De inleiding van het in 2026 bij Garant uitgekomen boek van
Giovanni Rizzuto
Over de betekenis van de filosofie van Byung-Chul Han
Als mij gevraagd wordt om mijn filosofische
gedachten in één zin samen te vatten, zou ik
zeggen: de Ander verdwijnt.
Byung-Chul Han
De Duits-Koreaanse filosoof Byung-Chul Han (1959) is inmiddels geen onbekende meer in ons land. Van deze hoogleraar filosofie en cultuurwetenschap zijn meerdere boeken in het Nederlands vertaald zoals bijvoorbeeld De transparante samenleving (2012), De vermoeide samenleving (2014), Psychopolitiek (2015), Infocratie (2022), De palliatieve maatschappij (2022), Vita contemplativa (2023) en Spreken over God (2026). In deze en andere werken die nog op een vertaling wachten bekritiseert hij de gevolgen die de neoliberale samenleving heeft op ons zelfbeeld, omgang met de ander en de wereld. In de traditie van de Frankfurter Schule is (zelf-)vervreemding een terugkerend thema in zijn werk. Met name op het huwelijk dat het kapitalisme heeft gesloten met recente digitale ontwikkelingen en de sociale media is zijn indringende kritiek gericht.
Han begon zijn academische reis met een studie metallurgie aan de Korea University in Seoul. Zijn groeiende interesse in de filosofie bracht hem echter naar Duitsland. Daar studeerde hij filosofie, Duitse literatuur en katholieke theologie aan de universiteiten van Freiburg en München. In een van zijn spaarzame interviews zegt hij over deze periode:
Aan het einde van mijn studie metallurgie voelde ik me een idioot. Ik wilde eigenlijk iets in de literatuur studeren, maar in Korea kon ik mijn studierichting niet veranderen en mijn familie zou het niet hebben toegestaan. Ik had geen andere keus dan te vertrekken. Ik loog tegen mijn ouders en vestigde me in Duitsland, ook al kon ik me nauwelijks in het Duits uitdrukken. […] Ik wilde Duitse literatuur studeren en wist niets van filosofie. Ik leerde pas wie Husserl en Heidegger waren toen ik in Heidelberg aankwam. Omdat ik een romanticus ben, wilde ik literatuur studeren, maar ik las te langzaam, dus dat lukte niet. Ik ben toen overgestapt op filosofie. Om Hegel te bestuderen is snelheid niet belangrijk. Het is voldoende om één pagina per dag te kunnen lezen.[1]
In 1994 promoveerde hij aan de Universiteit van Freiburg met een dissertatie over het begrip stemming (Stimmung) bij Martin Heidegger, dat in 1996 werd gepubliceerd onder de titel Heideggers Herz, zum Begriff der Stimmung bei Martin Heidegger. Vervolgens werkte hij aan de Universiteit van Bazel, waar hij zijn habilitatie voltooide. Hij richtte zich daar op thema’s rond dood en anders-zijn waaraan hij eerder al het boek Todesarten (1998) had gewijd. In 2010 werd hij hoogleraar aan de Staatliche Hochschule für Gestaltung in Karlsruhe, en van 2012 tot 2017 doceerde hij filosofie en cultuurwetenschappen aan de Universität der Künste (Udk) in Berlijn. Momenteel is hij daar nog steeds verbonden als docent filosofie en culturele studies en leidt hij eveneens het Studium Generale programma. In mei 2025 werd hij bekroond met de prestigieuze Spaanse Premio Princesa de Asturias de Comunicación y Humanidades als erkenning voor zijn diepgaande analyses van onze technologische samenleving.
Han is nogal mediaschuw en geeft nauwelijks interviews of lezingen. In een van zijn weinige interviews bekent hij lui te zijn en maar drie zinnen per dag te schrijven. Gezien zijn grote productie die inmiddels bestaat uit meer dan dertig boeken lijkt dit vrij ongeloofwaardig.[2] Han leidt in Berlijn een teruggetrokken en naar eigen zeggen ‘omgekeerd leven’. Hij werkt ’s nachts wanneer de meeste mensen slapen en gaat naar bed wanneer ze naar hun werk gaan. Naast schrijven brengt Han zijn tijd door aan zijn twee piano’s, een Steinway & Sons en een Fazioli, waarop hij vooral Bach en Schumann speelt. Daarnaast wijdt hij zich aan tuinieren.[3]
Hans kritiek op het huidige tijdsgewricht

De populariteit van Han heeft te maken met zijn kritiek op het huidige tijdsgewricht, maar zeker ook met zijn hyperbolische schrijfstijl die even intens en geconcentreerd is als zijn boekjes dun zijn. In een paar uur heb je ze wel uitgelezen. Bij hem geen doorwrochte teksten en breed uitgesponnen redeneringen maar korte hoofdstukken met oneliners, die meestal een citaat van een belangrijke denker of schrijver inleiden en afsluiten. Deze manier van filosoferen wordt hem door academische filosofen verweten, omdat zij niet beantwoordt aan de standaarden van argumentatie en empirische onderbouwing. Je zou zijn oneliners wijsgerig-poëtische tweets kunnen noemen, ware het niet dat Han fundamentele kritiek levert op de digitale communicatie. Zijn teksten herinneren wat vorm en inhoud betreft aan de haiku. In een essay beschrijft hij deze Japanse dichtvorm op een wijze die eveneens op zijn eigen werk van toepassing is:
De dingen van de haiku rusten in zichzelf. Ze worden noch tot betekenis gedwongen noch door het lyrische ik lastiggevallen. Je voelt een tot-niets-gedwongen-zijn der dingen, een stilte of een singuliere leegte. Ze beginnen te spreken omdat niemand, niets ze tot spreken dwingt.[4]
Haiku’s verlenen de wereld een eigen stem en gewicht zonder dat de dichter zich opdringt of zelfs aanwezig is. Het subject van de haiku is volgens Han niet de mens maar de dingen zelf. Het is hun verwondering wekkende ’dat’ of singulariteit dat haiku’s evoceren en boeddhisten tatathā noemen. Dit wordt wel vertaald als het ‘zo-zijn’ of de ‘suchness’ van de dingen dat vooraf gaat aan conceptualisering en categorisering. Omdat in onze tijd maakbaarheidsdenken het uitgangspunt is geworden, overstemmen we deze eigen stem van de dingen. We willen op alle mogelijke manieren onze stempel drukken op ons leven en de werkelijkheid. Het is dit activisme dat Han in al zijn boeken als oorzaak van de huidige mondiale problemen analyseert en waarover hij zijn banvloeken uitspreekt:
Zonder rust ontstaat een nieuwe barbarij. Zwijgen verdiept het spreken […]. Spel is de essentie van schoonheid[…]. Niet de oorlog maar het feest, niet het wapen maar het sieraad is de oorsprong van cultuur (Han, 2023, 11).
