Een eenheidsspelling voor het Papiaments

0
Vervreemding en eigenheid

Fred de Haas

(2015) ― Spreektaal en schrijftaal ― een Spaanse spellinggeschiedenis ― vele varianten in vele talen ― het ‘etymologische’ en ‘fonologische’ model ― een functionele spelling ― standaardisatie in het Curaçaose ‘Gouden’ en het Arubaanse ‘Blauwe’ boekje ― de worsteling op de Franse Cariben ― antropologische en politieke aspecten

Marcus Tullius Cicero[1]

Elke taal is begonnen als spreektaal. Het schrift kwam pas veel later. Ook duurde het soms lang voordat een ― van een standaardtaal afgeleide ― gesproken volkstaal werd erkend als een ‘echte’ taal.

Het Latijn dat overal in het Romeinse Rijk werd gesproken viel tijdens een eeuwenlang proces uiteen in verschillende talen die later de naam ‘Romaanse’ talen kregen. Het Frans, Spaans en Portugees zijn hier voorbeelden van. Pas in 813 werd op het Concilie van Tours de priesters aangeraden om geen klassiek Latijn meer te gebruiken in hun preken, maar de ‘gewone volkstaal’ die uit het gesproken Latijn was ontstaan.

Het Latijn verdween, trouwens, niet van vandaag op morgen. Nog in de 16e eeuw werd de filosoof Montaigne door zijn vader in het Latijn opgevoed en pas in de 17e eeuw werd het Frans de prestigieuze taal die het tot op heden is gebleven, de taal van Molière, Hugo, Maupassant, Baudelaire en Houellebecq. Tot in de 18e eeuw bleef het Latijn de taal van de wetenschap.

We hoeven ons er dus niet over te verwonderen dat de onder dwang (kolonialisme en slavernij) ontstane Creoolse talen als het Papiaments en het Franse Kréyol ook lange tijd hebben moeten wachten voordat ze een volwaardige plaats konden veroveren in de maatschappij, niet alleen als een gesproken maar ook als een geschreven taal.

Het Creools van, bijvoorbeeld, Martinique, werd lange tijd niet au sérieux genomen en ― mutatis mutandis ― net als het Papiaments aangeduid als ‘jargon’ (= onbegrijpelijk taaltje), ‘français corrompu’ (= bedorven Frans) of ‘baragouin’ (= barbaars taaltje). En nog steeds hangt er een schaduw over de status van het nog niet als officiële taal erkende Creools van Martinique en Guadeloupe.

Papiaments van Aruba, Curaçao en Bonaire en het Creools van Haïti zijn officieel erkende talen.

In de loop van deze beschouwing bespreken we de moeilijke weg die moet worden afgelegd voordat een taal een adequate spelling krijgt.

De spelling van het Spaans

Statuten Real Academia Española (1715)[2]

Het is voor degenen die niet elke dag te maken hebben met de problematiek van de spelling misschien verhelderend om te beseffen dat de spelling van het hedendaagse Spaans (waar de Arubaanse spellingmeesters zeker met één oog naar hebben gekeken) ook zelf een lange ontwikkeling heeft gekend.

Wie de oorspronkelijke Spaanse versie van het verhaal van Don Quichotte onder ogen krijgt beseft dat ie nog steeds een aardig eindje verwijderd is van het moderne Spaans. Hier volgt ter illustratie een klein fragment uit het beroemde boek van Cervantes uit 1627. We zijn dan midden in de zogenaamde ‘Gouden Eeuw’, de Siglo de Oro:

‘Todo lo que vuestra merced hasta aqui me ha dicho, dixo Sancho, lo he entendido muy bien, pero con todo esso querria que vuestra merced me sorbiesse vna duda, que agora en este punto me ha venido a la memoria. Assoluiesse, quieres dezir, Sancho, dixo don Quixote […]’

