De Spaanse muzikale erfenis in de Cariben en Latijns-Amerika 3

0

Fred de Haas

De Arabische ondertoon

deel 1deel 2deel 3 

Bovengenoemde instrumenten hebben meestal dezelfde stemming als die welke ze hadden in de 17e eeuw. Bij het stemmen van hun instrument moesten de muzikanten kennelijk aanvoelen hoe ver ze een bepaalde snaar moesten aandraaien want Luys de Milán schreef in zijn ‘El Maestro’ uit 1535 in een aanwijzing voor het stemmen:

‘Subiréys la prima tan alto quanto lo pueda sufrir’
de eerste snaar net zo hoog aandraaien tot ie net niet knapt.

Vaak hebben die stemmingen ook een Arabische inslag. Dat geldt o.a. voor de bandola (Venezuela), de jarocho (Vera Cruz), de tres (Cuba), de Portorikeinse cuatro, de bordonúa (Puerto Rico, Santo Domingo), ook genoemd de ‘guitarra ronca’ vanwege zijn dikke snaren (bordones), de laúd (Cuba, Puerto Rico voor guajiro en jíbaro muziek).

In Spanje ging men, na de verdrijving van de Arabieren, de voorkeur geven aan de ‘guitarra latina’ boven de ‘guitarra morisca’.

U hoort hier de ‘moorse gitaar’ bespeeld door Simone Sorini:

Musica Medievale ― chitarra morisca (asc. 30″) ― Simone Sorini

De verdwijning van de chitarra moresca had consequenties voor de ontwikkeling van de muziek, want hiermee verdween ook de mogelijkheid om de subtielere toonverschillen te maken die zo kenmerkend zijn voor de Arabische muziek. Er blijven maar weinig sporen achter van die vroegere subtiele modulaties en opeenvolgende harmonieën. In de Spaanse flamencozang zijn de Arabische modulaties wel ― zij het gedeeltelijk ― bewaard gebleven. De invloed van de flamencomuziek is beperkt gebleven tot de Caribische kusten van Mexico en Venezuela. Daar treft men nog die typische dalende akkoordengang aan.

Luistert u naar ‘La Bamba’ uit Vera Cruz (Mexico) gespeeld door La Negra Graciana op de harp:

La Bamba

Spaans galjoen, 16e eeuw[1]

De Spaanse vloot en de muziek

Ongetwijfeld heeft, zoals gezegd, de bemanning van de Spaanse schepen, die uit vele streken van Spanje en het Middellands Zeegebied afkomstig was, hun schat aan nationale liederen meegenomen en verspreid.

Net als de ridderromans hebben de liederenbundels hun weg gevonden naar de Nieuwe Wereld. Daarbij was er ook sprake van Arabische invloed uit het Middellands Zeegebied.

Ook het Gregoriaans en de kerktoonladders hadden hun invloed. In onze tijd maakte de Chileense zangeres Violeta Parra hiervan dankbaar gebruik in veel van haar liederen. U hoort hier een fragment van ‘Se juntan dos palomitas’ (twee duifjes komen samen):

Se juntan dos palomitas ― Violeta Parra

Se juntan dos palomitas
En el árbol del amor
Fin de la separación que
Los tenía contigo
Brillaba con sus rayitos
El sol en ese entretanto
Los dos en un sólo manto
Se arrebozaron dichosos
Y sin clarín misterioso
Palomito yo te canto
Como el clavel y la rosa
Florecen en el jardín
La dalia con el jazmín
Y la azucena olorosa

[…]

Twee duifjes komen samen
nestelen in de liefdesboom.
Opgeheven is de scheiding
door jou steeds ingetoomd.
intussen scheen het zonnetje
met stralen glanzend schoon.
Gelukkig, in één verenkleed geborgen,
samen, aan het oog onttrokken.
zonder schallende bazuin
bezing ik jou, mijn duifje
als de anjer en de roos,
die bloeien in de aarde,
de dahlia, de jasmijn
de lelie geurend in de tuin

[…]

Majeur en Mineur toonaarden

De majeur- en mineur toonaarden uit de overgangstijd van Renaissance naar Barok zorgden voor de melancholieke toon van veel liederen:

México ― Barroco Novohispano

Men zong graag verzen van 10 regels, de zogenaamde ‘décimas’, ook een uitvinding van Vicente Espinel.
Hier hoort u hoe de décima in verschillende Zuid-Amerikaanse landen wordt geïnterpreteerd:

La Décima Puertorriqueña

In Venezuela en Colombia hebben we de ‘galerón’ die eenzelfde Andalusisch akkoordenschema volgt. De naam ‘galerón’ is misschien ontleend aan de ‘Fiesta de los galeones’ dat vanaf het begin van de 17e eeuw werd gevierd op het vasteland als dank voor de veilige aankomst van de Spaanse vloot uit Spanje. De vloot van Cartagena werd ‘La flota de los galeones’ genoemd omdat er oorlogsschepen (galeones) meevoeren ter bescherming van de handelsschepen.

