De disharmonie tussen zeggen en doen — 1

0

Benjamin Rijnsburger

Deel 1 – deel 2deel 3deel 4deel 5

Een filosofische analyse van “akrasia” in een tijdperk van sociale media — deel 1

Na mijn stage bij de Quest for Wisdom — die onder meer resulteerde in een De Gulden Snede Mei 2026 bijdrage over de liefde in digitale tijden voor het QfWf-jaarthema — ben ik afgestudeerd aan de Erasmus School of Philosophy van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Mijn Bachelorscriptie Wijsbegeerte gaat over het klassieke begrip “Akrasia”, ofwel de disharmonie tussen denken en doen, waarvan ik verschillende aspecten belicht vanuit de geschiedenis van de filosofie. Ten slotte toon ik er de actuele relevantie van in de digitale tijden waarin we leven. Het verschijnt in vijf delen op het Wijsheidsweb.

Inleiding tot de relevantie van het vraagstuk

In de aflevering “Nosedive” van de Britse serie Black Mirror[1] leven mensen in een wereld waarin elke sociale interactie wordt beoordeeld met een score van één tot vijf sterren. De hoofdpersoon, Lacie Pound, leeft in voortdurende angst voor de oordelen van anderen: elke glimlach is berekend, elke woordkeuze is gewogen, elke verschijning op sociale media is een poging om haar score te verhogen. Wanneer haar zorgvuldig opgebouwde imago in één dag instort, wordt zichtbaar wat de hele aflevering al suggereerde: Lacie wist eigenlijk dat dit leven niet het hare was. Zij had een vermoeden van wat oprechtheid en menselijke verbinding werkelijk inhouden, maar zij koos niettemin telkens voor de geveinsde glimlach, de gerepeteerde reactie, het Instagram-waardige moment. Pas wanneer zij alles verliest, durft zij voor het eerst eerlijk te zijn.

Lacie’s verhaal is een gestileerde versie van een breder hedendaags fenomeen. Steeds vaker observeren wij, bij anderen en bij onszelf, een discrepantie tussen wat mensen zeggen te geloven en wat zij daadwerkelijk doen. Iemand verklaart op sociale media zich te verzetten tegen sociale ongelijkheid, maar past zijn eigen handelen daar nauwelijks op aan. Iemand zegt dat het belangrijk is om afwijkende meningen te durven uiten, maar zwijgt in zijn online kring zodra zijn standpunt impopulair dreigt te worden. Iemand stelt zich publiekelijk op als een goed mens, maar geeft zich daarbuiten over aan gedrag dat hij zelf als verwerpelijk beoordeelt. Telkens is het patroon hetzelfde: het oordeel is aanwezig, de overtuiging wordt geuit, maar het bijbehorende handelen blijft uit.

Afbeelding op 8 juli 2026 opgevraagd van https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Raphael_-_Cardinal_and_Theological_Virtues.jpg?uselang=en#Licensing
De kardinale en christelijke deugden – Fresco Raphael[1]

Dit fenomeen heeft een lange filosofische geschiedenis. Sinds de oudheid is het bekend onder de Griekse term akrasia, letterlijk “gebrek aan beheersing”. Aristoteles definieerde akrasia als het handelen tegen het eigen beste oordeel in, een verschijnsel dat hij beschouwde als één van de meest fundamentele puzzels van de menselijke psychologie. Hoe is het mogelijk dat een mens, die weet wat goed is, niettemin het tegendeel doet? Deze vraag heeft niet alleen Aristoteles beziggehouden, maar ook denkers als Spinoza, Hume, Davidson en Hare. De filosofische literatuur biedt verschillende, deels overlappende, verklaringen voor het ontstaan van deze disharmonie tussen zeggen en doen.

