De hondenkopmens, de hondskop of de cynocefaal

0

Monique Stommel

Januari 2021

Hoezo een hondenkopmens? Wat stel je je daarbij voor?

De directe aanleiding om meer te willen weten van de hondenkopmens was een fototentoonstelling in het Fotomuseum te Den Haag, waar William Wegman zijn portretten met hondenkoppen exposeerde tot en met begin januari 2021 (helaas vanaf 15 december 2020 niet meer te zien door de coronamaatregelen).
Bij het zien van zijn foto’s van mensen met hondenkoppen kreeg ik meteen associaties met andere hondenkopmensen die ik elders eerder had gezien in een hele andere context. Dat was het uitgangspunt voor het maken van onderstaand overzicht.

William Wegman

Om te beginnen het werk van William Wegman: William Wegman (1943), een Amerikaanse kunstfotograaf, exposeerde onlangs in het Fotomuseum in Den Haag foto’s van zijn honden. De titel van de tentoonstelling was betekenisvol: ‘Being Human’.

Op Wegmans fraaie, esthetische foto’s zie je voornamelijk speciaal geklede ‘mensentypetjes’ met hondenkoppen of hondenkoppen met mensenlijf met bij ‘typetjes’ behorende kleding. Het lijken wel portretten.
De omgeving en de specifieke attributen van de ‘hondenkoppenmens’ op de foto’s, zijn vaak duidelijke verwijzingen naar onderliggende intenties van de fotograaf.

Het is belangrijk vanuit welk perspectief je naar de foto’s kijkt, want er zijn meerdere betekenislagen te ontdekken.
Zie je eerst de hond of eerst de mens. Je zou de hond menselijke gevoelens en karaktertrekken toe kunnen dichten. De trouwe hond-mens, de ijdele, de nuffige, de atletische, de peinzende, de Amerikaanse, de balancerende… noem maar op.
Zie je allereerst de mens op de foto, dan verwordt die misschien tot een dier in een vermenselijkte dierenwereld. Wegmans foto’s kunnen karikaturen van mensen zijn met humor, het kunnen commentaren zijn op de samenleving of ze houden andere verwijzingen in, bijvoorbeeld naar bepaalde periodes in de Kunstgeschiedenis. Hoe je ze ook bekijkt, er zijn heel wat associatieve combinaties mogelijk. Daarbij helpen vaak de suggestieve titels onder de foto’s, zoals de ‘Dogwalker’.

Wegman geeft zo, sinds de jaren ’70 van de 20e eeuw, een speciale draai aan wat ik de ‘hondenkopmens-traditie’ noem, want hij plaatst het verschijnsel hondenkopmens in een eigentijdse context.

Waar komt de hondenkopmens vandaan?

Er zijn van oudsher voorbeelden te over van honden die dienen als herkenbaar symbool in afbeeldingen, reliëfs en sculpturen in uiteenlopende culturen. Er bestaan ook veel middeleeuwse verhalen, spreekwoorden en spreuken met betrekking tot honden die we nu nog kennen.[2]

De ‘hondenkopmens’ is een apart fenomeen maar minder uniek dan ik dacht en niet zonder meer als symbool gebruikt, zo bleek tijdens mijn speurtocht. Ik doe een greep uit wáár hij zich zoal liet zien:

In Egypte, in Libië, Tunesië, India, in Griekenland, Turkije, Hongarije, in Frankrijk, Engeland, Ierland, Scandinavië, zelfs in China en Zuid-Amerika komt de hondenkopmens voor in reisverslagen, mythen en legenden.
Er zijn ook afbeeldingen en sculpturen van hem gemaakt. De meeste afbeeldingen stammen uit de orthodox-christelijke wereld, tot in de 18e eeuw.

In de moderne tijd duiken hondenkopmensen nog steeds overal op, niet zozeer in religieuze context, maar meestal in foto’s of striptekeningen, vaak hilarisch bedoeld, of met een bijzondere betekenis, zoals bij Wegman.

Wat of wie is een hondenkopmens?

De hondenkopmens maakte vanaf de vroege oudheid tot laat in de middeleeuwen deel uit van een hele reeks bijzondere wezens met een deels menselijk lichaam of afwijkend gevormd menselijk lichaam.
Over hun werkelijke bestaan of hun status in de schepping kon men het door de eeuwen heen niet eens worden. In ieder geval waren deze schepsels anders dan ‘gewone’ mensen al hadden ze daar wel veel kenmerken van. Dat geldt niet alleen voor de hondenkopmensen, oftewel de cynocefalen, maar ook voor mensen met één been en een hele grote voet.
Er werden mensen gesignaleerd met gigantische oren en sommige mensen hadden wel acht vingers en veel tenen. Er werden verhalen verteld van mensen zonder hoofd maar met ogen en mond in hun borstkas of op hun rug, sommige mensen hadden maar één oog, anderen konden alleen ruiken en hadden geen mond om mee te eten, er zouden mensen bestaan zonder neus, … en ga zo voort.

