Transgenders en transseksualiteit

0

Machteld Roede

Forum, februari 2020, bron: civismundi digitaal nr XX

Transgenders vormen slechts minder dan 1% van de bevolking. Toch krijgen ze de laatste tijd veel aandacht in de media. Naar ik hoop draagt dit bij tot meer begrip en acceptatie.

De term gender is goed gekozen omdat het gaat om hun gevoel in het verkeerde lichaam te zijn geboren. Gender gaat immers om de invulling die zowel de maatschappij en als een individu aan het man of vrouw zijn geeft.

Onvrede met het eigen lichaam kan leiden tot de beslissing over te gaan tot een gedeeltelijke of totale fysieke transitie om de zowel uit- en inwendige geslachtelijke kenmerken beter bij de gevoelswereld te laten passen, met mogelijk een constructie van een zo gewenste (blinde) vagina of penis, dus een verandering van geslacht of transseksualiteit.
Dit botst helaas op veel onbegrip en plagerijen en pesterijen. Het wordt vaak onnatuurlijk genoemd.

Een veranderen van geslacht komt in de natuur echter in veel vormen en wijd verspreid voor. Bij een klein aantal gevallen is er een pathologische oorzaak.
Maar bij vele vissoorten is de verandering van sekse een normaal onderdeel van de levensloop.
In een uitgebreid artikel over sekse en seks in de natuur hoop ik hierop terug te komen. Nu vast iets over transseksualiteit.

Pathologische geslachtsverandering

Een oud spreekwoord zegt:

“A whistling woman and a crowing hen/ Are neither good for gods nor men”

Sinds mensenheugenis is men bekend met dieren die onverwacht een heel ander seksueel gedrag gaan vertonen. Klassieke schrijvers vertelden er al over.

Het riep ook eerder vijandige gevoelens op.
Tot slechts enkele eeuwen geleden werden er dierprocessen gehouden, zoals tegen een haan die eieren ging leggen of tegen kraaiende kippen.

Hieronymus Bosch beeldde zulke dierprocessen af. Ze kregen de doodstraf. Nog steeds komen er verhalen, zoals over een mannetjeskwartel die meerdere prijzen won en vervolgens binnen enkel maanden in een vrouwtje veranderde.
Een uitzondering, maar bij pluimvee is een geslachtsverandering minder ongewoon.
Tacitus melde dat jaarlijks moest worden gerapporteerd hoeveel hennen in hanen waren veranderd. Nu is vastgesteld dat zo’n afwijkende gedrag wordt veroorzaakt door woekeringen en degeneratie in de geslachtsorganen.

Normale geslachtsomkeer

In de dierenwereld ligt zeker niet altijd het geslacht van de geboorte af vast. Zo vormt bij meerdere vissoorten sekse-omkeer een normaal onderdeel van de levensloop. Papegaaivissen – met een harde ronde bek om het koraal af te knabbelen – zijn aanvankelijk een mannetje maar veranderen later in een vrouwtjesvis.

Bij de nauwverwante, wijd verspreid voorkomende familie van de mariene Lipvissen – die wel 70 geslachten en ruim 500 soorten omvat en zo genoemd worden vanwege de lipvormige bekken – zijn juist de jonge exemplaren de vrouwtjes.
Vanaf een bepaalde lengte degenereert het ovariumweefsel en verandert in testisweefsel, de Lipvis wordt een mannetje.
Lipvissen vertonen vaak opvallende kleurenpatronen, die met de geslachtsomkeer extreem mee kunnen veranderen.

In vroegere eeuwen werden de opeenvolgende zo verschillende kleurfases als twee aparte soorten beschouwd, met elk een afzonderlijke Latijnse naam. Slechts langzaam accepteerden taxonomen het samenvoegen tot slechts een soort.

Figuur 1: De twee opeenvolgende kleurfases van de Mediterrane Lipvis Coris julis. Bovenin de girelles Coris julis. De kleinere exemplaren met de giofredi, de twee grotere vissen met de julis kleuren (door ouderdom van de prent is het felle oranje van de Julis fase wat verbleekt).

