Moederschap als wetenschap — 2

0

De link tussen de Commune en het ‘nieuwe’ cultuurmarxisme

Puck van der Land

Wijsheidsweb, 2018-11

deel 1 – deel 2

Wat gaat de toekomst ons brengen? Een introductie

Vorige maand werd een eerste hoofdstuk van een boek in wording gepresenteerd. Het is een terugblik op de perikelen die gepaard gingen met de publicatie van het boek De Commune van Rotterdam [1].
Dit hoofdstuk gaat over de lessen die geleerd kunnen worden uit het tienjarige tumultueuze bestaan van deze commune.

Uit de reacties van een aantal lezers die ik thuis per mail ontving, bleek me dat het onderwerp ‘cultuurmarxisme’ geen dagelijkse gespreksonderwerp is, terwijl de maatschappij er in allerlei opzichten van doordrongen is.
Een paar voorbeelden: de anti-zwarte-piet acties, de voorgestelde veranderingen in straatnamen die herinneren aan een roemrucht verleden, het kuisen van de Nederlandse taal van zogenoemde racistische woorden, zoals ‘negerzoen’, ‘neger’.
Maar ook ‘new speak’, nieuwe woorden overgenomen uit het Engels omdat de Nederlandse woorden discriminerend zouden zijn.
Tegenwoordig kan degene die moet plassen gebruik maken van ‘genderneutrale’ toiletten, niet van dames- of heren-wc’s. Blank wordt vervangen door wit en we spreken over ‘mensen van kleur’, als we iemand met ‘een kleurtje’ bedoelen.

Hebben de ‘taalpuristen’ die onze taal op deze manier willen kuisen nu werkelijk het idee dat dit tot minder tegenstellingen of ongelijkheid zal leiden?
De dagbladen en het nieuws op het internet lezend bekruipt mij het gevoel dat dit eerder tot onderlinge fricties en geharrewar leidt, waarmee inhoudelijke thema’s onder het neerdwarrelende stof bedekt raken.

Iemand maakte mij er op attent dat er recent juist weer een terugkeer van gender te zien is: roze en blauw, niet alleen als muisjes op beschuit maar als ‘lifestyle’ van baby tot baby vrouwtje. In de winkel wordt mij gevraagd als ik een cadeau koop: is het voor een vrouw of een man en vervolgens krijg ik de passende kleur inpak papier… En dat geeft mij het gevoel dat er sprake is geweest van een hype die zich vooral op enkele universiteiten afspeelde.

Hieronder wordt helder hoe die bovenstaande trend van ‘gelijkschakeling’ in opvoeding en onderwijs begon en hoe de Commune van Rotterdam daar in een zeker opzicht de spits afbeet.
Dit alles is vooral gericht op wat er toen gebeurde.

Echter interessanter is wat gaat komen.
Wat kunnen we in de toekomst verwachten van het moederschap of het ouderschap? Hoe zal de opvoeding van kinderen vorm en inhoud krijgen? Hoe zullen man-vrouw-relaties zich ontwikkelen en hoe verhoudt seksualiteit zich ten opzichte van liefde?

Vraagstukken die nu vooral de aandacht krijgen als dingen uit de hand lopen, als er zoveel problemen zijn ontstaan dat er naar de oorzaken gezocht moet worden om tot oplossingen en aanpassingen te komen. Dat is natuurlijk zinvol.
Maar spannen we het paard daarmee niet achter de wagen? Zou het niet verstandiger zijn proberen vooruit te kijken, te extrapoleren vanuit de gegevens die we al hebben? Over deze vragen en voorspellingen gaat het derde hoofdstuk.

Nu eerst terug naar de jaren 70 en 80, voor zover die in verband kunnen worden gebracht met de huidige maatschappelijke situatie.

De linkse tijdgeest en de commune van Rotterdam

Kuddegedrag[2]

In mijn boek schetste ik de marxistische verbouwing van ons persoonlijk leven tot volgzaam kuddegedrag in de jaren 80. De gevolgen die dit mogelijkerwijs voor de opvoeding van onze kinderen zou kunnen hebben, kon ik me toen niet voorstellen. Ik beperkte me tot wat er toen in deze groep was voorgevallen.