In deze scriptie betoog ik dat de filosofische traditie rond akrasia inzichtelijk maakt waarom mensen op sociale media systematisch handelen tegen hun eigen morele oordelen, en dat deze disharmonie niet alleen voortkomt uit individuele wilszwakte, maar tevens uit de structurele kenmerken van de motivationele omgeving waarin zij zich bevinden. Sociale media zijn, met andere woorden, geen neutrale ruimtes die slechts weerspiegelen wat mensen al zijn, maar ontworpen omgevingen die akratisch gedrag systematisch uitlokken. Klassieke verklaringen van akrasia, hoe waardevol ook, schieten tekort wanneer zij uitsluitend op individueel niveau worden geformuleerd. Het overwinnen van akrasia in een tijdperk van zichtbaarheid vereist daarom zowel klassieke karaktervorming als een kritische bewustwording van de structuren die ons handelen mede vormen.

In deze scriptie gaan we eerst kijken naar drie klassieke verklaringen van akrasia: de deugdethische, de vroegmoderne rationalistische, en de hedendaagse analytische benadering. Deze benaderingen bieden gezamenlijk een rijk kader voor de analyse van het verschijnsel. Daarna behandelen we het hedendaagse debat over morele motivatie, met name dat tussen internalisme en externalisme, en R.M. Hare’s radicale prescriptivisme als belangrijke uitwerking van de internalistische positie. Vervolgens verbreden we de analyse van het individuele naar het structurele niveau door sociale media als hedendaagse motivationele omgeving te onderzoeken. Aan de hand van werk van onder andere James Williams en Erving Goffman wordt aangetoond dat de architectuur van sociale media bepaald gedrag, zoals virtue signaling en conformisme uit angst voor afwijzing, systematisch faciliteert. Ten slotte behandelen we de normatieve vraag: hoe kan akrasia in een tijdperk van zichtbaarheid worden overwonnen; en wat betekent het, in deze context, om een goed leven te leiden? Hier worden klassieke strategieën van karaktervorming gecombineerd met hedendaagse inzichten over het belang van structurele bewustwording en resoluutheid.

De centrale onderzoeksvraag van deze scriptie luidt: hoe kan de filosofische traditie rond akrasia de disharmonie tussen wat mensen zeggen en wat zij doen verklaren; en wat betekent dit voor het leiden van een goed leven in een tijdperk van sociale media? Het antwoord, zo zal blijken, vraagt om een dubbele beweging: zowel terug naar de klassieke filosofische analyses van akrasia, als vooruit naar een kritisch begrip van de structurele omstandigheden die het probleem in onze tijd uitvergroten.

Een Filosofische Analyse van Akrasia

Het probleem van akrasia: een inleiding tot het begrip

Het verschijnsel dat mensen handelen tegen wat zij zelf als het juiste of beste beschouwen, is even oud als de filosofie zelf. Sinds de oudheid wordt dit fenomeen aangeduid met de Griekse term akrasia (ἀκρασία), letterlijk te vertalen als “gebrek aan beheersing” of “machteloosheid.” Het verwijst naar de situatie waarin iemand, ondanks de kennis dat een bepaalde handeling slecht of onverstandig is, deze handeling toch verricht.[2] De roker die weet dat roken zijn gezondheid schaadt en toch een sigaret opsteekt of iets waar ik altijd tegen strijd, weten dat ik moet studeren maar urenlang op mijn telefoon scrollen. Al deze voorbeelden vallen onder wat de filosofische traditie als akrasia heeft aangeduid.

Plato as depicted by the Renaissance artist Raphael[3]

Hoe vanzelfsprekend dit fenomeen ook lijkt in het dagelijks leven, filosofisch gezien levert het een diep probleem op. Socrates in de Protagoras, ontkende namelijk dat akrasia mogelijk was. Volgens hem volgt uit het werkelijk kennen van het goede ook noodzakelijkerwijs het doen van het goede. Wie het goede kent en het toch niet doet, kent het volgens hem niet echt: zulke handelingen zouden eerder voortkomen uit onwetendheid dan uit een tekort aan beheersing.[3] Deze positie staat bekend als het Socratische intellectualisme en vormt het startpunt van een eeuwenlang filosofisch debat. Aristoteles, die als eerste systematisch op deze Socratische ontkenning reageerde, betoogde dat akrasia wel degelijk bestaat en dat de uitdaging niet is om het bestaan ervan te ontkennen, maar om te verklaren hoe het mogelijk is.[4]

We gaan kijken naar drie verschillende verklaringen van akrasia: die van Aristoteles, Spinoza en Davidson. Deze drie denkers vertegenwoordigen drie fundamenteel verschillende benaderingen, respectievelijk een klassieke deugdethische, een vroegmoderne rationalistische, en een hedendaagse analytische benadering. Door deze drie verklaringen naast elkaar te zetten, wordt duidelijk dat de disharmonie tussen wat mensen zeggen en wat zij doen niet eenduidig te verklaren is, maar voortkomt uit verschillende, deels overlappende mechanismen in de menselijke psychologie.