De mens met de hondenkop waarover het hier gaat, kon niet praten maar blafte. Er kon desondanks met hem onderhandeld worden en omdat hij groot en sterk was, werd soms zijn hulp ingeroepen in moeilijke situaties. De cynocefaal kon vriendelijk en menselijk zijn maar ook een verscheurend monster en een kannibaal. Het was dus oppassen geblazen.[3]

De hondenkopmens door de eeuwen heen

In de mythologie van het oude Egypte vanaf de periode van bet Oude Rijk (circa 3100-2890 v.o.j.) spelen de honden/jakhalsgoden Chontamenti, Anubis en zijn broer Wephawet een belangrijke rol in begrafenisrituelen.[4]
Honden of jakhalzen die vaak rondscharrelden in de buurt van graven, werden als de bewakers van de doden gezien, waarschijnlijk werden er daarom enkele tot goden bestempeld.

Anubis

Anubis[5]

In afbeeldingen worden ze soms in hun hele dierengedaante afgebeeld, meestal als een mens met een honden/ jakhalskop.
Anubis is de belangrijkste van de drie. Als helper van godin Isis bij het balsemen van haar overleden man Osiris, de latere ‘Oppergod’ van de onderwereld, heeft hij zijn prominente plek in de Egyptische godenwereld verworven.

Anubis (zijn Griekse naam, de Egyptische was Inpu of Anpu) helpt de ziel te bevrijden uit het dode lichaam.
Indrukwekkend is zijn rol als gids van de overledene langs allerlei beproevingen in de onderwereld tot het moment waarop diens ziel wordt gewogen en daarmee zijn lot in de eeuwigheid bezegeld.
Naast beelden van Anubis als de waakzame hond- of jakhalsgod, zijn er prachtige reliëfs van de tocht van de dode met Anubis in de graftombes bewaard gebleven. In later tijden werden er dodenboeken op papyrus vervaardigd, waarbij de hele gang van de overledene in de onderwereld wordt verbeeld, letterlijk aan de hand van de god met menselijk lichaam en hondenkop, Anubis. Hij heeft een dermate belangrijke wakende, beschermende en begeleidende functie dat hij in Egypte eeuwenlang als een van de belangrijkste goden werd vereerd.

Een huidige verklaring voor de afbeeldingen van Anubis met mensenlichaam is dat het hier niet zozeer gaat om een hondenkopmens, maar om een priester, die met hondenkop/ Anubismasker op, de dodenrituelen volbrengt.

Of… gaat het tóch om een menselijk wezen met een hondenkop, een cynocefaal?
Er gaan namelijk verhalen dat ze wel degelijk bestonden… ook ver buiten Egypte.

In de Griekse Oudheid

Tijdens hun zwerftochten over de wereld zijn mensen van oudsher vaak oog in oog komen te staan met verschijnselen die ze niet kenden. Hun verbazing over alles wat anders was dan thuis, vertaalden zij in wonderlijke wetenswaardigheden. In de 8e eeuw v.o.j. spreekt de Griekse zanger-dichter Homeros over cynocefalen als een van de bijzondere fenomenen die zijn Griekse helden onderweg tegenkwamen. Hoe kwam hij daarbij? Had hij over Anubis gehoord via de reisverhalen van anderen? Of was hij ze zelf ooit tegengekomen? Daar praat hij niet over voor zover ik weet.

Veel later, pas in de 5e eeuw v.o.j. zie je de cynocefalen, de hondenkopmensen of hondskoppen, voor het eerst beschreven staan bij de beroemde Griekse wereldreiziger en geschiedschrijver Herodotos (485-425/420 v.o.j.). Tijdens zijn reizen in de landen rond de Middellandse Zee, onder meer in Libië, hoorde hij wonderlijke verhalen over cynocefalen die daar zouden wonen. Daarover rapporteerde Herodotos in zijn Historiën.[6]

Ctesias (eind 5e begin 4e eeuw v.o.j.), de Griekse lijfarts van de Perzische heerser Artaxerxes II, maakte verslagen van zijn reizen door Perzië en India in de boeken Persica en Indica. In Indica maakt Ctesias eveneens melding van cynocefalen.
Van zijn werken is niet veel over, er zijn wel delen van samenvattingen uit later dagen bewaard gebleven.