Vanwege het oude Spaanse spellingsysteem was er zo’n onoverbrugbare kloof ontstaan met de eigentijdse uitspraak dat de Spaanse Academie in 1726 besloot om terug te gaan naar de oude Latijnse (!) schrijfwijze. Dat betekende dus een terugkeer naar de etymologische spelling. Men schreef niet langer ‘vueno’ en ‘provar’, maar ‘bueno’ en ‘probar’ (Latijn ‘bonum’ en ‘probare’). Ook ‘ombre’ en ‘oy’ werden vervangen door ‘hombre’ (Latijn ‘hominem’) en ‘hoy’ (Latijn ‘hodie’). De vijftiende-eeuwse ‘ç’ werd vervangen door de ‘c’ en de ‘z’: ‘hacer’, ‘ciudad’, ‘zapato’ en ‘esfuerzo’. Pas in 1815 werd de Spaanse ‘x’ vervangen door de ‘j’ (jota).

Er werden ook fouten gemaakt omdat men zich soms vergiste in de juiste schrijfwijze van het Latijn. Zo werd het Latijnse ‘mirabilia’ in het Spaans ‘maravilla’, terwijl dit ― volgens het principe van de etymologie ― dus ‘marabilla’ (met een ‘b’) had moeten zijn. [3]

Niets zo veranderlijk als spelling en alfabet

Spelling en alfabet hangen met elkaar samen.

In de loop van de tijd hebben veel talen verschillende alfabetten gehad. Zo werd het Spaans in de Middeleeuwen door grote aantallen gebruikers geschreven in Latijnse, Hebreeuwse of Arabische letters. Het Duits kende, behalve het Latijnse, ook het Gotische schrift. Het Turks werd geschreven in Cyrillische, Armeense, Griekse, Hebreeuwse, Arabische en ― na 1924 ― in Latijnse letters. Het Yiddish kent een Hebreeuwse en een Latijnse notatie.

Het moet technisch niet moeilijk zijn om, met gebruikmaking van het Latijnse alfabet, voor het Papiaments een eenheidsspelling te ontwikkelen voor de inwoners van de drie Papiamentstalige eilanden.
Ook Haïti is in staat geweest om één ― officiële ― Creoolse spelling te ontwerpen voor een bevolking van 10 miljoen mensen.

Organisch gegroeide spellingsystemen

In tegenstelling tot de ontstaansgeschiedenis van de verschillende bestaande spellingwijzen van Creoolse talen als het Papiaments zijn de manieren van spellen van, bijvoorbeeld, het Frans en het Engels niet vastgesteld door een commissie aan de vergadertafel maar organisch gegroeid vanuit een Latijns model. Men maakte zich daarbij ook niet druk om de al of niet ‘makkelijke’ leesbaarheid van het schrift. Dat kwam omdat men alleen rekening hield met de studerende elite en zich weinig aantrok van de miljoenen ongeschoolde ‘andere’ mensen en al helemaal niets van vrouwen. Al met al heeft die manier van doen ervoor gezorgd dat het aanleren van de abstracte Franse en Engelse spelling voor de meeste mensen moeilijk is en er, ook op latere leeftijd, veel ‘fouten’ tegen gemaakt worden. Het lezen in die talen gaat een stuk makkelijker omdat lezen, net als bij het spreken, samengaat met raden, veronderstellen en aanvullen.

Woordenboeken van Sidney M. Joubert. Aan de dikte van de woordenboeken kan men het aantal woorden in beide talen aflezen ― foto FdH

Hadden de oude talen nog eeuwen de tijd om zich te ontwikkelen, de Creoolse taalgebruikers konden het zich niet permitteren om nog honderden jaren te wachten totdat er een organisch volgroeide spelling uit de bus zou komen rollen. Er moest dus iets gebeuren op niet al te lange termijn. En daarbij was het de vraag welke van de bestaande spellingsystemen het meest in aanmerking konden komen voor een taal als het Papiaments.

De negentiende eeuw kende alleen nog maar de etymologische en fonetische (één klank = één teken) spelling. Er waren wel mensen geweest die tussenwegen hadden bedacht, maar pas in de eerste helft van de 20e eeuw brak de zogeheten fonologische spelling door.