De mensen van de commune waren, zoals al gezegd, bepaald niet de enigen die beïnvloed waren door dit cultuurmarxisme? We maakten vrijwel allemaal deel uit van de linkse studentenbeweging, waren in meer of mindere mate op de hoogte van de kritische theorie van de Frankfurter Schule, waarover op de sociale academies les werd gegeven door linkse sociologen.

Herbert Marcuse was ons welbekend door zijn idee van “repressieve tolerantie” — dat er onder het mom van vrijheid sprake van onderdrukking is — een idee dat velen babyboomers omarmden. Ook de ‘sexpolteksten’ mede geïnspireerd door de Frankfurter Schule, werden grondig doorgespit. Maar het bleef veelal bij studeren en praten, en na afloop wat vrije seks tussen de deelnemers.

In studentenhuizen heerste in de universiteitssteden een tamelijk losgeslagen leefstijl, in reactie op de conventionele opvoeding in het ouderlijk huis. Door studerende moeders in Amsterdam en Rotterdam werden antiautoritaire crèches opgezet, die vanwege het chaotische karakter geen lang leven waren beschoren.
Wel veel idealen maar geen toekomstvisie of perspectief. In de jaren tussen 70 en 80 werd in feite de basis gelegd voor de latere socialistische maatschappijvisie. Gramsci? Daar hadden de meeste mensen nog nooit van gehoord, dat was een studeerkamertheorie voor de theoretisch geïnteresseerde marxisten en socialisten.

Alleen de leider van onze commune was door een contact met Italiaanse marxisten-leninisten op de hoogte van het werk van Antonio Gramsci en besteedde daar vele uren en dagen aan, mede ook ter voorbereiding op een bezoek en gesprekken met leiders van de Chinese communistische partij in 1977.
De Chinese communisten hadden echter totaal geen belangstelling voor de visie van Gramsci. Zij hadden hun eigen culturele revolutie met miljoenen slachtoffers en totale afbraak van onderwijs en wetenschap, recentelijk afgerond. Slechts de kamergrote muurkranten met ophitsende leuzen, waren nog niet overal van muren en gebouwen verwijderd. Het discussiestuk verdween onder tafel.

Maar Gramsci’s opvattingen hadden wel wortel geschoten in onze beweging. En zo werd met de tekst van Friedrich Engels over “De oorsprong van het gezin”, de marxistische onderbouwing gegeven om de gezinnen van onze leden af te breken en voor een alternatieve samenlevingsvorm te kiezen: de Commune van Rotterdam werd geboren[3].

Cultuurmarxisme beklijft bij de babyboomers

Talloze politiek geëngageerde babyboomers zaten in feite op dezelfde koers, ook al braken ze hun eigen gezin of relatie niet (volledig) af. Ook zij hadden als linkse studenten kennis genomen van de Frankfurter Schule en al die andere radicale wereldverbeteraars. Wij hebben er in die tijd honderden leren kennen, via onze eigen activiteiten, maar ook via de scholen waar onze kinderen naar toe gingen. Ze waren voor emancipatie van vrouwen en homo’s, positieve discriminatie van vrouwen en allochtonen bij het vinden van werk of om tot een studie te worden toegelaten. Ze waren ook voor taakstraffen in plaats van gevangenisstraf of hoge boetes in geval van ernstig maatschappelijk wangedrag en proefverlof om terugkeer in de maatschappij mogelijk te maken. Want: iedereen moet een kans krijgen om zich te verbeteren: de maakbare samenleving. Meestal tegen beter weten in, want lessen werden er niet getrokken, ondanks de ernstige gevolgen.