Zijn rapportages waren soms zo exotisch dat menigeen het met een korreltje zout nam. Zoals Megasthenes, Grieks historicus en diplomaat (350-290 v.o.j.), die daar laatdunkend over schreef.

Toch maakte ook Megasthenes, korte tijd in diplomatieke dienst van Seleucus Nicator (358-281 v.o.j.)[7] met missies in India, zelf ook melding van cynocefalen, oftewel hondenkopmensen, in zijn boek ’Indica’.

In de Romeinse tijd

Hermanubis  in de Vaticaanse musea[11]

In het begin van de Romeinse keizertijd citeert de onderzoeker Plinius de Oudere (23-79)[8] Megasthenes dan weer in zijn ’Naturalis historia’:

“… waar op vele bergen een ras woont van mensen met hondenkoppen, die gekleed gaan in pelzen van wilde dieren, blaffen in plaats van praten, bewapend zijn met klauwen en leven van de jacht en de vogelvangst…”

Volgens Ctesias waren er wel 120.000 van deze mensen, schrijft Plinius de Oudere, die Ctesias’ samenvattingen eveneens bestudeerd had. Ook andere Romeinse schrijvers besteedden er aandacht aan.

Plinius was wat sceptisch over het bestaan van de cynocefaal, maar gaf dit soort verhalen het voordeel van de twijfel.
Over Anubis als zodanig, schrijft hij niet.

Inmiddels had Anubis in Egypte een flinke verandering ondergaan. In de hellenistische periode, de tijd dat de Macedonische dynastie der Ptolemaeën (305 v.o.j.-30) in Egypte heerste, werd Anubis gekoppeld aan Hermes, zijn Griekse tegenhanger in diens functie van dodenbegeleider in de onderwereld.[10]

De Griekse Hermes en de Egyptische Anubis werden tot een nieuwe godheid samengevoegd en heette voortaan Hermanubis.  

Hermanubis in ‘November’, fragment van een mozaïek met de maanden van het jaar, eerste helft 3e eeuw, El Jem.[9]

Het was waarschijnlijk een manier om de Griekse cultuur en vormtaal te integreren in de Egyptische (te helleniseren).

De latere Romeinse overheersers namen Hermanubis als godheid over.
In de Egyptische afdeling van de Vaticaanse musea staat een Romeins godenbeeld van Hermanubis, waarschijnlijk een kopie van een Grieks beeld, met hondenkop en de heilige caduceusstaf van Hermes, in de hand.

Ook op Romeinse mozaïeken in Tunesië o.a. en op munten is Hermanubis terug te vinden.

Cynocefalen in het Vroege Christendom

Wanneer tijdens de beginjaren van het christendom opnieuw gesproken wordt over de hondenkopmens gaat het niet om de heidense goden Anubis of Hermanubis, maar om cynocefalen die ergens in het huidige zuidoosten van Iran en in India worden gesignaleerd.

De apostelen Bartholomeus en Andreas die in oostelijke richting uitzwermen om het Evangelie te verkondigen, krijgen er volgens de apocriefe Handelingen van de Apostelen mee te maken. Andreas heeft een confrontatie met cynocefalen in Gedrosia, een provincie in het huidige Baluchistan, tijdens zijn ‘missie-reis’ naar het Altaigebergte. Een van de hondenkopmensen wordt dan bekeerd, een zekere Abominabele, die daardoor van zijn woeste (honden-)natuur wordt verlost en toegang krijgt tot de beschaafde christelijke wereld. De cynocefaal, die wel bestaat, is nu symbool voor de onbeschaafde ‘ongelovige’ geworden met kans op verlossing.

In de eerste eeuwen van het christendom blijft het een opgave een algemeen aanvaard ‘christelijk’ beeld te vormen van de wereld en haar bewoners.
De heilige Augustinus (354-430), geboren in Noord-Afrika, laat zich inspireren door o.a. Plinius de Oudere wanneer hij ‘De Schepping’ probeert te beschrijven.[12]
In ‘De Civitate Dei’, ‘de Stad van God’, geeft hij een opsomming van ‘bizarre mensensoorten’ waarvan hij niet weet of ze nu zo geschapen zijn of dat je ze als misvormd moet beschouwen, hoewel ze dan natuurlijk ook door de Schepper op de wereld zijn gezet. Onder de vreemde wezens vallen de cynocefalen (Boek XVI. 8):

“Wat moet ik nog zeggen over de Cynocephali die hondenkoppen hebben en wier geblaf hen meer als dieren dan als mensen doet kennen?”

vraagt Augustinus zich af.