Het etymologische en fonologische model

Een zuiver ‘etymologische’ spelling zou alle klinkers en medeklinkers van het oorspronkelijke, bijvoorbeeld Spaanse, woord moeten behouden. Omdat dit niet mogelijk is moeten er keuzes worden gemaakt en compromissen gesloten. Daardoor kan de spelling niet puur etymologisch zijn maar zal er eerder sprake zijn van een ‘etymologiserende’ spelling, waardoor de oorsprong of afkomst van een woord al direct minder duidelijk wordt.

Voor degenen die het moderne Spaans niet beheersen, heeft het etymologiserende karakter van de Arubaanse spelling weinig betekenis. Overigens is kennis van het Spaans geen ‘must’, want een autonome Creoolse spelling veronderstelt geen kennis van een ander spellingsysteem.

Een fonologische spelling waarbij klank en teken een zichtbare eenheid vormen, kan er de oorzaak van zijn dat er teveel extra informatie verdwijnt. Een lezer herkent meestal een woord of (gedeelte van) een zin voordat ie hem helemaal heeft geanalyseerd. En een strikt fonologische spelling dwingt de lezer haast om woorden lettergreep voor lettergreep te analyseren.

Behalve in een fonetisch alfabet is er geen enkele reden om het principe van ‘één teken = één klank’ tot elke prijs te willen handhaven.

Er wordt vaak gedacht dat een fonologische spelling de oorsprong van een woord verbergt. Dat is onjuist. Een fonologische spelling is neutraal. Het kunnen zien van een ‘oorsprong’ is trouwens maar zeer betrekkelijk. Veel mensen kunnen het Papiamentse woord ‘drechi’ terugvoeren op het Spaanse ‘derecho’, maar wie weet nog dat het woord ‘derecho’ is te herleiden tot het Latijnse ‘directum’?

Alle alfabetische spellingen zijn op zijn minst voor een deel fonologisch. Een spelling is helemaal fonologisch als elk teken een klank voorstelt en elke klank een bepaald symbool heeft. Dat is een onmogelijke opgave. Vandaar dat de term ‘fonologiserend’ meer to the point is.

Omdat het leren van een fonologiserende spelling korter duurt dan het aanleren van een etymologiserende spelling kan dit voor een regering een reden zijn om te kiezen voor een fonologiserende benadering. Dat is het geval geweest in Haïti, waar men te maken had / heeft met een zeer hoog percentage analfabeten. Ook Curaçao heeft hier voorlopig voor gekozen, hoewel het percentage analfabeten daar beduidend kleiner is.

Mengvormen

Binnen een alfabetisch systeem vind je dus nooit een zuiver etymologische of zuiver fonologische spelling.

Een spellingsysteem zal om die reden dan ook een ‘gemengd’ karakter hebben dat ook nog eens voortkomt uit het feit dat men al of niet bewust wil aansluiten bij een voorgaande taalsituatie.

Een toekomstige eenheidsspelling voor het Papiaments kan allerlei mengvormen toelaten die door de heersende cultuur als gewenst zouden worden ervaren.

Laten we daarbij vooral niet vergeten dat spelling gewoon een stuk taalgereedschap is, een instrument waarvan je het belang nu ook weer niet moet overdrijven maar dat onmisbaar is in het onderwijs en de maatschappelijke communicatie.

Waar dient een spelling voor?

Tweetalige gedichtenbundel, Flamboyant/P (1976)

Vragen die eerst moeten worden beantwoord zijn: waar dient een spelling voor? En voor wie is een spelling in de eerste plaats bedoeld?

Een aantal voor de hand liggende antwoorden zijn de volgende:

  1. Spelling dient om op afstand te kunnen communiceren. Een schrijfwijze moet extra informatie bieden omdat je geen (zoals bij het spreken) informatie krijgt via gebaren, stand van de lippen, intonatie, klemtoon en ritme. Die extra informatie vanuit een bepaalde schrijfwijze kan een etymologische basis hebben. een woord als ‘hèrment’ (= werktuig) biedt meer houvast dan ‘èrmènt’, omdat ‘hèrment’ het Spaanse ‘herramienta’ oproept.
  2. De spelling moet in de eerste plaats worden ontworpen en gelezen door de sprekers van de taal.
  3. De spelling moet een adequaat werktuig zijn voor een echte literatuur. Dat wil zeggen dat een spelling het, bijvoorbeeld, mogelijk moet maken dat er associaties gemaakt kunnen worden en dichterlijke beelden opgeroepen.

