Oneindigheid – 2

0

Naar een Ethiek van Dynamisch Leven
en een Dynamische Wetenschap – deel 2

Daan de Boer

Deel 1 – deel 2 – deel 3 – deel 4 – deel 5

Symbool Ether en Oneindigheid – Pentekening Louis van Marissing©

Hieronder een vervolg op het Voorwoord tot mijn onderzoek ‘naar een Ethiek van Dynamisch Leven en een Dynamische Wetenschap’, waarin de Oneindigheid centraal staat. Tijdens mijn stage bij de Quest for Wisdom foundation (QfWf) en na het schrijven van mijn stageverslag voor de QfWf, heb ik een herwaardering ontwikkeld voor het werk en denken van Levinas, voor diens primaat van de relatie met de Ander, en het concept van ‘Oneindigheid’. Hieronder ga ik in op Levinas’ filosofie.

“Je suis la Table; la Table, c’est Moi”

Ik heb gesteld dat wij doorgaans uitgaan van x = x = ¬y; dit (x) is dit (x), en dus niet dat (y). In de relatie tussen het Ego en de Ander gaat Levinas nog een stap verder, namelijk van x = x = ¬y (Ik = Ik = ¬Jij) naar x + y = x (Ik + Jij = Ik). Ik bedoel hiermee dat het Ego een, aldus Levinas, totaliserende uitwerking heeft op de Ander: het Ego (x) reduceert tijdens een confrontatie met de Ander (y), de Ander tot zichzelf (x); x + y = x, dus.

In het eerste deel van Totalité et Infini, verwoordt Levinas het als volgt: “de relatie met het andere wordt [er]slechts tot stand gebracht via een derde term die ik in mijzelf vind.” In plaats van recht te doen aan de radicale andersheid van de Ander, wat Levinas ook wel de oneindigheid van de Ander noemt, brengt het Ego de Ander terug tot het eigen kenvermogen. Pourquoi? Ik denk dat het gegeven dat de Ander een radicale andersheid omhult, het Ego onbewust dwingt om haar [de Ander]te reduceren tot zichzelf, om er zo alsnog enig (eigen!) begrip van te krijgen; de Ander wordt als een spiegel voor het Ego, noodzakelijk om een relatie tussen het Ego en de Ander überhaupt mogelijk te maken, maar dat maakt het echter nog niet wenselijk.

Elkaar spiegelen – tekening Yassine El Azabi©

In bovengenoemde handeling berooft het Ego de Ander namelijk van haar radicale andersheid: de oneindigheid van de Ander wordt teruggebracht tot een zorgvuldig afgebakend ‘plaatje’, gerealiseerd door het Ego. Met andere woorden: het Ego, (x), maakt van de Ander, (y), een reflectie van zichzelf (x); x + y = x, dus – x = x = ¬y stelt een scheiding voor tussen het Ego en de Ander, maar volgens de logica van Totalité et Infini wordt een dergelijke grens opgeheven tijdens een confrontatie tussen het Ego en Ander (x + y = x). Het Ego vangt de Ander in een eigen narratief – wellicht verteld door de Ander, maar altijd, onvermijdelijk geïnterpreteerd door het Ego. Deleuze verwoordt het sentiment als volgt: “als je gevangen zit in de droom van de Ander, ben je reddeloos verloren (fucked)!” – de context waarin Deleuze deze opmerking maakt, raakt niet aan onze discussie omtrent de relatie tussen het Ego en de Ander, maar treffend blijft het wel.

Ik poneer x + y = x niet als dat wat zich voor kan doen, maar als dat wat een elementair kenmerk van de relatie tussen het Ego en de Ander lijkt; dat het fundamenteel is, zegt echter niets over de ‘kracht’ (l’ampleur). Ik geloof dat het enerzijds van de omgeving (cultuur, taal), en anderzijds van de denkwijze (houding) afhangt tot op welke hoogte het Ego de Ander, om met Levinas te spreken, totaliseert.

In de praktijk manifesteert x + y = x zich, zo lijkt het, steeds duidelijker: de (laat)kapitalistische samenleving lijkt doordrenkt van zelfverzekerdheid, zelfstandigheid, en zelfontwikkeling, wat een door en door egoïstisch karakter blootlegt, en de relatie met de Ander, wat mij betreft, steeds meer verschuift van x = x = ¬y (Ik = Ik = ¬Jij) naar x + y = x (Ik + Jij = Ik). Het Ego wordt weerzinwekkend groot, treedt naar de voorgrond, en de Ander blijft klein, zit in het publiek: x + y = x lijkt vrij spel te krijgen, enerzijds omdat het een elementair kenmerk van de relatie tussen het Ego en de Ander betreft, maar vooral omdat de kracht (bestaande uit de omgeving en de denkwijze) ons hiertoe veroordeelt.

Ontwikkeling tot de homo economicus – tekening Yassine El Azabi©

In Against Identity (2025) bespreekt Douglas wat een dergelijke situatie betekent: het Ego wil bekeken worden, maar de Ander wil niet kijken, want wil tevens bekeken worden; aan de ene kant totaliseert het Ego de Ander, maar aan de andere kant heeft het Ego de Ander nodig om bekeken te worden. In The Culture of Narcissism (1979) verwoordt Lasch eenzelfde sentiment, en de discussie doet mij tevens denken aan de lezing van de Herrschaft und Knechtschaft van Hegel door Kojève in Introduction à la Lecture de Hegel (1947). Je ziet een dergelijke, moderne spanning tussen het Ego en de Ander misschien wel het best terug op social media, zoals ook Douglas beschrijft in Against Identity.