In onze commune werden tussen 1982 en 1987 uitgebreide discussies gevoerd over het belang van onze standpunten en hoe die dan in te brengen in de onderwijs- en overheidsinstellingen waar een groot deel van onze leden toen werkte[4].
Dat ging bepaald niet zonder vervelende meningsverschillen, want in die tijd was men huiverig om te pleiten voor bijv. positieve discriminatie van vrouwen en allochtonen. Iedereen was bang om zijn baan kwijt te raken, maar veelal was dat geen reële dreiging, als je het maar slim aanpakte. Niemand van de commune had een baan in het bedrijfsleven, want daar heerste nog altijd een heel andere mentaliteit die totaal niet overeenstemde met wat binnen de commune werd geloofd en gepredikt.
Maar de trend was gezet, in feite werd er toen een begin gemaakt met wat “De lange mars door de instituties” zou gaan worden genoemd. En ook dit was niet beperkt tot de communeleden. Wie om zich heen kijkt en navraagt wie uit zijn kennissen- of vriendenkring bij de een of andere overheidsinstelling werkt, zal verrast worden: een meerderheid waarschijnlijk! Dit weet ik in elk geval van mijn eigen kennissenkring.
En wie afvalt in de ratrace van het bedrijfsleven moet dan maar als zzp-er aan de slag. Afvallen bij de overheid en dan zzp-er worden? Nee, helemaal niet nodig, want je werd vrijwel nooit ontslagen, hoogstens naar een andere functie overgeplaatst, dan wel ontslagen maar met een riant wachtgeld!

Het opheffen van de commune in 1990 vond plaats na een periode van conflicten en uitzichtloosheid omdat het niet lukte om tot een nieuwe visie op relaties en opvoeding te komen.
Het vazallengedoe om de leider naar de mond te praten, wat we nu politieke correctheid noemen, had een open discussie volledig onmogelijk gemaakt. Uit elkaar gaan en de heleboel opsplitsen was het enige zinvolle alternatief.

En dat is precies wat er nu ook aan de hand is met al die groepjes die zich vastbijten in hun eigen radicale gelijk over een standpunt. Dat zal tot steeds meer afsplitsingen en deelgroepjes leiden. Maar wat nu gebeurt en wat in 1990 bij ons gebeurde, is niet nieuw: de talloze afsplitsingen binnen de hervormde en gereformeerde kerkgenootschappen laten zien hoe religieuze orthodoxie of het ‘eigen fundamentele gelijk’ leidt tot sektegedoe en uiteindelijk de dood in de pot.

Het was zeker niet gemakkelijk om na (zelf)kritiek over wat er allemaal niet deugde in onze commune, tot een nieuwe benadering te komen: misschien deugde er ook weinig van die kritiek op het gezin als hoeksteen van de maatschappij, waarschijnlijk hadden we onze ouders totaal niet begrepen en als domme onbenullen afgedaan en aan de kant gezet.

Misschien was een vaste relatie, een huwelijk, toch wel de beste samenlevingsvorm als je samen kinderen wilde opvoeden. En zoals dan meestal gebeurt, valt iedereen terug op vertrouwde patronen van vroeger: gewoon weer samenwonen, met een vaste partner, een gezin vormen met kinderen die nu alle aandacht krijgen van hun ouders. Opa en oma die ingeschakeld worden om op te passen. Werken allebei, en sparen om een eigen huis te kopen. En daarna: vaak op vakantie, uit eten zolang de financiële middelen dat toelaten. Ik begrijp dat het zo gaat, er lijkt ook bijna geen andere keus!

Van de vroegere bevlogenheid is niets meer over. Men heeft zich afgekeerd van het politieke debat of zich aangesloten bij de politieke partijen die men vroeger zo verachtte. Dat oude vrienden evenals hun en mijn kinderen ook net als de meeste anderen gewoon, onbewust zijn meegegaan in een steeds verder vervlakkende levensfilosofie, is een onthutsende constatering. Dat is de pijn die je voelt als je het verband begrijpt tussen wat ooit begonnen is als een ideaal en de huidige realiteit: de confrontatie met je eigen persoonlijke verantwoordelijkheid voor hoe het nu gaat in de wereld.
Wat een zootje hebben we ervan gemaakt….

In deze pijn hebben de meeste mensen die vroeger in de commune hebben gezeten, helemaal geen zin. Ze hebben al genoeg pijnlijke jaren doorgemaakt en willen er liever niet meer mee geconfronteerd worden, afgezien van enkele mensen die zo moedig zijn om wel dat verleden ter discussie te stellen.