Welke keuze men ook maakt voor een bepaalde manier van spellen, het is onvermijdelijk dat elke keuze antropologische en politieke kanten heeft.

Antropologische aspecten

Taal heeft te maken met de identiteit van een volk. Spelling heeft niets met identiteit te maken, maar het is daarom nog niet verstandig om een volk een spelling op te dringen waarin het zich niet herkent of die dwars ingaat tegen de culturele gewoonten.

Om die reden is het niet wenselijk om eigennamen ‘vanwege de spellingregels’ anders te gaan spellen, omdat dit als een aanslag op de identiteit kan worden ervaren. De geografische Arubaanse namen Andicuri en Kudawecha zijn om die reden acceptabele spellingen.

Ontwerpers van een spelling zullen altijd moeten kunnen uitleggen waarom ze voor een bepaalde spelling hebben gekozen. Dat kunnen redenen zijn die te maken hebben met innerlijke samenhang of makkelijker leesbaarheid. Mensen willen vooral een spelling die als ‘normaal’ wordt ervaren. Over die ‘normaliteit’ valt echter te twisten.

Politieke aspecten

Een spelling kan bewerkstelligen dat men zich dichter bij een groep of land voelt. Als je gebruik maakt van een ‘tilde’ op de N (= Ñ) dan voelt je je dichter bij de Spaanse spelling. Als je geen of heel weinig accenten in de taal gebruikt dan doet dat aan de Engelse gewoontes denken. Gebruik van veel accenten doet meer denken aan het Frans. Formeel doet zoiets er niet toe, maar gevoelsmatig des te meer.

Een accentpolitiek kan ook vervreemdend werken. De huidige spellingen van Aruba en Curaçao zijn daar een duidelijk bewijs van.

Het ontwerpen van een functionele spelling

Landhuis op Curaçao ― foto FdH

Het is een vergissing om te denken dat de schrijfwijze van een taal zoveel mogelijk de spreektaal moet weerspiegelen. Alleen het Internationaal Fonetisch Alfabet (1888) kan en moet de klanken van een taal precies weergeven. Zo’n alfabet heeft voor elke klank één teken. Voor het opzoeken van de uitspraak van een woord is zo’n methode een uitkomst en deze wordt dan ook toegepast in woordenboeken.

Zo’n alfabet is echter niet goed bruikbaar in het gewone leven. Daarvoor hebben we een spelling nodig die op overzichtelijke en leesbare wijze het verzorgde taalgebruik weergeeft en vooral niet allerlei varianten biedt die niet functioneel zijn.

De spelling moet ook de ontwikkeling van de taal kunnen volgen. Zo moet een spelling in staat zijn om leenwoorden goed weer te geven. Het ligt voor de hand dat het Papiaments nog veel zal ontlenen aan het Spaans. Het is makkelijk als de spelling hierop is berekend.

Geen verschillen in uitspraak verwerken in de spelling

Het is niet wenselijk om de verschillende manieren van uitspreken in de schrijfwijze van een taal onder te brengen.

Een voorbeeld uit het Frans mag dit verduidelijken. Het nasaal uitgesproken woord ‘lundi’ (= maandag) wordt in het Frans maar op één manier geschreven, maar op verschillende manieren uitgesproken. Een Parijzenaar zal zeggen [lendi], iemand uit Lyon zal de gewone uitspraak [lundi]er op na houden en een Franstalige spreker uit het Canadese Québec zal zeggen [lundji]. Maar voor een goed begrip biedt de spelling ‘lundi’ voldoende informatie. Niemand zal het in zijn hoofd halen om in een woordenboek het woord ‘lendi’ op te nemen.