“Het is overigens niet nodig…”

schrijft hij even later,

“… aan het bestaan te geloven van al die soorten mensen waarover verteld wordt …”

maar het is wel belangrijk, ze (al die vreemde mensensoorten) te zien als schepsels Gods, hoe raar je ze ook mag vinden. Omdat je ‘geen overzicht’ hebt weet je ook niet waarom God ze geschapen heeft,

aldus Augustinus.

Na meerdere overwegingen besluit Augustinus met verschillende opties:

dat de verhalen misschien uit de lucht zijn gegrepen, ofwel, dat de genoemde volkeren wel bestaan maar geen mensen zijn, of het zijn wel mensen en dan stammen ze van Adam af. In het laatste geval zijn het bezielde, sterfelijke wezens, net als wij.

Zo kreeg de hondenkopmens een plaats binnen de vroegchristelijke wereld, voor het geval dat hij zou bestaan.

De hondenkopmens zou de gemoederen nog eeuwenlang bezighouden, zowel in het christelijke Westen als in het christelijke Oosten.

In de 8e eeuw doet de hondenkopmens zijn intrede in Ierland, waar monniken zijn beeltenis verspreiden. Daarvan zijn nauwelijks voorbeelden te vinden. Vaker komt hij voor in hun teksten.

In de Middeleeuwen; Psoglav

In de loop van de 9e en 10e eeuw werden de Balkanlanden, Servië, Kroatië en Slovenië, gekerstend door Byzantijnse monniken. Psoglav, van oudsher de god van de onderwereld in dit gebied, met behaard mensenlichaam en een hondenkop, konden ze desondanks niet zomaar negeren. Lange tijd werden naast het christendom daarom de oorspronkelijke goden geduld, waaronder Psoglav.[13]
In diezelfde tijd zien we de heilige Christoffel als cynocefaal in de Byzantijnse wereld verschijnen.

In de Byzantijnse wereld

Photius (ca. 810–890), een zeer gewaardeerde Byzantijnse geleerde en twee periodes (858-867 en 877-886) toonaangevend patriarch van Constantinopel, las de klassieke literatuur over ontdekkingsreizen en confrontaties met de Schepping in al zijn verschijningsvormen, met interesse. Hij vatte de toen nog in omloop zijnde verhalen van de hierboven genoemde Ctesias samen. Zijn samenvattingen waarin ook de cynocefalen natuurlijk weer opduiken, zijn bewaard gebleven.
Photius vroeg zich, net als Augustinus, af, of deze wezens wel menselijk waren en was er evenmin zeker van dat je hun bestaan letterlijk moest nemen.

Christoffel

Fresco van onbekende oorsprong[14]

Toch is een van de bekendste en meest geliefde (Byzantijnse) heiligen, Christoffel/ Christophorus (= christusdrager) in de Byzantijnse kerk als hondenkopmens weergegeven. Hij treedt vanaf de 8e-9e eeuw in oosters-orthodoxe schilderingen naar voren als de reusachtige, sympathieke heilige met hondenkop als hij met het kleine, steeds zwaarder wordende Jezuskind op de schouder, de wilde rivier doorwaadt.
Het verhaal gaat dat Christoffel na deze onbaatzuchtige daad plotseling begreep wie hij eigenlijk de rivier over had gedragen. Hij kreeg ter plekke berouw over zijn vroegere woeste hondengedrag, werd bekeerd tot het christelijke geloof en meteen van zijn hondennatuur verlost, net als Abominabele, in de eerste eeuw na Christus.[14]

Christoffel werd in de orthodox-christelijke iconografie ook wel als een militaire heilige, een zogenaamde Athleta Christi, afgebeeld omdat hij zich sinds zijn bekering zou hebben ingezet voor verspreiding en verdediging van het christelijke geloof en als martelaar stierf. We zien hem daarom soms, met hondenkop, geplaatst staan tussen de militaire heiligen in orthodox-christelijke kerken, volgens een vaste iconografische indeling.

De Russisch-Orthodoxe Kerk stond overigens in de 18e eeuw niet meer toe dat Sint Christoffel met een hondenkop werd afgebeeld. In 1969 schrapte het Vaticaan Christoffel helemaal van de heiligenkalender, wegens gebrek aan historiciteit!

In het verdere verloop van de middeleeuwen wordt de cynocefaal regelmatig in christelijke context afgebeeld. Zowel in het orthodox-christelijke Oosten als in het christelijke Westen. Hij verschijnt op iconen, op muurschilderingen en in geïllustreerde psalters. In het christelijke Westen: niet als de heilige Christoffel en eigenlijk nergens in positieve zin.

In het christelijke Westen

Sainte-Marie-Madeleine te Vézelay ― foto Han van Hagen (2011)[15]

Op de middeleeuwse, zogenaamde mappae mundi ‘kaarten van de wereld’, staat de hondenkopmens te midden van andere wonderlijke schepsels en fabeldieren aan de randen van de wereld afgebeeld.