Niemand wil omkijken naar zijn verleden, wellicht nog oudtestamentisch ingegeven door het verhaal over Lot, wiens vrouw veranderde in een zoutpilaar toen zij op de vlucht omkeek naar de stad Sodom en Gomorra, door God in brand gefikst als straf voor hun hedonistische liederlijkheid.
Of voor de oud-marxisten onder hen misschien wel door Hegel die ook ooit zei dat mensen niet bereid zijn om van het verleden, van de ervaringen van anderen te leren.

Het kan niet waar zijn!

Twee jaar lang heb ik me nu verdiept in de discussies over cultuurmarxisme, politieke correctheid, social justice warriors, genderneutraliteit etc. en heb ik geprobeerd om daar met oude en nieuwe vrienden over te praten. Nu begrijp ik waarom de media mijn boek over de commune niet opgepakt hebben:

Het kan niet waar zijn dat de marxistische ideologie de visie van mensen troebleert en onafhankelijk denken reduceert tot het napraten van opinies verspreid door Volkskrant, NRC, DWDD, het NOS-journaal en andere MSM.
Vrij-Nederland-journalist Max van Wezel heeft het in een recent stuk over complotdenken, waarbij hij een vermeende bewering van Sid Lukkassen aanhaalt dat er zelfs huwelijken werden ontbonden. Van Wezel heeft overduidelijk het boek over Cultuurmarxisme niet gelezen, want de opmerkingen over gedwongen scheidingen zijn uit mijn artikel over de commune…. Rauwe werkelijkheid, onvoorstelbaar bijna. Maar geen complottheorie! Ach, hij vergist zich als welgedane babyboomer!

In mijn boek spreek ik met geen woord over cultuurmarxisme, want ik kende dat woord in 2016 nog niet. Dit begrip is ook pas in 2015 door Sid Lukkassen geïntroduceerd in zijn boek Avondland en identiteit[5]. Maar ook mijn eigen oude vrienden huiveren vol ongeloof bij het woord cultuurmarxisme. Sommigen vinden dat dit toch wel erg aan een complottheorie doet denken zoals oude Max van Wezel of de jonge auteur van de Groene over Gramsci.
Ze herkennen de politiek correcte nieuwsgaring van de mainstreammedia niet: dat is toch objectief nieuws van de NPO en progressieve zenders en kwaliteitskranten….

“Hoe kom je daar toch bij Puck?”

Ze zien geen kwaad in de protesten van studenten tegen het buitensluiten van docenten of studenten die een zgn. ‘rechtse’ visie hebben op bijvoorbeeld de islam. Ze vinden dat de stroom asielzoekers toch gewoon opgevangen moet worden, want ze komen uit oorlogsgebieden of landen die geen economische toekomst bieden: de wereld is toch van iedereen… volgens een populair liedje van de PvdA. Maar: niet in mijn achtertuin of mijn eigen zuurverdiende huis.

Mijn oude vrienden leven nu in een wereld waarin ze geen band meer hebben met de (universitaire) onderwijsomgeving, ze komen vrijwel niet in contact met Turkse of Marokkaanse medelanders, ze wonen ver van de wijken die in getto’s dreigen te veranderen, maar ze zouden niet graag de oproep voor het vrijdaggebed van de moskee in plaats stellen van het traditionele klokgelui op zondag. Ze leven hun eigen leven in hun eigen wereld, hebben voldoende geld om te kunnen reizen en aan het volle Nederland te ontsnappen.

Ik ben niet afgunstig op hun materiële welvaart, ze hebben er vaak beiden hard voor gewerkt. Ik verwonder me over de teloorgang van hun politieke interesse. Maar ondertussen begrijp ik ook dat.
Marxistische ideeën, die in sociaaldemocratische termen zijn getransformeerd in de bovenbouw, zijn zo gemeengoed geworden, dat maar weinig mensen in de gaten hebben hoe zeer onze hele cultuur, onze menselijke samenleving er door wordt uitgehold en ondermijnd.

In de artikelen die in het boek Cultuurmarxisme[6] zijn opgenomen, wordt een veelvoud aan voorbeelden genoemd, te veel om te herhalen en al uitstekend beschreven.
Daarom verwijs ik met veel plezier naar dit boek dat onder redactie van prof. Paul Cliteur, dr. Perry Pierik en Jesper Jansen is uitgebracht.
Evenmin realiseert men zich dat deze grote lege gaten, nu stap voor stap worden gevuld met de ideologie van het cultuurmarxistische nihilisme dat de weg plaveit voor de opdringende islam ideologie, waarover Sam van Rooij het boek Voor vrijheid dus tegen islamisering[7] onlangs publiceerde.