Zo werden lang de talrijke kleine, onopvallend bruin en wit gekleurd exemplaren van de slanke Mediterrane girelle beschreven als Coris giofredi, en de minder frequente grotere turquoise vissen met een brede oranje lengtestreep als Coris julis.
In 1957 werd verklaard dat de kleinere exemplaren vrouwtjes zijn, de grotere mannetjes van dezelfde soort Coris julis.

Ik zelf ving en onderzocht bij het marien biologische instituut in Banuls-sur-Mer 292 exemplaren.
De turquoise vissen hadden kleine testes, vissen met tussenkleuren hadden weinig gonaden. De 263 kleinere wit-bruine vissen zaten zoals voorspeld vol grote ovaria, maar onverwacht was dat 30% volledig ontwikkelde testes bleek te hebben.

Figuur 2: Machteld Roede doet Lipvisonderzoek op Puerto Rico (1963)

Later bestudeerde ik op Curaçao en gedurende korte tijd ook op Puerto Rico zeven tropische Lipvissoorten.
Vooral werd onderzocht de zeer talrijke Thalassoma bifasciatum, waarbij de kleinere vissen fel geel zijn, maar de grotere fase de Blue Head een diep blauwe kop heeft, twee zwarte verticale banden achter de kieuwen en een flessengroen lichaam.

Het gele kleurpatroon van de kleinere en het Blue Head kleurpatroon van de grotere exemplaren van de Caribische Lipvis Thalassoma bifasciatum (lengtes aan foto aangepast).

Figuur 3: De Caribische Lipvis Thalassoma bifasciatum

Ook hier kregen de twee kleurfases tijdenlang aparte soortnamen. Decennia lang werd ook hier gespeculeerd over het slechts tot één soort behoren, tot in 1955 injecties met testosteron gele exemplaren naar het blauwkop patroon deed veranderen.

Door de vissen in grote getale te vangen trof ik ook exemplaren in tussenkleuren. Hun gonaden waren klein; het histologisch beeld toonde tussenstadia van degeneratie van het ovariumweefsel en testisontwikkeling.

Figuur 4: Omslag van het proefschrift over Lipvissen geslachtsomkeer

Links op de omslag van dit proefschrift het histologisch beeld van een overgangsgonade met hier en daar al rijpend testisweefsel. De naam Machteld staat in een van de nog weinige nog overgebleven eicellen.

Net als bij de mediterrane soort hadden de grotere exemplaren slechts dunne banden testes. Maar tussen de als vrouwtjesfase beschreven gele vissen bleek 20% mannetje te zijn. Soms zat hun buikholte helemaal vol met rijpe testes. Als ik na de vangst licht op zo’n gezwollen geel buikje drukte stroomde het sperma over mijn handen.

Er bleek nog iets spectaculairs. Enige meters boven de vissen snorkelend observeerde ik hun gedrag. De grotere, niet zo testesrijke blauwkopman kon territoriumgedrag vertonen, waarbij hij gele vrouwtjes naar zijn plekje op de bodem lokte om hun eieren af te geven. Op dat moment schoten gele kleine mannetjes naar beneden en stootten wolken sperma uit. Op congressen bleek mijn verslag over de oudere echtgenoot en de viriele jonge minnaar een succes.

Een aantal kleine lipvissoorten vertoont poetsgedrag: ze zwemmen met grotere vissen mee en pikken parasieten van hun huid.
De gastheer kan min of meer stil blijven staan en de bek wijd open sperren, zodat ook achter in de bek ongedierte op de kieuwen kan worden weggepikt.
Een zachte trilling geeft aan wanneer de bek weer dicht moet voor een ademhaling zodat de poetsers op tijd weer naar buiten kunnen zwemmen.

Meerdere poetslipvissoorten leven in een groep van louter wijfjes, alleen het grootste exemplaar is een mannetje. Mocht deze wegvallen, dan verandert het grootste vrouwtje in een mannetje.

Veranderen van geslacht is dus minder vreemd dan wordt aangenomen.

Machteld Roede

was na een studie aan de UvA op Curaçao werkzaam als marien bioloog, en als humaan bioloog bij het Instituut voor Antropobiologie, Medische Faculteit Utrecht en vervolgens bij de Vakgroep Gezondheidsethiek en Wijsbegeerte, Universiteit Maastricht.

Reageren gesloten.