De Schepping wordt op deze wereldkaarten getoond in al zijn raadselachtigheid mét de impliciete waarschuwing de randen of grenzen van de (christelijke) wereld niet op te zoeken en zo in de wereld van de onbeschaafde ‘monsterachtigen’ te belanden.
In deze betekenis treffen we de hondenkopmens ook aan op tympaan-reliëfs in de voorportalen van romaanse kerken en op enkele kapitelen van romaanse zuilen, zoals in de basiliek van Sainte-Marie-Madeleine te Vézelay.

Dat de hondenkopmens bij de groep monsterlijke menselijke wezens is afgebeeld om de christelijke mens te waarschuwen en te laten zien hoe hij gestraft zal worden wanneer hij zich niet aan ‘de regels’ houdt laat zien dat men hem in deze periode voornamelijk associeert met zijn veronderstelde woeste, dierlijke natuur.

Hij is daarom naar de marge van de Schepping verbannen.

Bekering van ‘de ongelovigen’

Prekende Christus door cynocefalen-krijgers omgeven, Kiev Psalter (15e eeuw)[15]

Er is een categorie oosters-orthodoxe iconen en muurschilderingen, waarvan de oudste uit de 10e-11e eeuw stammen, waarin meerdere mensen met hondenkop gezamenlijk staan afgebeeld. Soms staan ze rondom een prekende Christus.
In diezelfde periode ontstaan illustraties in westerse psalmboeken waarop een hondenkopmens samen met andere monsterachtige wezens onder een boog wordt afgebeeld. In de daaropvolgende eeuwen blijven deze afbeeldingen populair.

In ‘The Monstrous Races in Medieval Art and Thought’ ziet John Block Friedman op dit soort afbeeldingen een nieuwe functie voor de hondenkopmens. Waar meerdere hondenkopmensen tegelijk rondom een prediker staan, Christus bijvoorbeeld, wordt de bekering van ‘de ongelovigen’ bedoeld, zoals later bij de Franciscaner monniken in Zuid-Amerika, en soms het Pinksterfeest.

Manuscript illuminatie van Pinksteren met o.a. een cynocefaal onder de boog, (Armeens?)[15]

Het was het Pinksterfeest waarbij, volgens overlevering, de Heilige Geest werd uitgestort over de discipelen van Christus en enkele andere gelovigen in Jeruzalem. Dankzij de vurige tongen die boven hun hoofden verschenen, konden de apostelen in alle vreemde talen spreken.

Allen die toen in Jeruzalem aanwezig waren en toestroomden omdat zij hun taal hoorden spreken, konden zo de boodschap van de apostelen verstaan. De toegestroomde menigte bestond uit ongelovigen, joden en heidenen uit alle windrichtingen, waaronder Meden, Parthen, Libiërs en Arabieren die op dat moment in Jeruzalem waren.

Vanaf de 10e-11e eeuw verschijnen deze ‘ongelovigen’ op illustraties als exotische, hybride, dierlijke en/of monsterlijke schepsels. De hondenkopmens is een van hen. Zij staan op deze illustraties bij elkaar, door een boog afgescheiden van de apostelen en andere christenen. Het lijkt of ze staan te luisteren. Als ze willen kunnen ze worden bekeerd. Het gaat er hier allang niet meer om of ze nu wel of niet echt bestonden.

Deze illustraties kunnen begrepen worden in de historische context van de 10e eeuw en de eeuwen erna. De hondenkopmens met zijn hondennatuur, en andere monsterachtige mensensoorten, verbeeldden inmiddels niet alleen ‘de ongelovigen’, maar waren het symbool geworden van de dreiging van de ongelovige buitenwereld.
Die buitenwereld bestond uit Arabieren die in deze periode onder de islamitische vlag een groot gebied rond de Middellandse Zee veroverden, later kwamen daar de snel oprukkende Turkse Seldsjoeken uit Centraal Azië bij, de Perzen, de Ethiopiërs, de Mongolen enzovoorts …!

Hoewel door God geschapen wezens met een ziel, waren het tenslotte de ongeciviliseerde, woeste ongelovigen die de beschaafde gekerstende wereld bedreigden. En ja, door het christendom te omarmen zouden zij tot inkeer kunnen komen en dan natuurlijk ook hun dreiging verliezen.

Vanaf eind 11e eeuw trok de westerse christelijke wereld op kruistocht tegen de oprukkende ongelovigen. Op hun beurt werden de kruisvaarders dan weer christenhonden genoemd door hun tegenstanders in het Midden-Oosten.

