Maria Magdalena, boetvaardige zondares?

0

Bram Moerland

Bron: Bramhartigheden, 2013-11-11, brammoerland.com
grot van Maria Magdalena in Zuid Frankrijk – foto Johan Van der Vloet[1]

In de gnostische teksten die werden teruggevonden bij Nag Hammadi, geldt Maria Magdalena als de apostola apostolorum, de eerste onder de apostelen of ook wel de leraar van de apostelen. Van haar wordt verteld dat zij, beter dan de mannen, begreep wat Jezus bedoelde.

Toen het christendom romeins werd, moest dat beeld van Maria Magdalena aangepast worden aan de rol van de vrouwen in de klassieke romeinse cultuur: als een volstrekt nietswaardig wezen, het bezit van de pater familias, het mannelijke gezinshoofd.
Zij werd de boetvaardige zondares, een berouwvolle hoer.

Kerkvader Tertullianus voorzag dat van de nodige theologische achtergrond. Hij was bisschop aan het eind van de tweede eeuw en schreef aan de vrouwen in zijn bisdom:

Weten jullie niet dat elk van jullie een Eva is? De toorn Gods rust op jullie geslacht tot op deze dag; en jullie schuld zal noodzakelijk blijven voortbestaan. Jullie vrouwen zijn de poorten van de duivel. Jullie hebben zelf de vloek van die boom over je uitgeroepen. En jullie waren het die Adam hebben verleid. Jullie hebben Adam, het beeld van God vernietigd. Om wat jullie zelf verdienen, de dood, moest de Zoon van God sterven.

Tertullianus, De Cultu Feminarum, II-2

Dat verwijst naar het verhaal van Eva en Adam in het bijbelboek Genesis. Eva en Adam wonen samen in pais en vree in het paradijs. Het is hun verboden te eten van de boom van kennis van goed en kwaad. Maar dan weet de slang Eva te verleiden om toch van die verboden vrucht te eten, en zij verleidt op haar beurt Adam. Daarna worden ze voor straf door Jahweh uit het paradijs verdreven. Dat heet in de kerkelijke leer ‘de zondeval’. Door die zondeval verkeren alle mensen sedertdien in staat van zonde, de erfzonde. In het verlengde van dat verhaal heet het dat Jezus de mens daarvan verlost heeft met het zoenoffer, zijn smartelijke dood aan het kruis.
Dat we als mens uit het paradijs verdreven zijn, is dus de schuld van Eva, althans volgens deze kerkelijke visie. En dat verhaal diende om de nederige positie van de vrouw te legitimeren in het Romeinse christendom.
Die nederige positie van de vrouw werd vervolgens verbeeld in Maria Magdalena als de boetvaardige zondares. Met haar als model was dat de enig acceptabele rol die vrouwen in de kerk werd toegekend: berouwvol over de eigen zondigheid.
In het kerkelijke christendom geldt Maria Magdalena sedertdien als de ‘boetvaardige zondares’ voor alle vrouwen ter navolging.

Onder de vroege gnostische gemeenschappen werd het beeld van Maria Magdalena als apostola apostolorum in ere gehouden. En ook bij de katharen, de laatste gnostici uit de westerse geschiedenis, werd zij vereerd, met de daarbij passende gelijkwaardige rol van de vrouwen. Onder de gnostici en bij de katharen waren vrouwen volkomen gelijkwaardig aan mannen. Vrouwen konden daar ook, zonder enige belemmering, rituele functies vervullen, zoals het zegenen van het brood. (Het brood was bij de katharen niet het symbool van het zoenoffer, maar het symbool van de boodschap van Jezus, het geestelijk voedsel.)

Het is heel merkwaardig dat de hedendaagse belangstelling voor Maria Magdalena is opgeleefd door een thriller, het boek ‘De Da Vinci Code’ van Dan Brown.
Sedertdien is een oude legende uit de middeleeuwen in Frankrijk weer aangewakkerd. Die gaat erover dat Maria Magdalena in een grot in Zuid-Frankrijk in eenzame afzondering gedurende dertig jaar boete heeft gedaan voor haar zonden.
Er komen nu per jaar tienduizenden vrouwen naar die grot op een soort bedevaart. Ze beseffen niet dat die legende in die tijd werd verteld als tegengif in de strijd tegen de katharen, en dan natuurlijk tegen de daar beleden gelijkwaardigheid van vrouwen. Zo houden deze vrouwelijke vereerders, o ironie, dat kerkelijke rolmodel van Maria Magdalena als boetvaardige zondares nog steeds in stand.

Bron: [1] grot van Maria Magdalena

was o.a. docent filosofie aan de School voor Journalistiek in Utrecht. Met zijn ontdekking van de katharen begon voor hem een historische en steeds persoonlijker wordende speurtocht naar de verborgen spirituele traditie van de gnosis, waarover hij vele lezingen gaf en boeken schreef.