Een andere verklaring relateert de liederen aan de naam van de lange konvooien van wagens die zich in vroeger tijden verplaatsten over de Llanos (uitgestrekte grasvlakten) en die ‘galeras’ werden genoemd. De liederen die onderweg zouden zijn gezongen zouden daarom ‘galerones’zijn genoemd.

Met dat type etymologieën moet je echter voorzichtig zijn. Veel van dit soort etymologieën zijn wel leuk maar er is vaak geen gedocumenteerd bewijs voor.

Dit is een galerón llanero uit de Colombiaanse en Venezolaanse ‘llanos’:

Galeron Llanero

De muziek in het binnenland

In het achterland van de grote havensteden ontwikkelde zich in de loop van de 17e en 18e eeuw een landelijke muziekstijl die zich tot op de dag van heden gedeeltelijk heeft gehandhaafd. In het binnenland woonden veel mestiezen en mulatten die vanwege hun lage sociale status met nogal minachtende namen werden aangeduid: guajiros, jíbaros, llaneros, criollos, jarochos. ‘Boeren’ zouden wij zeggen.
Deze namen zijn nu gemeengoed geworden en worden niet langer als minderwaardig gevoeld. Integendeel.

De liederenschat en muziekstijlen van deze mestiezen en mulatten vertoonden veel onderlinge overeenkomsten, hoewel de mensen ver van elkaar vandaan woonden en contacten dus schaars waren. Daarnaast ontwikkelde elke streek ook zijn eigen stijl.

Overal werd gedanst op feesten die ‘fandangos’ werden genoemd. Uit de contacten op deze fandangos ontwikkelden zich vele muzieksoorten zoals de son jarocho en de joropo (die ook weer onderverdeeld wordt in genres zoals de zumba-que-zumba en de golpe).

Venezolaanse virtuozen uit het volk spelen voor u een ‘zumba que zumba op Bandola en Cuatro:

Zumba que Zumba

Sporen van de oude Spaanse muziek

Voor de leek is het vaak niet eenvoudig om sporen aan te wijzen die de oude Spaanse muziek in de Latijns-Amerikaanse muziek heeft achtergelaten. Maar om ons toch een beeld te kunnen vormen van die oude invloeden zijn er toch wel wat bekende muzikale verschijnselen aan te wijzen die hierop duiden.Vooral het Andalusische akkoordenschema is kenmerkend voor de Spaanse invloed.

Wie nog een voorbeeld wil hebben van een oude Andalusische volgorde van akkoorden kan eens luisteren naar een Polo Margariteño gezongen door Soledad Bravo (onder de opname hierbij ook een tekstfragment):

Polo Margariteño ― Soledad Bravo

El cantar tiene sentido, el cantar tiene sentido
entendimiento y razón 2x

La buena pronunciación, la buena pronunciación
y el instrumento al oído 2x

Mira ese lirio que el tiempo lo consume
Y hay una fuente que lo hace florecer 2x

Tu eres el lirio, ay dame tu perfume
Yo soy la fuente, que déjame correr 2x

Zingen is gevoel,
begrip en rede 2x

Met een goede dictie en
instrumenten op gehoor gestemd 2x

Kijk hoe de tijd vreet aan de lelie
naast de bron die haar doet bloeien 2x

Jij bent de lelie, geef mij je geur,
ik ben de bron, laat me toch stromen 2x

Ook liederen in de stijl van ‘La llorona’ uit Mexico zijn goede voorbeelden. Als je ‘La llorona’ in E-mineur speelt op de gitaar krijg je de volgende volgorde van akkoorden: E-mineur, D-majeur, C-Majeur, B7 (septime). Hier is een versie van La llorona gezongen door Susana Harp. Hierbij ook de door haar gezongen tekst van de eerste drie coupletten:

La Llorona ― Susana Harp

En el cielo nace el sol ¡ay! llorona,
En el mar nace la luna, [2x]
Y en el corazón me nace ¡ay! llorona,
Quererte como a ninguna. [2x]

Ay, de mi llorona
Llorona de azul silvestre, [2x]
Con tu rebozo en el aire ¡ay! llorona,
Para decir que me quieres. [2x]

No sé que tienen las flores llorona,
Las flores del camposanto, [2x]
Que cuando las mueve el viento llorona,
Parece que están llorando. [2x]

De hemel baart de zon, o vrouw in tranen,
de maan wordt geboren in zee.
Mijn hart bezielt je tranen, vrouw;
het is vol liefde, en alleen bestemd voor jou.

Wee mij, ach lieve vrouw in tranen,
blauw wenend als een bos in rouw.
Je schoudermantel, hoog, die zegt:
‘ik ween en houd van jou’.

Wat hebben toch de bloemen, vrouw in tranen,
de bloemen op de dodenakker ginds?
Wanneer de wind hen wiegt, o vrouw in tranen,
wenen ze, misschien, om wie je mint.

Het oorspronkelijk Andalusische akkoordenschema kunnen we beluisteren in een interpretatie van het 16e eeuwse Spaanse ‘Guárdame las Vacas’ (‘Hoed mijn koeien’) van Luis de Narváez (1500-± 1555):

Luys de Narváez ― “Siete Diferencias sobre Guárdame las vacas” ― Dolores Costoyas, vihuela

De ‘rasgueo’

De ‘rasgueo’, d.w.z. het met alle vingers strijken over de snaren is al een heel oude manier van spelen. In de Quijote van Cervantes uit 1605 lezen we[2] :

‘era un poco músico y tocaba una guitarra a lo rasgado, de manera que dezian algunos que la hazia hablar’
hij liefhebberde in muziek en liet bij het gitaarspelen al zijn vingers over de snaren glijden, zodat het leek of ie de gitaar liet spreken.

Een klein lesje ‘rasgueo’ door Pepe Romero

Pepe Romero ― Rasgueado ― Mini lesson

Sommige moderne muzikanten die op de Paraguayaanse of Venezolaanse harp spelen maken halve tonen op de harp door de nagel van een vinger op de klankkast onder een bepaalde snaar te drukken. Dat deed men in de 16e eeuw ook al en die ― geniale maar primitieve ― manier om halve tonen te maken heette ‘a la manera de Ludovico’ (op de manier van Lodewijk), de naam van een virtuoos uit die tijd. Die terminologie wordt nog gebruikt in Venezuela en Colombia. De volgende Fantasía X is van Alonso Mudarra (1546) en wordt gespeeld op een Tripelharp door Ariana Savall:

Alonso Mudarra ― Fantasia X “que contrahaze la harpa en la manera de Ludovico” ― Arianna Savall

De falset (het overslaan van de stem)

Een ander overblijfsel uit de Spaanse koloniale tijd is het gebruik van de falset die ook werd toegepast in arbeidsliedjes van zeelui uit het vroege Middellandse Zeegebied. Men noemde dat de ‘arte de zalomar’. ‘Zalomar’ is een verbastering van het Arabische ‘Salam’ (‘Vrede’) dat werd gezongen bij het aan boord halen van de vis. Men neemt aan dat de falset van oorsprong Arabisch is en stamt uit het Oostelijk Middellandse Zeegebied.

Je hoort de falset, bijvoorbeeld, in de volgende Mexicaanse ‘Son Huasteco’:

Tlacuatzin ― son huasteco … La Pasión

La pasión que se albergó en mi pecho consentida
Hace tiempo se alejó y no volverá a mi vida.
Si tu amor me despreció hoy celebro tu partida.
Como dijera Sor Juana en versos hechos canciones:
‘La perfección más humana y aunque goza de excepciones
Se acredita soberana si eres libre de pasiones’.
Corazón de golondrina no supiste hacer verano
Flor de mayo luchó herida en la oquedad de tu mano
Y en su torrente abatida la pasión por ti fue en vano.