Aristoteles: akrasia als falen van praktische kennis

Aristoteles’ antwoord op Socrates

Aristoteles wijdt het zevende boek van zijn Ethica Nicomachea aan een uitgebreide bespreking van akrasia, en hij begint met een directe confrontatie met de positie van Socrates. Volgens Socrates volgt uit het werkelijk kennen van het goede ook noodzakelijkerwijs het doen van het goede. Aristoteles wijst deze positie af op basis van wat hij de phainomena noemt: de Socratische opvatting is “duidelijk in strijd met de verschijnselen,” aangezien het fenomeen van handelen tegen beter weten in, een onmiskenbaar deel uitmaakt van de menselijke ervaring.[5] De uitdaging is daarmee niet om akrasia te ontkennen, maar om te verklaren hoe zij mogelijk is.

Het onderscheid tussen universele en particuliere kennis

Aristoteles’ verklaring berust op een onderscheid binnen het begrip kennis zelf. Hij stelt dat er een verschil bestaat tussen het bezitten en het gebruiken van kennis. Iemand kan kennis hebben in sluimerende vorm zonder dat deze kennis op een bepaald moment actief functioneert in zijn praktische redenering.[6] Dit onderscheid wordt verder verfijnd door een tweedeling tussen universele kennis en particuliere kennis. Universele kennis betreft een algemeen principe, terwijl particuliere kennis betrekking heeft op het herkennen dat een concrete situatie onder dat principe valt. Volgens Aristoteles kan het bezit van universele kennis behouden blijven, terwijl het toepassen van de particuliere kennis op het moment van handelen tekortschiet.[7] De akratische persoon “weet” in abstracte zin dat hij niet moet doen wat hij doet, maar deze kennis is niet actief op het moment dat hij het doet.

De rol van begeerten en passies

Hoe kan het echter gebeuren dat kennis op het moment van handelen niet operationeel is? Voor Aristoteles ligt het antwoord in de werking van de passies (pathē) en begeerten (epithumiai). Sterke emoties en lichamelijke verlangens kunnen de werking van de praktische rede verstoren: wanneer iemand in de greep is van een sterke begeerte, wordt de particuliere kennis als het ware geblokkeerd.[8] De akratische persoon bevindt zich daardoor in een toestand vergelijkbaar met die van een persoon onder invloed: de kennis is aanwezig, maar functioneert niet.[9] Belangrijk is dat het irrationele deel van de ziel volgens Aristoteles wel kan “luisteren naar” de rede, en soms gehoorzaamt, maar soms niet.[10] Bij de deugdzame mens is er harmonie tussen rede en begeerte; bij de akratische mens komt het irrationele deel in opstand tegen de rede. Het is precies dit innerlijke conflict, en de spijt die erop volgt, dat akrasia onderscheidt van slechts immoreel handelen.

Twee vormen van akrasia en de plaats binnen Aristoteles’ deugdethiek

The center panel of Hieronymus Bosch’s famous painting The Garden of Earthly Delights depicts the sin of lust through various representations — fornication among others[11].

Aristoteles onderscheidt twee types akratische personen. De impulsieve akratische persoon (propeteia) weegt niet vooraf af: de begeerte overvalt hem zo plotseling dat hij handelt voordat de rede een oordeel kan vormen. De zwakke akratische persoon (astheneia) daarentegen heeft wel afgewogen en een oordeel gevormd over wat juist is, maar slaagt er op het cruciale moment niet in dat oordeel vast te houden tegen de druk van de begeerte.[11] In beide gevallen is het resultaat hetzelfde, maar de psychologische mechanismen zijn verschillend.

