De Geheime Woorden van Thomas

0

Toelichting bij het Thomas Evangelie 65

Bram Moerland

Uit de Nieuwsbrief van zaterdag 4 februari 2017, brammoerland.com[1]
Het Evangelie van Thomas

Als je iets meemaakt, iets leuks of iets naars, verandert daardoor de toestand van je gemoed. Je wordt er blij of verdrietig van. De toestand van je gemoed is een antwoord op je beleving van de werkelijkheid. Dat kun je niet plannen of programmeren. Dat gebeurt gewoon.

Zo’n gevoel is een bericht over de kwaliteit van de levenssituatie waarin je je bevindt. Het is een boodschap van je ziel. Wat doe je daarmee? Ontvang je die en geef je antwoord, of stuur je die weg?
Je bent ergens mee bezig en je ervaart daarbij een gevoel van onbehagen. Dat vertelt je dat je op enigerlei wijze verkeerd bezig bent. Wat doe je dan?
Je bent met iets bezig en dat geeft je een tintelend gevoel van plezier. Dat gevoel vertelt je dat dit jouw pad is. Wat doe je dan?

Thomas 65. Boodschappers van de ziel

Hij zei:
Een goed mens bezat een wijngaard.
Hij leende hem uit aan pachters om te bewerken
en pacht van hen te ontvangen.
Hij stuurde zijn dienaar naar de pachters om van hen de pacht van de wijngaard te innen.
Zij grepen zijn dienaar en sloegen hem halfdood.
De dienaar keerde terug en vertelde het zijn meester.
De meester zei:
Misschien herkenden ze hem niet.
Hij zond een andere dienaar.
De pachters sloegen ook hem.
Toen zond de eigenaar zijn zoon en zei:
Misschien zullen ze mijn zoon eerbiedigen.
Omdat de pachters wisten dat hij de erfgenaam van de wijngaard was,
grepen ze hem en doodden hem.
Wie oren heeft, die hore!

Naar een steen kan ik wijzen, en zeggen ‘Dat is een steen’. Dan kunnen mijn medemensen zelf ook zien waar ik naar wijs. Ze zien wat ik zie. Maar de toestand van mijn ziel kan ik niet aanwijzen. Die kan ik niet laten zien.
Om een medemens te laten mee-ervaren wat ik in mijn binnenste ervaar, moet ik muziek maken, een gedicht schrijven, een verhaal vertellen, om zo te proberen, op een indirecte manier, mijn medemens ook te laten ervaren wat ik ervaar.
Dat is dus behoorlijk ingewikkeld.
Nog lastiger wordt het als ik een innerlijk proces zou willen beschrijven, dus niet alleen maar een stabiele toestand, maar een beweging, een ontwikkeling, een verandering.
De manier waarop Jezus dat doet is in de vorm van gelijkenissen. De gelijkenissen van Jezus zijn een vorm van spirituele psychologie. Dat gaat niet over iets wat je zou moeten geloven of niet. Een gelijkenis is niet een mening, of een oordeel, maar een poging om een proces te beschrijven dat plaatsvindt in het innerlijk van de mens.
Ook deze gelijkenis van logion 65 geeft een inzicht weer over het menselijke innerlijk. Het gaat over de boodschappers van de ziel.
Wat kunnen we daaronder verstaan?
Als je iets meemaakt, iets leuks of iets naars, verandert daardoor de toestand van je gemoed. Je wordt er blij of verdrietig of van. Het kan je blij maken of je verontwaardiging oproepen. De toestand van je gemoed is een antwoord op je beleving van de werkelijkheid. Dat kun je niet plannen of programmeren. Dat gebeurt gewoon.
Zo’n gevoel is een bericht van je ziel over de kwaliteit van de levenssituatie waarin je je bevindt.
En dat betreft ook je eigen gedrag.
Je doet iets en je ervaart daarbij een gevoel van onbehagen. Dat gevoel van onbehagen is een boodschapper van je ziel die je laat weten dat je verkeerd bezig bent. Het is een uiting van gnosis, het weten van de liefde.
Wat doe je dan?
Je kunt dat gevoel negeren. Ja, dat kunnen we, als mens. Je slaat dan die boodschapper dood.
En nog een.
En nog een.
Maar als je daarmee doorgaat zal er ooit een diep innerlijk protest in je ontstaan, een wanhoop misschien over je bestaan. In deze gelijkenis is dit de zoon, je eigen wezenskern, de Christus in je.
Sla je die ook dood? Dan kruisig je de Christus in jezelf. Daar word je zelf een dode van. Het is een soort zelfmoord van je ziel.