De hartstocht die zich gretig in mijn boezem nestelde,
is allang verdwenen en komt niet meer in mijn leven terug.
Als jouw liefde mij ooit verachtte,
ben ik nu blij dat ie verdwenen is.
Zoals Sor Juana ooit zei in haar verzen die tot liederen zijn gemaakt:
‘De menselijkste volmaaktheid, hoewel hierop uitzonderingen zijn,
zegeviert als je vrij bent van hartstochten’. Zwaluwhartje, jij kon geen zomer maken,
het Meibloempje streed gewond in de holte van je hand
en mijn stormachtige passie voor jou ging liggen en was vergeefs.

Zuid-Amerikaanse dans

De Zuid-Amerikaanse dansen zijn afgeleid van de straat- en volksdansen uit het 17e eeuwse koloniale Spanje. Een goed voorbeeld hiervan is de ‘Zapateo’, het trappelen op de Arabische manier (‘A la manera morisca’) op een houten podium of plankier.

Hier is een gestyleerde ‘zapateado’ uit het ballet ‘Zambra’ van de Spaanse componist Pablo Sarasate (1844-1908):

Ballet Zambra ‘Zapateado’ ― Pablo Sarasate

Wat opvalt is dat Zuid-Amerikaanse dansers bescheiden armbewegingen maken, terwijl die manier van dansen juist in Andalusië zo populair was. Kijkt u ook eens naar het voetenwerk in deze enthousiast uitgevoerde Cueca uit Chili met sterke reminiscenties aan de Spaanse ritmiek:

La cueca completa ― Paso a paso

Ook het adembenemende trommelspel op de Argentijnse ‘Bombo’ en de zapateo van de in gauchostijl aangeklede artiesten is de moeite waard:

Show de Malambo y Boleadoras ― En Vivo Mercado Agricola

Het ritme van dans en zang uit de Spaanse Renaissance was meestal driedelig, hoewel het tweedelige ritme ook aanwezig was in de boerendansen, vooral in de snelle ‘Villano’, een dans die, met talloze versies, in de 16e en 17e eeuw werd gedanst en gezongen en later door de aristocratische milieus werd geadopteerd. Wat opvalt in de Villano is de haast obsessieve herhaling van het refrein.

Hier is een Villano uit de 17e eeuw, vergezeld door illustraties van Gustave Doré. De oorspronkelijke tekst uit Don Quijote, II, 35 wijkt af van de in deze opname gezongen tekst:

Al villano se la dan ― Anónimo S. XVII

Dit is de gezongen tekst met een letterlijke vertaling met weglating van de herhalingen:

Al villano se la dan,
la ventura con el pan.
Año bueno, Rey,
tuvimos, porque sembrando en el suelo,
y ayudándonos el cielo,
mucho pan al fin cogimos.
Al villano se la dan,
la cebolla con el pan.
Más si Dios quiere y vivimos,
si después nos lo comemos,
más contentos quedaremos,
que comiendo de un faysán.
Al villano se la dan,
la ventura con el pan.

De boer krijgt
brood met geluk.
Het was een mooi jaar, Koning,
want met hulp van de hemel
heeft het zaaigoed
veel graan (brood) opgeleverd.
De boer krijgt
brood met geluk.
Zo God het wil en wij mogen leven en
brood mogen eten
dan zullen we gelukkiger zijn dan wanneer we als maaltijd fazant zouden nuttigen.
De boer krijgt
brood met geluk

Tot slot

Met deze artikelen hoop ik u een idee te hebben gegeven van de wijze waarop de cultuur van het Iberisch schiereiland zich in vroeger eeuwen heeft genesteld in het Caribisch gebied en Latijns Amerika.

Misschien is dit een aansporing om eens zelfstandig op zoek te gaan naar bronnen die ingaan op de muziek die eigen is aan bepaalde landen en streken. Kijkt u om te beginnen en om in de geest van dit artikel te blijven vooral eens op ‘Música temprana’:

La despedida ― Música Temprana

Noten

[1] Bron: Spanish Galleon
[2] Lezen we op bladzij 268 (El ingenioso hidalgo don Quijote de la Mancha. Editorial Porrúa, vigésimo edición, México, 1981)

Avatar foto

studeerde cum laude af in de Franse, Spaanse en Portugese taal- en letterkunde. Vanaf het begin combineerde hij zijn functies met werkzaamheden als literair vertaler. Fred de Haas vertaalde onder meer uit het Papiaments, het Frans, het Spaans en het Russisch. Hij is leider, zanger en gitarist bij het Latijns-Amerikaans ensemble Alma Latina.