In de woordenboeken van Joubert en Van Putte staat het woord ‘Papiamentu’ (met een ‘u’) echter pontificaal op een van de eerste bladzijden van hun woordenboek omdat men dat nu eenmaal zo in Curaçao uitspreekt. Het zou echter vanwege de taalkundige eenvormigheid voor de hand liggen om Papiamento (met een ‘o’ op het eind) te schrijven. De Curaçaoënaar weet zelf wel hoe hij dat woord wil uitspreken. Dat doen de Portugezen ook. Het woord ‘obrigado’ wordt uitgesproken als ‘obrigadu’, maar geen Portugees zou het in zijn hoofd halen om het woord als ‘obrigadu’ te spellen.

Standaardisatie van de spelling

Buki di Oro (2009) Fundashon pa Planifikashon di Idioma

Elke standaardisering van de taal moet enigszins rekening houden met de mate waarin de bevolking zich met dit model kan identificeren.

Het is daarom van belang dat er aan geselecteerde groepen uit de bevolking wordt gevraagd hun mening te geven over een bepaalde spellingwijze. Dan kan daar eventueel rekening mee worden gehouden. We bevinden ons dan wel op glad ijs, omdat beïnvloeding van buitenaf en een bepaalde gewenning aan een heersende spelling (‘normaliteit’) volstrekt niet denkbeeldig zijn.

In 1984 is er in Guadeloupe een workshop gehouden die vijf dagen duurde en waarin gedurende twee à drie uur per dag met groepen uit de bevolking werd gediscussieerd over onder andere het omzetten van gesproken taal in schrijftaal.

Uit het onderzoek kwam naar voren dat de deelnemers als het ‘meest Creools’ aanstreepten wat hen vroeger was aangeleerd. Het frappante was dat wat ze beschouwden als de ‘meest Creoolse’ schrijfwijze verschilde van de schrijfwijze die ze mooi en leesbaar vonden.

De native speakers hadden al met al een duidelijk idee van wat ze wilden met hun taal. Spellingschrijvers doen er dus verstandig aan om ― binnen redelijke proporties en na nauwkeurige weging ― zoveel mogelijk rekening te houden met de gevoelens van de native speaker.

Er moet rekening worden gehouden met het feit dat een nieuwe spelling een psychologisch conflict kan veroorzaken bij een groep die gewend is om een oudere spelling te verabsoluteren. Overigens zullen veel mensen zich nauwelijks interesseren voor hoe hun taal wordt gespeld.

De officiële vastlegging van de ‘Curaçaose’ spelling

De ‘fonologiserende’ spelling die op Curaçao en Bonaire wordt gehanteerd is vastgelegd in het ‘Buki di Oro’ (= het Gouden Boekje) onder de titel ‘Ortografia i Lista di palabra Papiamentu’ (Fundashon pa Planifikashon di Idioma, 2009).

I. en F. van Putte-de Windt hebben in hun brochure ‘Ortografia fonológiko di papiamentu’ (2009) commentaar geleverd op de inhoud van het Buki di Oro en een voorstel gedaan tot revisie. Hun kritiek, die onder andere betrekking heeft op accenten, klemtoon en wijze van afkorten, staat uitgebreid beschreven in de genoemde brochure. Zij pleiten ook voor het herinvoeren van de Yod, een teken dat al door R. Römer was voorgesteld in 1969. Dezelfde auteurs hebben in ‘Buki di oro, reseña (2010)’ hun commentaar op de officiële Curaçaose publicatie ‘Ortografia i Lista di palabra Papiamentu’ hervat.

De officiële vastlegging van de ‘Arubaanse spelling’

Vocabulario Ortografico di Papiamento (2009) Departamento di Enseñansa Aruba

De ‘etymologiserende’ spelling van Aruba is vastgelegd in wat in de volksmond het ‘Blauwe Boekje’ is gaan heten en als titel heeft ‘Vocabulario Ortografico di Papiamento’ (2009).

Omdat er tot nu toe weinig commentaar is verschenen met betrekking tot de inhoud van het ‘Blauwe Boekje’ zou ik hierbij de gelegenheid te baat willen nemen om een enkele opmerking te maken. Deze opmerkingen zijn bedoeld om te worden meegewogen bij het ontwerpen van een eenheidsspelling die de spellingen van het Blauwe en het Gouden Boekje zal overstijgen.