Cynocefalen en andere vreemdsoortige wezens worden vervolgens in reisverhalen uit de 12e-15e eeuw beschreven. Beroemd is het verslag van ‘de Reizen van Jan de Mandeville’ uit de 14e eeuw, dat vervolgens in het Latijn en een aantal West-Europese volkstalen werd vertaald.[16]

Voorbeelden van: de sciapode (eenvoeter), de blemmyae (koploze), de panotti (uit de Neurenbergse Kronieken, circa 1500)[17]

Nadat de Spanjaarden eind 15e eeuw Zuid-Amerika hadden ontdekt en vervolgens gingen koloniseren, trokken in hun kielzog Franciscaner monniken mee om de ongelovigen te bekeren tot het christendom. Zij gebruikten opnieuw het symbool van de cynocefalen als vreemde, ongelovige schepsels voor de inheemse bevolking die ze wilden gaan bekeren. Bij de oorspronkelijke bevolking van Zuid-Amerika was de cynocefaal niet bekend. Mogelijk volgden zij hiermee bewust de oudere middeleeuwse traditie.

Hoe loopt het af met de hondenkopmens?

De interesse voor de hondenkopmens en andere vreemde mensachtigen neemt vanaf de 16e eeuw af. Voor de meesten was hun bestaan zo twijfelachtig geworden dat daarmee hun symboolfunctie verzwakte. Men richtte zich steeds meer op de zichtbare werkelijkheid en het verbeelden daarvan.

Wel bleef het idee van hybride mensachtige wezens telkens opnieuw fascineren. Ze werden gezien als demonen, monsters, als fantasieën, als medische fenomenen enzovoorts.

De Italiaanse schrijver en semioticus Umberto Eco voerde de cynocefalen begin 21e eeuw nog eens ten tonele in Baudolino (2001), zijn zeer tot de verbeelding sprekende, fantasierijke roman over de middeleeuwen in de nadagen van de 4e kruistocht en de plundering van Constantinopel. Hoofdpersoon Baudolino vertelt over zijn bijzondere belevenissen in het Byzantijnse Rijk en ontmoetingen met allerlei vreemde schepsels, waaronder de cynocefaal.

Aad de Haas

St. Cunibertuskerk[18]

De St. Cunibertuskerk van Wahlwiller (Zuid-Limburg) is in dit verband het vermelden waard.
De huidige kerk dateert uit de 11e-12e eeuw en werd begin 13e eeuw geschonken aan de orde der Johannieters, hospitaalridders ten tijde van de kruistochten.

Kunstenaar Aad de Haas (1920-1972) kreeg na WO II de opdracht de Kruiswegstaties voor de St. Cunibertuskerk te schilderen.
De Haas schilderde 16 staties, o.a. een statie waarop Judas Jezus verraadt. De schilderingen waren in 1949 voltooid en leidden tot zoveel commotie dat zelfs het Vaticaan zich ermee bemoeide en ze snel werden weggehaald.

Waarom? Dat is niet goed te achterhalen, terwijl ze rond 1980, na een restauratie van de kerk, wel weer mochten worden teruggeplaatst. De schilderingen zouden ‘niet passend’ zijn geweest, was een verklaring.

Verraad van Judas ― Aad de Haas[20]

De Haas had toentertijd een speciale zachte manier van schilderen met veel kleurlagen en creëerde zo een onwerkelijke sfeer. De mensfiguren met dunne buigzame lijven, hebben vaak vreemde hoofden, soms klauwachtige handen… dierenhoofden, hondenkoppen? Schapenkoppen? Een wezelskop zoals bij Judas wordt verondersteld?[19]

De gekruisigde Christus in de absis zou een honden- of leeuwenkop kunnen hebben. Bij recente navraag gaven de antwoorden geen uitsluitsel.

Detail van de gekruisigde Christus[21]

Stel dat het inderdaad om dierenkoppen op mensenlichamen gaat, dan blijft de vraag waarom de Haas die zou hebben willen schilderen.
Als hij wist van de middeleeuwse betekenis van de mens met de hondenkop, is het gebruik ervan in de Kruiswegstatie niet meteen voor de hand liggend, tenzij De Haas er een andere betekenis aan gaf.
Op de site [18] wordt gesuggereerd dat mensen die niets doen, slechts toezien, onmenselijke koppen hebben… maar dat gaat niet helemaal op.

Op dit moment van schrijven is de interpretatie van de mensen met dierenkoppen op de Kruiswegstaties, bij navraag onduidelijk gebleven.
Mogelijk had De Haas een vooruitziende blik voor de toekomst, waarin Wegman zijn hondenkoppen foto’s geen symbool voor ongelovigen wilde laten zijn, maar een spiegel van de mens volgens de kunstenaar.

