Zonsverduistering

0

Marianne H.B. Sorgedrager-van Halewijn

Schalkhaar, maart 2016 – juli 2018

De zon voelde dat hij moe was, heel moe en boos, steeds bozer en daarom dacht hij ineens ook de oplossing voor zijn probleem te weten.

‘Ik ben het zat, ik kap ermee’,

schreeuwde hij roodgloeiend tegen de maan die hem tegemoet kwam.

‘Het is nooit goed wat ik doe. Eerst zeuren en klagen de mensen dat ik te lang wegblijf en dat het zo koud is, en nog geen maand later hoor ik ze puffen en blazen. “Pfff, heb jij het ook zo warm; wat een hitte; het lijkt wel één grote broeikas; ik zoek de hele dag schaduw en mijn planten … zo erg, zo droog!” En dat terwijl ik hen alleen maar wil helpen. Ik heb er geen zin meer in, ik staak.’

‘Ho, ho’,

suste de maan die juist voor hem langs wilde gaan,

‘wacht even voordat je een echte burn-out krijgt, niet meteen zo rigoureus, man. Ik kom je al te hulp of vind je weer dat jij veel sterker bent?!’

En direct daarna schoof ze geheel voor de laaiende zon.

De zon herademde – hè, hè, even verlost van al dat menselijke gekrakeel – en hij kwam weer op kracht. De maan echter nam afscheid en vervolgde haar eigen weg:

‘Het spijt me, zon, maar ik moet nu echt verder.’

Maar de zon had de smaak van rust te pakken en besloot hulptroepen op te roepen; hij was tenslotte de hoogste autoriteit in het luchtruim.

‘Wolken, verzamelt u, het is tijd voor mobilisatie en ik roep u op. U moet de komende zeven etmalen paraat staan om mij te beschermen. Het hangt af van het verloop van deze termijn, verlenging daarvan is zeer wel mogelijk.’

de wolken vlijden zich tegen elkaar en stapelden zich op ― foto Joke Koppius

Alle wolken gehoorzaamden, vol respect voor de krachtige zon. Ze dreven samen voor de zon, vlijden zich tegen elkaar en stapelden zich op: Zijne majesteit was volledig gedekt en op zijn gemak. Hij voelde zich gerespecteerd en veilig te midden van zijn bevriende leger.

Na enige tijd ontstond er echter onrust in de gelederen van de wolken; uit het compacte wolkendek was eerst zacht maar langzaam aan steeds luider gemor te horen.

‘Ik wil bewegen; ik ben dit niet gewend; ik word hier helemaal stijf van.’

Er ontstond zelfs oproer:

‘Hier zijn we niet voor gemaakt, weg met deze heerser!’

Getrek en geduw; een spreekkoor scandeerde:

‘Desertie, desertie, desertie!’

De wind had het allemaal gezien en aangehoord, wist dat hij nu moest ingrijpen en blies, blies eerst zacht dan harder en tenslotte uit alle macht. Sommige wolken konden snel hun eigen weg weer gaan, andere talmden nog en verdwenen trager. Door de achterblijvende sluiers kon de zon nog steeds op verhaal komen van alle menselijke drukte en voelde zich comfortabel.

Maar tenslotte was de zonsverduistering geheel voorbij en ook de laatste bewolking was verdwenen. Daar stond de zon weer hoog aan de hemel en keek neer op de hem vertrouwde mensen.
Om de waarheid te zeggen: hij was ze een beetje gaan missen en verlangde weer naar al hun op- en aanmerkingen. Grappig eigenlijk dat alle mensen zo verschillend waren. Hij zag ook hoe mannen maar vooral veel vrouwen dankbaar genoten van zijn warmte.
Hij was nu weliswaar minder vermoeid maar ineens heel beschaamd.

De maan, de maan was sterker dan hij; zij kon hem zelfs laten verdwijnen en de wind, de wind had zich ook machtiger betoond: de wolken hadden zich aan de wind onderworpen terwijl ze tegen hem in opstand waren gekomen.
Hij voelde zich schuldig, wenste dat hij kon huilen maar dat is voor de zon niet weggelegd.

Ach, hij had zoveel spijt en merkte dat hij daardoor minder fel kon schijnen en o wonder, hij hoorde nu bepaald ook minder menselijk geklaag. Tranen had hij niet maar hij kon zich in de lucht wel laten horen.

‘Excuus, excuus, duizendmaal excuus wolken, wind en maan. Ik dacht dat ik de grootste gezaghebber was in het hemelrijk, maar u hebt zich zoveel sterker betoond.’ ‘Het spijt me, het spijt me, o, het spijt me zo,’

riep hij zo luid dat zijn stem door het hele luchtruim weerklonk.

‘Hoe kan ik dit ooit goedmaken?!’

Río Madre de Dios ― foto Joke Koppius

Het raakte de wind diep en hij bewoog zich liefdevol naar de zon.

‘Ach zon, het is onnodig u zo te schamen. Het is allemaal zo eenvoudig: u hebt het vermogen om licht en warmte te geven. De maan kan ‘s nachts haar verzachtende licht schenken; en vergeet niet dat zij omringd is door haar legioen sterren die haar bijstaan zoals de wolken u helpen in uw werk. Ikzelf mag overal aanwezig zijn om, nu eens meer dan weer minder, u allen van dienst te zijn’.

‘Als ieder zijn of haar taak met vreugde verricht, is er geen wolkje aan de lucht’,

voegde hij er lachend aan toe.

De zon bleef verwarmend schijnen, de maan bleef zacht licht verspreiden, de wolken bleven komen en gaan en de wind is nog steeds overal aanwezig.
Luister maar naar wat hij jou wil vertellen. 

was ruim 40 jaar werkzaam als logopedist en remedial teacher en vanaf 1993 ook werkzaam als mandalatekendocent en -therapeut. Daarnaast was ze van 2002–2011 rouwbegeleider vanuit Stichting Elisabeth Kübler-Ross en Landelijke Steunpunt Rouw.

Schrijf een reactie