Pas nu zaken steeds verder uit de hand beginnen te lopen, zoals in Amsterdam met de ‘We are here’-krakersgroep, of met de door de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid geconstateerde toenemende orthodoxe islamisering onder Turkse en Marokkaanse immigranten, met de klaag- en schuldcultuur van social justice warriors (anti-Zwarte Piet, de Grauwe eeuw, die straatnamen van vroegere zeehelden willen veranderen, etc.); pas nu begint er iets te dagen. Wanneer maatschappijveranderaars geen strobreed in de weg wordt gelegd om met ondermijnende acties, met fundamentalistische godsdienstwaan, met volslagen ondemocratische kliekjespolitiek, hun zin door te drijven, dreigen we in Nederland op de verkeerde weg te belanden.

Maar ach, denken er helaas velen:

“het zal mijn tijd wel uit duren, wat zal ik me druk maken die laatste jaren”.

En dan vraag ik:

“Je hebt toch kinderen en kleinkinderen… wat moet er dan van hun toekomst terecht komen als onze samenleving afglijdt, islamiseert, persoonlijke vrijheid en verantwoordelijkheid aan banden wordt gelegd en de staatsinstellingen zich steeds meer bemoeien met het persoonlijk leven van individuen en controle en financiële dwang schering en inslag worden….”

Het antwoord blijft uit, men weet het niet en men ziet het ook niet.

“Kom doe niet zo somber, neem nog een borrel.”

Een nieuwe wind

Er begint een nieuwe wind te waaien: onder wetenschappers, vaak filosofen en geschiedkundigen. Onder kritische journalisten die nieuwe media opzetten zoals ThePostOnline, Café Weltschmerz, De Batavieren Podcast, De Dagelijkse Standaard, de Belgische Doorbraak, Novini, OpinieZ en anderen. In deze media wordt aan iedereen die een inhoudelijk standpunt wil inbrengen een platform geboden zodat er een discussie onder lezers en luisteraars mogelijk wordt en schrijvers niet door interviewers in een of andere hoek worden gedrukt zonder dat ze de kans krijgen hun mening naar voren te brengen.

Vaak komt ook in die interviews de vraag naar voren, waar het dan naar toe moet met onze samenleving. Waar kunnen mensen voor leven en zich voor inzetten? Wat zou er moeten veranderen aan opvoeding en onderwijs, aan relaties en woonvormen.

Allerlei aspecten van de persoonlijke omgeving zijn in een sfeer van nihilisme en vrijblijvendheid terecht gekomen. Niet dat mensen zelf geen persoonlijke keuzes maken voor een vaste relatie, een huwelijk, of helemaal niets van dat. Mensen doen dat ook nu wel degelijk, alleen een gesprek hierover loopt binnen de kortste keren vast op wat men nu eenmaal besloten of afgesproken heeft.

Het zou helpen als er een duidelijke visie wordt ontwikkeld over normen en waarden voor bijvoorbeeld relatiepatronen, ouderschap en opvoeding. Daarbij kan gesteund worden op vroegere inzichten en ervaringen, ontdaan van bekrompenheden van destijds, bevrijd van zorgen over ongewenste zwangerschap. Maar ook rekening houdend met de grote veranderingen die de media hebben gebracht.

Ik denk dat het om inzichten en om vernieuwingen gaat waar mensen al proefondervindelijk mee bezig zijn. Die worden nu echter niet als zodanig publiek gemaakt, want het gaat om kwetsbare zaken en de politiek correcte moraalridders staan altijd klaar om mensen, die van hun norm afwijken, te kapittelen. De homobeweging en alle andere mensen die zich scharen onder de LHBT-letters treden regelmatig naar buiten met hun emancipatie- en erkenningseisen.

Simone Veil[8]

Ze laten zich niet kapittelen als groep en ze hebben momenteel de wind mee, zodanig dat het soms lijkt alsof hun levensstijl model zou kunnen staan voor de overgrote meerderheid van de bevolking.