Tot slot

Aanleiding om mij in de hondenkopmens te verdiepen was de associatie die de foto’s van fotograaf William Wegman bij mij opriepen met oude afbeeldingen van de ex-heilige ‘Christoffel met de hondenkop’ die ik uit de oosters-orthodoxe kerk kende.
De hondenkopmens, de cynocefaal, bleek door de eeuwen heen een hele ontwikkeling in betekenis te hebben doorgemaakt.

Als je naar beschrijvingen en afbeeldingen op zoek gaat, zie je hondenkopmensen in uiteenlopende situaties: als goden die doden begeleiden in Egypte in de graven bijvoorbeeld. Ze duiken op in mythen en legenden zoals bij Jason en de Argonauten die strijd met hen leverden in Zuid Hongarije/ Servië.
Griekse verkenners en wereldreizigers verhalen over ontmoetingen met cynocefalen. In Grieks-Romeinse context vallen ze samen met andere goden.
De cynocefalen worden beschreven door de Romein Plinius de Oudere c.s. als voorbeelden van bijzondere rassen in de wereld. Door toedoen van de apostelen Andreas en Bartholomeus krijgen ze een plaats in de christelijke wereld na spannende confrontaties.
In religieuze context zien we de hondenkopmens weer bij Augustinus die zich over zijn status in de Schepping bekommert.
In de middeleeuwen wordt één van hen beroemd en geliefd als Sint Christoffel met kindje Jezus op de schouder. In de Grieks- en Russisch-Orthodoxe kerken en op iconen komt Sint Christoffel in deze hoedanigheid regelmatig voor. De hondenkopmens is ook te vinden op romaanse kapitelen in Frankrijk, in middeleeuwse handschriften en op wereldkaarten (mappae mundi) uit diezelfde periode.

Er wordt verschillend gedacht over zijn plaats van herkomst. Soms wordt hij geplaatst in Afrika of India, dan weer bij de Scythen of in Hongarije en Servië. De mens met de hondenkop is veelvuldig beschreven en verbeeld. Afhankelijk van de periode en de reden van zijn vermelding of afbeelding, denkt men dat hij werkelijk bestaat of niet en is zijn rol positief of negatief.

De hondenkopmens belandt uiteindelijk op foto’s van William Wegman met een nieuwe betekenis. Anno 20e eeuw, door Wegman en mogelijk Aad de Haas verbeeld, lijken de hondenkopmensen de visie van de kunstenaar op de mens te weerspiegelen. Bij Wegman lijkt zo’n hondenkop op het geklede mensenlichaam de hond menselijk te maken… en de mens grappig, edel, dom, melancholiek, intelligent enzovoorts door de hondenkop die hij heeft. Bij Aad de Haas vermoed ik een kritische visie van de kunstenaar op de mens.

Inmiddels zijn er ook fotografen bij wie je je trouwe viervoeter ‘vermenselijkt’ kan laten portretteren in het favoriete pak dat je voor hem/ haar hebt uitgekozen. Het is dan niet per se als kunst bedoeld.

Kunst of geen kunst: al deze foto’s spelen in op de betekenis die honden en mensen voor ons kunnen hebben en welke eigenschappen we ze toedichten.