“Tout est Infini!”

x + y = x kan, aldus Levinas in Totalité et Infini, ook anders gedacht worden. Wat hij voorstelt heeft, wat mij betreft, niet alleen gevolgen voor de relatie tussen het Ego en de Ander, maar kan doorgetrokken worden naar wetenschappelijke kwesties – waarover later meer. Volgens Levinas doet x + y = x geen recht aan de radicale andersheid van de Ander. Ik bedoel hiermee dat de Ander, voor het Ego, per definitie onkenbaar is.

In lijn met Levinas: de Ander is oneindig ten opzichte van het Ego dat haar probeert te totaliseren; het Ego probeert de Ander te onderwerpen aan de logica van x + y = x, terwijl eigenlijk geldt: y = ∞ voor x. Levinas stelt dat de Ander het enige is dat consistent ontsnapt aan de totaliserende tendens van het Ego; het Ego probeert de Ander wel te totaliseren; en slaagt hier tot op een bepaalde hoogte in, maar weet de Ander nooit volledig te vatten. In de Ander huist een oneindigheid (onvoorspelbaarheid, complexiteit) die onmogelijk gereduceerd kan worden tot haar kenmerken, en de verhalen die zij vertelt – daarom: y = ∞ voor x.

In de analyse van Levinas blijft de kwestie echter geconcentreerd rondom de relatie tussen het Ego en de Ander: de Ander is oneindig, ja, maar slechts voor het Ego; y = ∞ voor x. Deleuze en Guattari trekken de oneindigheid van de Ander door naar het Ego: als de Ander opgevat kan worden als een oneindigheid, wat geeft ons dan het recht om niet eenzelfde denkstap te nemen als het gaat om het Ego? Met andere woorden: kan het Ego ook gedacht worden als een radicale andersheid, als een oneindigheid, niet alleen voor de Ander – want dat heeft Levinas al vastgesteld, maar vanuit zijn eigen positie? Is x = ∞ naast y = ∞ voor x, mogelijk?

In L’Anti-Œdipe noemen Deleuze en Guattari de, in termen van Levinas, oneindigheid van het Ego, ook wel production désirante: zoals de Ander een bron van onvoorspelbaarheid en complexiteit is, zo is ook het Ego een fontein van gedachten en handelingen die het nooit op voorhand voor mogelijk heeft kunnen houden. In plaats van het Ego op te vatten als een afgebakend zijn, welke je volledig kunt begrijpen door, bijvoorbeeld, de kindertijd te analyseren[1], stellen de auteurs het Ego voor als een dynamisch proces – en dus geen stabiel, rigide zijn. Het Ego is altijd in wording, en daarmee nooit hetzelfde – of nog beter, om de teleologische tendens weg te nemen: het Ego is altijd in verandering. Het is onnavolgbaar; en dat geldt niet alleen voor de Ander die het Ego wil begrijpen, maar ook voor het Ego zelf.

Het Kosmisch Ei: transcultureel symbool ― Aquarel Greg Suffanti©

Met andere woorden: x = ∞, en dus geldt zowel y = ∞ als x = ∞. Ik heb slechts ten dele zicht op de Ander, maar heb tegelijkertijd ook amper kijk op mijzelf; de psyche is oneindig, en dat maakt niet dat het niets is, maar dat het nergens toe veroordeeld is, en alles kan zijn; dit is tevens wat Deleuze en Guattari bedoelen met schizo in L’Anti-Œdipe, terwijl Mille Plateaux de vraag stelt hoe schizo te leven, los van zijn. In Mille Plateaux wordt de potentie van het Ego vergeleken met het kosmisch ei; het universum is niets, maar wordt alles.

In dit onderzoek staat echter niet het mensbeeld van Deleuze en Guattari centraal, maar het is absoluut de moeite waard om hier meer over te lezen in L’Anti-Œdipe, Mille Plateaux, en Logique du Sens (1969) van Deleuze. Ik heb duidelijk gemaakt wat oneindigheid betekent voor zowel het Ego als de Ander. Ik richt mij nu tot de vraag wat bovenstaande discussie betekent voor dingen. In het bijzonder staat de (moleculaire) biologie en de natuurkunde centraal; wat leveren de inzichten van Levinas en Deleuze en Guattari ons op als het gaat om deze domeinen?

Lees verder!

Noten

[1] Zoals de psychoanalyse, waar Deleuze en Guattari overigens uiterst kritisch op zijn, voornamelijk in L’Anti-Œdipe, tracht te verwezenlijken.

Avatar foto

Mijn naam is Daan Roza, ik ben in 2026 afgestudeerd op het thema ‘Fenomenologie van Chronische Pijn’ aan de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR). Ik heb tijdens en na het schrijven van mijn stageverslag voor de QfWf, een herwaardering ontwikkeld voor het werk en denken van Levinas, waar de relatie met de Ander, en het concept van ‘Oneindigheid’, centraal staan. Ik zie daarnaast Deleuze en Guattari als de belangrijkste leidraad van mijn denken; niet alleen om de relatie tussen mensen te duiden, maar ook als middel om onszelf, de maatschappij, en de werkelijkheid om ons heen te benaderen. In de basis omvat mijn kijk op de wereld dan ook geen opsomming van losse dingen, maar een onnavolgbare veelheid van processen; een dergelijke omschakeling van handelen en denken dient, wat mij betreft, centraal te staan voor zowel de moderne mens als -wetenschap.