Zomaar wat citaten uit zijn recent vertaalde Vita contemplativa. In dit boek legt hij niet langer het accent op een analyse van de vervreemdingseffecten van de vrije markt en digitale wereld. Hij wil nu dat wat we verdrongen hebben terugveroveren op de vita activa die van dwang tot zelfdwang is geworden. We hebben immers geen baas meer nodig die ons dwingt tot handelen, maar zijn slaven van onszelf geworden die de illusie koesteren vrij te zijn. ‘Het neoliberale regime is niet repressief. De macht neemt eerder een ‘smart form’ aan en geeft zich te kennen als permanente oproep tot meer presteren. Deze subtiele prestatiedwang wordt fataal genoeg geïnterpreteerd als een surplus van vrijheid’ (Han, 2023, 111). Tegen deze ‘dwang om te werken en te presteren moet een politiek van inactiviteit worden ingebracht […] De inactiviteit vormt het humanum. Het aandeel van de inactiviteit aan wat we doen maakt dit echt menselijk.[…] Waar alleen het schema van stimulus en respons, van behoefte en bevrediging, van probleem en oplossing, van vooropgezet doel en handeling heerst, verkommert het leven tot overleven, tot naakt dierlijk leven’ (Han, 2023, 10, 11).
In dit boek behandelen we in min of meer chronologische volgorde het denktraject van Han dat bestaat uit twee delen, een kritiek op de huidige vervreemdende samenleving en een verkenning van een mogelijke ‘politiek van bezinning’. Wij leggen met name de nadruk op de blinde vlek in de receptie van Han, namelijk de inspiratie die hij haalt uit Chinese en Zuidoost-Aziatische wijsgerige tradities.[5] We zullen zien dat het ‘medium van de vriendelijkheid’ (Medium der Freundlichkeit), waarmee hij in zijn boek Philosophie des Zen-Buddhismus (2002) het begrip ‘leegte'(mu) omschrijft, daarbij een centrale rol speelt.[6] Het is de rode draad waarmee het begin en voorlopig einde van zijn denktraject verbonden zijn. Als wegwijzer naar dit medium is Han in zekere zin zelf medium van de vriendelijkheid geworden.
Bestel hier het boek Byung Chul Han en het medium van de vriendelijkheid
Noten
[1] https://elpais.com/cultura/2014/03/18/actualidad/1395166957_655811.html
[2] ‘Misschien schrijf ik drie zinnen per dag […] maar ik probeer niet te schrijven, nee, ik ontvang gedachten. Die in mijn boeken zijn niet van mij, ik ontvang de gedachten die tot mij komen en ik kopieer ze. Ik claim niet het auteurschap van mijn boeken. Dat is waarom mijn woorden wijzer zijn dan ik.’ (https://elpais.com/eps/2023-10-06/byung-chul-han-el-filosofo-que-vive-al-reves-creemos-que-somos-libres-pero-somos-los-organos-sexuales-del-capital.html).
[3] Er is een documentaire over Han gemaakt door Isabella Gresser met de titel Müdigkeitsgesellschaft: Byung-Chul Han in Seoul and Berlin (2015).
[4] Han, B-Ch, Over de dingen, Heidegger, Nietzsche en de Haiku (in: De Gids, 163, 2000).
[5] Deze blinde vlek geldt in mindere mate voor de receptie van Han in Spaans- en Portugeestalige landen waar al zijn boeken voor het eerst vertaald zijn. Zie S.Kepper, E. Stoneman, R. Wyllie, Byung-Chul Han, Cambridge, 2024, p. 2. Zie ook https://www.thephilosopher1923.org/post/five-ways-to-read-byung-chul-han en Bernal, A., Aguirre, J.O. y Almeyda, J.D. (2022). ¿Lejano Oriente como arma para la revolución? Reflexiones sobre el papel de la filosofía oriental en la obra de Byung-Chul Han, Estudios de filosofía, 67, 5-24 (https://doi.org/10.17533/udea.ef.349258). In The Tonality of Thought (2026, 8), een boek met voordrachten gehouden in Duitsland en Portugal, zegt Han: ‘Mijn denken is geworteld in de Duitse romantiek. Als ik mijn denken met een vrucht vergelijk, dan zijn de schil en het vruchtvlees diep romantisch. Het zaad daarentegen is Oost-Aziatisch’.
[6] Han bekent zelf dat vriendelijkheid (Freundlichkeit) een fundamentele notie van zijn denken is. Zie S. Kepper, E. Stoneman, R. Wyllie, o.c. p. 38.