Het valt op dat het Arubaanse alfabet 27 letters en het Curaçaose 26 letters heeft (zie de respectievelijke boekjes op bladzijden 12 en 14). Dat zou bij een eenheidsspelling al direct rechtgetrokken kunnen worden. Die ‘ñ’ mag er best bij.

Wat betreft de accenten die in de Curaçaose spelling veelvuldig voorkomen, schrijft men in de Arubaanse spelling in principe liever geen accenten. Merkwaardig is dan ook dat er wel ineens accenten opduiken in Franse leenwoorden als paté, crèche, frère, crème, crêpepapier. Als verklaring hiervoor wordt gegeven dat voor deze woorden de Nederlandse spelling wordt gevolgd. Men kan hier een vraagteken bij zetten.

Omdat accenten ontbreken in de Arubaanse spelling is het zoeken naar de juiste klemtoon wat omslachtig. Een woord als ‘hipoteca’ kan verwijzen naar het zelfstandig naamwoord en heeft dan de klemtoon op de derde lettergreep [hipoteca] of het kan verwijzen naar het werkwoord. In het laatste geval ligt de klemtoon op de laatste lettergreep [hipoteca].

Om een aanwijzing te geven waar de klemtoon moet vallen heeft men in de lijst achter het woord ‘hipoteca’ een (s) of een (v) geschreven om aan te geven tot welke grammaticale categorie het woord moet worden gerekend (sustantivo / zelfstandig naamwoord of verbo / werkwoord). Als je dat eenmaal weet dan weet je ook waar de klemtoon moet vallen. Nogal bewerkelijk allemaal. Bij het woord ‘nabega’ vind je dan weer geen aanduiding. Spreek je dan uit nabega (klemtoon op de ‘e’) of nabega (klemtoon op de ‘a’)? In de Curaçaose spelling staat er gewoon een klemtoonteken op de ‘a’: nabegá. Aan de Curaçaose spelling kan weer worden verweten dat er teveel gebruik wordt gemaakt van accenten: ‘fèrfdó’, ‘èrmènt’. Waarom niet gewoon ‘ferfdó’ en ‘hermént’?

Grammaire du Créole martiniquais, (1999) L’Harmattan

Wat opvalt in de Papiamentstalige woordenlijst van Aruba is de genereuze plaats die er wordt ingeruimd voor een groot aantal Nederlandse woorden die precies hetzelfde gespeld worden als in de Nederlandse woordenboeken. Op de eerste 40 bladzijden tellen we al 90 Nederlandse leenwoorden waaronder: andijvie, boorwater, bruidsmeisje, appelmoes, augurk, asperge, bauxiet. En als je kijkt bij de ‘K’ op bladzij 206 staan daar op een paar Papiamentstalige woorden na alleen maar Nederlandse woorden. Dat doet op zijn minst wat vreemd aan in een woordenlijst voor native speakers.

Soms hebben de regels iets erg gekunstelds. Als je wil weten waarom ‘cion’ in een woord als ‘posicion’ met een ‘c’ en ‘sion’ in ‘decision’ met een ‘s’ wordt geschreven dan luidt de verklaring dat ‘sion’ (de vorm met een ‘s’) wordt geschreven onder andere in zelfstandige naamwoorden die niet hun vorm hebben behouden in de afleidingen. Heel vreemd.

Het zou te wensen zijn dat de regeringen van Aruba en Curaçao zouden besluiten om een Arubaans-Curaçaose commissie van competente mensen opdracht te geven om één spelling voor het taalgebied te ontwerpen die na een proefperiode van enkele jaren door wet bekrachtigd zou worden.

Elders in het Caribisch gebied

Aruba, Curaçao en Bonaire zijn niet de enige gebieden waar men worstelt met een geschikt spellingsysteem. Enkele voorbeelden uit het Caribisch gebied mogen dit verduidelijken.

Haïti is van alle Creools-Franse gebieden het enige land waar in 1980 bij wet een spellingsysteem op fonologisch-fonetische basis is vastgesteld. In 1987 werd het Creools (Kreyòl), naast het Frans, een officiële taal in Haïti.