Om Aristoteles’ analyse volledig te begrijpen, moet zij geplaatst worden binnen zijn bredere deugdethiek. De akratische mens neemt een tussenpositie in op een moreel spectrum tussen de onmatige mens (akolastos), die het verkeerde zonder spijt nastreeft, en de zelfbeheerste mens (enkratēs), die dezelfde verkeerde begeerten voelt maar erin slaagt de rede te volgen.[12] De ideale toestand is uiteindelijk niet zelfbeheersing maar deugdzaamheid: een staat waarin het irrationele deel van de ziel door gewoontevorming (ethismos) zodanig is gevormd dat het van nature in harmonie is met de rede. Voor Aristoteles is akrasia daarmee geen onontkoombaar lot, maar een tekortkoming die door karaktervorming en het cultiveren van praktische wijsheid (phronesis) overwonnen kan worden.[13]

Lees verder!

Noten

[1]“Nosedive,” Black Mirror, seizoen 3, aflevering 1, regie Joe Wright, geschreven door Charlie Brooker en Rashida Jones, Netflix, 21 oktober 2016.
Afbeelding op 8 juli 2026 opgevraagd van https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Raphael_-_Cardinal_and_Theological_Virtues.jpg?uselang=en#Licensing. Fresco uit 1511 door Raphael (1483–1520). “Cardinal and Theological Virtues”. Collection Vatican Museum, Vatican City, Italia. Upload date Photo: 2012, by Artworksforever.
[2]Sarah Stroud en Christine Tappolet, Weakness of Will, in The Stanford Encyclopedia of Philosophy, red. Edward N. Zalta, Spring 2024 Edition, https://plato.stanford.edu/archives/spr2024/entries/weakness-will/.
[3]Plato, Protagoras, vert. C.C.W. Taylor (Oxford: Clarendon Press, 1991), 358c–d, p. 60.
Afbeelding op 7 juli 2026 opgevraagd van https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Raffael_067.jpg – Source in the Public Domain of a fresco depicting Plato — Leonardo da Vinci as Plato, detail of The School of Athens by Raphael(1483–1520) by Raphael, circa 1509-1510, fresco, Collection, Vatikan, Stanza della Segnatura, Rome; Source/Photographer The Yorck Project (2002) 10.000 Meisterwerke der Malerei (DVD-ROM), distributed by DIRECTMEDIA Publishing GmbH. ISBN: 3936122202.
[4]Aristoteles, Ethica Nicomachea, vert. Charles Hupperts (Budel: Damon, 2005), VII.2, 1145b21–28, p. 206-207.
[5]Aristoteles, Ethica Nicomachea, VII.2, 1145b21–28, p. 206-207.
[6]Aristoteles, VII.3, 1146b31–35, p. 209-210.
[7]Aristoteles, VII.3, 1147a1–10, p. 210.
[8]Aristoteles, VII.3, 1147a14–17, p. 210.
[9]Aristoteles maakt deze vergelijking expliciet in VII.3, 1147a18–24, p. 210.
[10]Aristoteles, Ethica Nicomachea, I.13, 1102b13–1103a3, p. 99-100.
[11]Aristoteles, VII.7, 1150b19–28, p. 220.
Afbeelding opgevraagd op 7 juli 2026 van https://commons.wikimedia.org/wiki/File:The_Garden_of_Earthly_Delights_by_Bosch_High_Resolution.jpg – Source in the Public Domain of The Garden of Earthly Delights center piece — in the Museo del Prado in Madrid, c. 1495–1505, attributed to Hieronymus Bosch.
[12]Aristoteles, VII.1, 1145a15–35, p. 205.
[13]Aristoteles, VI.5, 1140a24–b30, p. 192-193.

Avatar foto

Mijn naam is Benjamin Rijnsburger en ik ben geboeid door de levenskunst die ik heb leren kennen bij de Quest for Wisdom. Na veel tegenvallers op een lange reis door het leven en verschillende studies, ben ik geland bij de studie filosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Wat voor mij heeft gezorgd dat ik deze studie heb gekozen, is de fascinatie en toewijding die ik zie bij de professoren, tutoren en medestudenten. Het is aanstekelijk om met mensen te praten die zo gepassioneerd zijn over een bepaald vak en onderwerp en er zoveel van afweten.