundus) Avicennae
[97] Bron: https://archive.org/details/hin-wel-all-00001706-001/page/n6/mode/2up

studeerde Grieks-Latijnse humaniora aan het St Michielscollege te Bree, België, en daarna geneeskunde aan de Katholieke Universiteit Leuven en specialiseerde in verloskunde en gynaecologie, eerst in Leuven/Duffel en daarna in Sittard.