Op Martinique en Guadeloupe, waar, in tegenstelling tot Haïti, het Kréyol geen officiële taal is, werkt men al 35 jaar aan een spelling die voor iedereen geschikt zou zijn en ‘echt Creools’ is. De instelling die zich hiermee bezighoudt is G.E.R.E.C. (Groupe d’Études et de Recherches en Espace Créolophone, 1975). De stichter van G.E.R.E.C. en voorman van de nieuwe spelling van het Franse Creools is de romanschrijver en geleerde Jean Bernabé.

Bernabé is van opvatting dat hoe verder het Creools in de spelling af staat van het Frans (het Kréyol is afgeleid van 17e eeuwse West-Franse dialecten) hoe meer het ‘echt Creools’ is.

Het moge duidelijk zijn dat de focus van G.E.R.E.C. dan ook is gericht op de ‘fonologische’ manier van spellen.

Approche cognitive du créole martiniquais

De situatie op de kleine Franse Antillen is een andere dan die op de Benedenwindse eilanden, waar de invloed van het Nederlands op de taal beperkt is. Men heeft op de Franse eilanden direct te maken met de officiële en ‘prestigieuze’ Franse taal die een grote invloed heeft op het taalgebruik van de bevolking die hoe langer hoe meer ‘Antilliaans Frans’ gaat spreken in plaats van het echte Kréyol.

In een interview uit 2003 op de UAG (Université des Antilles et de la Guyane, Fort-de-France, Martinique) heeft de auteur Raphaël Confiant, een van de medewerkers van G.E.R.E.C., zich laten ontvallen dat het niet ondenkbaar is dat het Kréyol in de loop van een paar generaties zal verdwijnen. Hij haalt daarbij het voorbeeld aan van het vroegere ― voor een Engelsman niet verstaanbare ― ‘Jamaican Creole’ dat het makkelijker verstaanbare ‘Caribbean English’ is geworden. Confiant gaf ook het voorbeeld van Trinidad waar in de 19e eeuw nog 70% van de bevolking een ― nu praktisch verdwenen ― Martinikaans Creools sprak. De eerste grammatica van het Franse Creools op Trinidad werd geschreven in 1869 door de Trinidadian John Jacob Thomas (The theory and Practice of Creole Grammar). Nog steeds zijn er kleine gebieden op Trinidad waar men Frans Creools spreekt.

Het is, in het licht van bovenstaande, niet ondenkbaar dat ook het Papiaments aanzienlijke veranderingen zal ondergaan en zelfs gedeeltelijk zou kunnen verdwijnen. Denk daarbij aan de grote instroom van Nederlanders op Bonaire waardoor het Nederlands aan invloed zal winnen en de grote aantallen Colombiaanse en Venezolaanse migranten op Aruba die ervoor zouden kunnen zorgen dat het Papiaments langzaamaan ‘verspaanst’ en misschien wel volkomen in het Spaans verdwijnt.

Ook al om die reden is het van groot belang dat de krachten worden gebundeld om voor het Papiaments tot één spelling te komen.

Een ‘uphill job’

Op 11 september 2015 vierde de in Nederland gevestigde Stichting SPLIKA, die het Papiaments en de Antilliaanse cultuur op vele manieren bevordert, haar 25e verjaardag. De Stichting tracht haar doel te bereiken door onder andere het organiseren van cursussen voor Papiamentstaligen en anderstaligen en het organiseren van lezingen, symposia en culturele manifestaties.

Ter gelegenheid van het jubileum van de Stichting SPLIKA waren de heren Ronald Severing, directeur van de Curaçaose Fundashon pa Planifikashon di Idioma en Ramon Todd Dandaré, voormalig directeur van het Taalinstituut van het Ministerie van Onderwijs op Aruba, uitgenodigd om in het Haags Historisch Museum voor een gemêleerd publiek hun ideeën te ontvouwen over de mogelijkheden om een eenheidsspelling voor het Papiaments te ontwikkelen, kortom om het ‘Buki di Oro’ en het ‘Blauwe Boekje’ (de spellinggidsen respectievelijk voor Curaçao / Bonaire en Aruba) te vervangen door een boekje waarin een spellingwijze zou worden gepresenteerd die zou voldoen op de drie Benedenwindse eilanden.