Maar je zult in je leven ook andere boodschappen krijgen.
Je bent met iets bezig en dat geeft je een tintelend gevoel van plezier. Je ziel vertelt je dat dit jouw pad is. Het is een innerlijke bevestiging dat dit de zin van je bestaan is. Met jouw werk, je handelen in de wereld, betaal je de pacht die je aan het leven verschuldigd bent. Ook die levensvreugde is een uiting van gnosis, het weten van de liefde.
Dat is mooi, heel mooi zelfs. Maar wat doe je ermee? Misschien was je wel iets heel anders van plan en komt het niet zo gelegen. Misschien durf je niet op te treden tegen je omgeving die je dit niet wil toestaan en je erom uitlacht. En dan sla je die boodschapper toch ook maar dood.
En nog een.
En nog een.
En ook dan zal er vroeg of laat een diep innerlijk protest in je oprijzen, een depressie misschien. En als je ook daar niet naar luistert zul je ook dan de Christus in jezelf kruisigen. Ook daar ga je spiritueel dood van.
Ja, wie oren heeft die hore!

Parallellen

De parallellen zijn bedoeld voor nadere studie. Ze zijn zeker niet altijd in overeenstemming met het Thomas-evangelie. Want ook contrasten met bijvoorbeeld citaten uit de Bijbel zijn van belang voor het verstaan van de betekenis.

Bijbel

Paulus, Romeinen 8

17 En nu we zijn kinderen zijn, zijn we ook zijn erfgenamen, erfgenamen van God. Samen met Christus zijn wij erfgenamen: wij moeten delen in zijn lijden om met hem te kunnen delen in Gods luister.

Lucas 20:9-18

9 Hij vertelde de menigte de volgende gelijkenis: ‘Een man legde een wijngaard aan en verpachtte die aan wijnbouwers, waarna hij voor geruime tijd op reis ging.
10 Na verloop van tijd stuurde hij een knecht naar de wijnbouwers, die het deel van de oogst dat de eigenaar toekwam in ontvangst moest nemen. Maar de wijnbouwers ranselden hem af en stuurden hem met lege handen weg.
11 Daarna stuurde hij een andere knecht. Ook die werd afgeranseld, en nadat ze hem hadden vernederd stuurden ze ook hem met lege handen weg.
12 De eigenaar stuurde toen een derde knecht, maar ook die werd afgetuigd en de wijngaard uitgegooid.
13 Toen zei de eigenaar van de wijngaard: “Wat moet ik doen? Ik zal mijn geliefde zoon naar hen toe sturen, voor hem zullen ze toch wel ontzag hebben.”
14 Toen de wijnbouwers hem zagen, overlegden ze met elkaar en zeiden: “Dat is de erfgenaam! Laten we hem doden, dan is de erfenis voor ons.”
15 En ze gooiden hem de wijngaard uit en doodden hem. Wat zal de eigenaar van de wijngaard nu met hen doen?
16 Hij komt zelf, doodt de wijnbouwers en geeft de wijngaard aan anderen.’ Toen de mensen dit hoorden, zeiden ze: ‘Dat nooit!’
17 Maar hij keek hen aan en vroeg: ‘Wat betekent dan wat er geschreven staat: “De steen die de bouwers afkeurden is de hoeksteen geworden”?
18 Iedereen die over die steen struikelt zal gebroken worden, en iedereen op wie die steen valt zal worden verpletterd.’

Matteüs 21:33-42

33 Luister naar een andere gelijkenis. Er was eens een landheer die een wijngaard aanlegde en hem omheinde. Hij groef er een kuil voor de wijnpers en bouwde een uitkijktoren. Toen verpachtte hij hem aan wijnbouwers en ging op reis.
34 Tegen de tijd van de druivenoogst stuurde hij zijn knechten naar de wijnbouwers om zijn vruchten in ontvangst te nemen.
35 Maar de wijnbouwers grepen de knechten, ze mishandelden er een, doodden een ander en stenigden een derde.
36 Daarna stuurde de landheer andere knechten, een grotere groep dan eerst, maar met hen deden ze hetzelfde.
37 Ten slotte stuurde hij zijn zoon naar hen toe, met de gedachte: Voor mijn zoon zullen ze wel ontzag hebben.38 Toen de wijnbouwers de zoon zagen, zeiden ze onder elkaar: “Dat is de erfgenaam! Kom op, laten we hem doden en zo zijn erfenis opstrijken,”
39 en ze grepen hem vast, gooiden hem de wijngaard uit en doodden hem.
40 Wanneer nu de eigenaar van de wijngaard komt, wat moet hij dan met die wijnbouwers doen?’
41 Ze antwoordden: ‘De onmensen! Laat hij ze op een mensonwaardige manier ombrengen en de wijngaard verpachten aan andere wijnbouwers, die de vruchten wel aan hem afdragen wanneer het daar de tijd voor is.’
42 Daarop zei Jezus tegen hen: ‘Hebt u dit nooit in de Schriften gelezen:

De steen die de bouwers afkeurden
is de hoeksteen geworden.
Dankzij de Heer is dit gebeurd,
wonderbaarlijk is het om te zien.

Marcus 12:1-11

1 Hij begon tegen hen te spreken in gelijkenissen: ‘Een man legde een wijngaard aan en omheinde die. Hij groef een kuil voor de wijnpers en bouwde een uitkijktoren. Hij verpachtte de wijngaard aan wijnbouwers en ging op reis.
2 Na verloop van tijd stuurde hij een knecht naar de wijnbouwers om zijn deel van de opbrengst van hen te ontvangen;
3 maar ze grepen hem vast, mishandelden hem en stuurden hem met lege handen terug.
4 Daarna stuurde hij een andere knecht naar hen toe, die ze in het gezicht sloegen en vernederden.
5 Hij stuurde nog een derde, die ze doodden, en nog vele anderen; sommigen werden door de wijnbouwers mishandeld en anderen werden door hen gedood.
6 Ten slotte was alleen nog zijn geliefde zoon over; die stuurde hij als laatste naar hen toe, met de gedachte: Voor mijn zoon zullen ze wel ontzag hebben.
7 Maar de wijnbouwers zeiden tegen elkaar: “Dat is de erfgenaam. Kom op, laten we hem doden, dan is de erfenis van ons.”
8 Ze grepen hem vast en doodden hem en gooiden zijn lichaam buiten de wijngaard.
9 Wat zal de eigenaar van de wijngaard daarna doen? Hij zal zelf komen om de wijnbouwers om te brengen en hij zal de wijngaard aan anderen geven.
10 Hebt u deze schrifttekst dan niet gelezen:

De steen die de bouwers afkeurden
is de hoeksteen geworden.
11 Dankzij de Heer is dit gebeurd,
wonderbaarlijk is het om te zien.

Openbaring 2:7

Wie oren heeft, moet horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt. Wie overwint zal ik laten eten van de levensboom die in Gods paradijs staat.”

Openbaring 2:17

Wie oren heeft, moet horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt. Wie overwint zal ik van het verborgen manna geven, en ook een wit steentje waarop een nieuwe naam staat die niemand kent, behalve degene die het ontvangt.”

Openbaring 2:29

Wie oren heeft, moet horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt.

Openbaringen 3:6

Wie oren heeft, moet horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt.

Openbaring 3:13

Wie oren heeft, moet horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt.

Openbaring 3:22

Wie oren heeft, moet horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt.

Sufisme

De Herberg, Rumi

Dit mens-zijn is een soort herberg:
elke ochtend weer nieuw bezoek.

Een vreugde, een droefheid, een benauwdheid,
een flits van inzicht komt
als een onverwachte gast.

Verwelkom ze, ontvang ze allemaal gastvrij!
Zelfs als er een menigte verdriet binnenkomt
die met geweld je hele huisraad aan diggelen slaat.

Behandel dan toch elke gast met eerbied.
Misschien komt hij de boel ontruimen
om plaats te maken voor vreugde…

De donkere gedachte, schaamte, het venijn,
ontmoet ze bij de voordeur met een brede glimlach
en vraag ze erbij te komen zitten.

Wees blij met iedereen die langs komt.
De hemel heeft ze stuk voor stuk gestuurd
om jou als raadgever te dienen.

Jung

God heeft nooit anders tot de mens gesproken als in de ziel en door de ziel. [2]

[1] Het Evangelie van Thomas, Het weten van een ongelovige, Bram Moerland, 2014, AnkhHermes ISBN 9789020210774
[2] Geciteerd uit Tjeu van den Berk, Het Numineuze, p. 174

was o.a. docent filosofie aan de School voor Journalistiek in Utrecht. Met zijn ontdekking van de katharen begon voor hem een historische en steeds persoonlijker wordende speurtocht naar de verborgen spirituele traditie van de gnosis, waarover hij vele lezingen gaf en boeken schreef.