Noten

[1] Bron: v.l.n.r.: Dog Walker (1990) en George (1997) Color Polaroid;© William Wegman, Courtesy of the artist, site Fotomuseum Den Haag; Qey (2017) ― foto Monique Stommel – Being-human tentoonstelling fotomuseum Den Haag 2020.
[2] Bron: Over honden wordt o.a. geschreven in de zgn. bestiaria, in de fabels van La Fontaine, in een Arabisch 10e eeuws geschrift: ‘De Zaak van de Dieren tegen de Mensen’, (uit het Arabisch vertaald door Remke Kruk, Bulaaq Amsterdam, 2010). Er zijn meerdere sites met verwijzingen naar honden zoals: https://www.hondenwoordenboek.nl/nieuws/spreekwoorden-en-uitdrukking-met-hond Geraadpleegd januari 2021
[3] Block Friedman, J. ’The Monstrous Races in Medieval Art and Thought’. Syracuse, New York, 1982, 2000.
[4] Over Anubis is veel geschreven: zie de uitgebreide bibliografie op Wikipedia.
[5] Bron: Anubis
[6] Herodotos, Historiën, Boek 4, 191. In de vertaling van Onno Damsté, p.257 ‘de hondskoppen’ genoemd, naast bijvoorbeeld ‘koplozen, die ogen in hun borst hebben’ (1987), Vertaler Hein van Dolen schrijft: ‘hondskopapen’ in zijn vertaling van de Historiën uit 2007 en laat daar kennelijk het idee van een hondenkopmens los.
[7] Seleucus Nicator(358-281 v.o.j.) oorspronkelijk veldheer van Alexander de Grote en na diens dood stichter van het Seleucidische Rijk
[8] Megasthenes (350-290 v.o.j.), Griekse reiziger, historicus, diplomaat; Plinius de Oudere (23-79), Romeins militair, schrijver en onderzoeker, ‘De Wereld, Naturalis historia’, Boek 7, 23. vertaald door Joost van Gelder, Mark Nieuwenhuis en Ton Peters, 2004, Amsterdam: uitg. Atheneum-Polak & van Gennep.
[9] Bron: Sousse mosaic calendar November ― foto Ad Meskens, Sousse Archeologisch Museum
[10] In Egypte werd Anubis niet als hondkoppige gezien. Dat waren de vier bavianen, de ‘hondkoppigen’ of ‘hondskopapen’ bij de ingang van de hel.
[11] Bron: Vaticaanse musea, Egyptisch museum, Hermanubis
[12] Augustinus, Aurelius, ‘De Stad van God’, Boek XVI.8. vertaling: G. Wijdeveld, Baarn, Amsterdam 1984.
[13] Ook verder oostelijk werden hondkoppige mensen aan religie verbonden, in India bijvoorbeeld. Het voert te ver om daar nu aandacht aan te besteden. Dat geldt ook voor China, nog oostelijker. Daar was men al in de tijd van Confucius bekend met het fenomeen van de hondenkopmens. Tijdens de Tangdynastie was er sprake van een koninkrijk van hondkoppigen bijvoorbeeld; de hond kreeg in de 11e eeuw een plaats toegewezen in de tekens van de Chinese dierenriem. Daar staat hij tot op de dag van vandaag. 2018 was het meest recente ‘Jaar van de Hond’. Vaak werd de hond afgebeeld als een mens met hondenkop. In 2018 leek de hond meer op een groot Disneyachtige knuffelbeest. Op weg naar China spreekt ook Marco Polo van hondkoppigen.
[14] Zie ook orthodoxartsjournal.org/the-icon-of-st-christopher
[15] Bron: Foto Han van Hagen, 2011, cynocefalen op een kapiteel.
[16] Wikipedia: “Mandevilles reis uit 1356 kan opgedeeld worden in twee delen. In het eerste deel worden verschillende reisroutes beschreven via het Byzantijnse Rijk, Klein-Azië naar het Heilige Land, de Sinaïwoestijn en Egypte. De geografische namen in dit stuk kunnen redelijk goed gesitueerd worden op een kaart. In het tweede deel, dat het Verre Oosten (India, China en andere oostelijk gelegen gebieden en eilanden) beschrijft, is dit veel minder het geval. Het relaas wordt ook ongeloofwaardiger. Zo geeft Mandeville aan dat er op bepaalde eilanden mensen leven met slechts één oog, één enkele gigantische voet of hondenkoppen.”… Mandeville, als hij al bestaan heeft, baseerde zich waarschijnlijk op reisverslagen van anderen uit de 12e en 13e en 14e eeuw. Mogelijk kende hij ook de klassieke schrijvers.
[17] Bron: Nuremberg chronicles ― Strange People ― Umbrella Foot, Nuremberg chronicles ― Strange People ― Headless en Schedel’sche Weltchronik-Large ears
[18] Bron: kerkgebouwen-in-limburg.nl/kerken/wahlwiller/cunibertus (2005)
[19] Judas met de kop van een wezel: Dit wordt gesuggereerd in de documentaire Mijn Pelgrimspad, wanneer Annemieke Schrijver de Cunibertus kerk bezoekt (NPO, november 2020). Een wezel staat symbool voor verraad, oppert Annemieke. Verdere uitleg over het gebruik van evt. dierenkoppen is er niet. Dagblad Trouw van 7 november 2020 neemt de kerk op in een wandelroute, de vreemde hoofden van de mensen op de Kruiswegstaties worden hier o.a. schapenkoppen genoemd.
[20] Bron: Kruiswegstaties Aad de Haas
[21] Bron: een still uit één van de filmpjes over de kerk: kerkgebouwen in limburg.nl kerken wahlwiller cunibertus (2005)

deed een kunstopleiding en is kunsthistorica met architectuur als specialisatie, aanvankelijk met een focus op landen in het Nabije Oosten en Centraal Azië. Zij verzorgt al vele jaren cursussen en lezingen, en begeleidt culturele, kunsthistorische reizen binnen en buiten Europa.  Kunst en architectuur vanuit een breder perspectief bekijken, in samenhang met de (cultuur-historische) context heeft haar grootste interesse.