Pagina’s uit de Catecismo Corticu pa uso di catolicanan di Curacao ― Martinus Joannes Niewindt[4]

Hun inleidingen liepen vanaf de spelling van Monseigneur Niewindt (‘Catecismo pa uso di catolicanan di Curacao’, 1837) tot de dag van vandaag en schetsten het beeld van (te) veel pogingen om tot een adequate spelling te komen en evenzoveel pogingen die stelselmatig werden gefrustreerd door ‘de politiek’ of ‘gewoon’ in een geduldige la terechtkwamen.

De genadeslag voor een eenheidsspelling kwam in 1975 toen de toenmalige Premier van de Nederlandse Antillen Juancho Evertsz en de Arubaanse politicus Betico Croes besloten om de keuze van een spelling voor de moedertaal over te laten aan de verschillende eilandgebieden. Door dat rampzalige besluit werd de spelling een speelbal van lage politieke sentimenten met als uiteindelijk resultaat twee spellingsystemen voor een bevolking van ongeveer 260.000 mensen.

Zowel de heer Severing als de heer Todd Dandaré gaven tijdens hun inleidingen te kennen dat het meer dan dringend was om voor zo’n klein taalgebied als de Benedenwinden eindelijk één spelling te ontwerpen.

Maar hoe doe je zoiets? Het zal zeker niet liggen aan de spellingmeesters van de Arubaanse en Curaçaose taalinstituten. Helaas, zo proefde ik uit de mondelinge bijdragen van welingelichte individuen uit het publiek, moeten zij vechten tegen de bierkaai van de politiek die ― de integere politici niet te na gesproken ― vaak wordt bemand door incompetente ego’s die zich laten voeden door de waan van de dag en niet zozeer het belang van het volk als wel hun eigenbelang voor ogen hebben.

De spellingmeesters van Aruba en Curaçao verdienen ons aller steun bij hun streven om de ‘beste’ spelling voor hun moedertaal te ontwerpen. Ik wil, als steun in de rug voor deze spellingontwerpers, besluiten met een citaat (‘oude spelling’) uit een gedicht van Pierre Lauffer (Kantika pa Bjentu, DE WIT N.V., Oranjestad, Aruba, 1963, p. 22):

‘pero malatí di mi spiritu
ta forsami sigui lastra
riba mi frakasonan su restu,
muha nan ku aw’i wowo,
pa sikjera algun máta duna flor’.

‘maar de gesel van mijn geest
dwingt mij om me voort te slepen
en de droesem van mijn falen
met mijn tranen te besproeien
opdat eens een plant zal bloeien’.

Noten

[1] Bron: Standbeeld van de redenaar Marcus Tullius Cicero (106 v.o.j-43) ― foto Jebulon, bij Paleis van Justitie Rome
[2] In modern Spaans: Todo lo que Usted hasta aqui me ha dicho, dijo Sancho, lo he entendido muy bien, pero con todo eso querría que Usted me solviese una duda, que ahora en este punto me ha venido a la memoria. ‘Absolviese’, quieres decir, Sancho, dijo don Quijote.
[3] Bron: Statuten Real Academia Española (1715) ― Voorblad, Royal Press of Madrid
[4] Bron: Pagina’s uit de Catecismo Corticu pa uso di catolicanan di Curacao (1837) ― Martinus Joannes Niewindt; 1e catechismus vertaald in het Papiaments, Nationaal Archief Curaçao (UNESCO wereld erfgoed)

Avatar foto

studeerde cum laude af in de Franse, Spaanse en Portugese taal- en letterkunde. Vanaf het begin combineerde hij zijn functies met werkzaamheden als literair vertaler. Fred de Haas vertaalde onder meer uit het Papiaments, het Frans, het Spaans en het Russisch. Hij is leider, zanger en gitarist bij het Latijns-Amerikaans ensemble Alma Latina.

1 2 3 5

Schrijf een reactie