In mijn volgende hoofdstuk ga ik niet op deze emancipatiebeweging in, maar verwijs opnieuw naar het boek “Cultuurmarxisme”, en mijn hoofdstuk over Cultuurmarxisme en de invloed op persoonlijke relaties, opvoeding en onderwijs.

Hier wil ik slechts nog toevoegen dat het de Française Simone Veil is geweest, met haar beroep op de medische implicaties van het niet vrijgeven van abortus, die het Franse parlement om kreeg en voor een vrije abortuswetgeving stemde. Nederlandse feministen verloren deze strijd door hun eenzijdige appèl op het vrije recht daartoe….

Wat valt er nog meer te zeggen

In volgende hoofdstukken sta ik stil bij de titel van dit boek Moederschap als Wetenschap, en met welke goede voornemens wij aan de collectieve opvoeding waren begonnen. Belangrijk is ook om te weten dat de negatieve benadering van het gezin een lange geschiedenis kent, en bepaald geen eendagsvlieg was van een stel verwarde idealisten. Marx en Engels legden de grondslag voor het afbreken van het gezin en in de eeuw erna werd uitgedacht en uitgeprobeerd welke sociologische en psychologische middelen daarvoor ingezet moesten worden. Het merendeel van de mensen die na de Tweede Wereldoorlog zijn geboren, is opgegroeid en voedde kinderen op binnen een ‘normale’ gezinsstructuur, maar heeft geen kennis van de historische ontwikkeling van het gezin.

Het gezin was een zo normaal en noodzakelijk instituut voor man, vrouw en kinderen, dat slechts weinigen twijfelden aan de bestaansgrond. De kerk en de staat zorgden beiden ervoor dat het gezin in ere en in stand werd gehouden. Wie het gezin als instituut wilde afbreken, kon rekenen op niet geringe weerstand en op zijn minst stevige argwaan.

In relatie daarmee kijk ik terug op de idealen die in de Commune van Rotterdam over opvoeding van de kinderen werden aangehangen en wat daar problematisch en zinvol aan was en wat daarvan nog wel bruikbaar is. Want bij opvoeding van kinderen gaat het toch altijd over wat ouders aan voorbeelden hebben gekregen en zelf doorgeven aan hun eigen kinderen. De kwestie is vooral of er toch lessen geleerd kunnen worden.

Praten over opvoeding en het krijgen van kinderen, gaat niet zonder aandacht te besteden aan de partnerrelatie. Vandaag de dag hebben mensen de vrije keus voor het ouderschap en dat betekent ook mijns inziens ook de verantwoordelijkheid om zich op die keus voor te bereiden, zich te realiseren dat een kind ‘nemen’ een stap is die niet alleen je hele leven verandert maar ook een leven lang duurt.
Partnerrelaties die vooral of alleen gebaseerd zijn op wederzijdse verliefdheid en seksuele aantrekkingskracht, missen de noodzakelijke nuchterheid om de taak van het opvoeden aan te kunnen. Het is een uitdaging om opnieuw naar de voorwaarden voor een goede partnerrelatie te kijken, misschien was dat vroegere stappenplan van eerst verloven en dan trouwen nog helemaal niet zo gek.
Leer eerst de familie van je partner kennen, en je kunt veel beter inschatten hoe een gezin met de partner van jouw keuze vorm zal gaan krijgen. Waarschijnlijk zijn er ook minder gezinstherapeuten nodig om de scherven te lijmen als ‘er lijken uit de kast komen’.

Waarom heeft het feminisme geen reële aandacht besteed aan de zorgen van vrouwen die voor het moederschap gingen: kinderopvang is prettig, zinvol en soms ook noodzakelijk. Maar zelf, samen met een partner, kinderen opvoeden is een veeleisende taak maar ook een fantastische vervulling.
Welke inzichten en ervaringen hebben ouders nodig om ook goede opvoeders te kunnen zijn of worden, mede ook om er voor te zorgen dat die kennis en ervaring niet alleen tot de professionals en de therapeuten beperkt blijft.

Welke kennis hebben ouders nodig om hun kinderen te kunnen begrijpen, wat moeten ze absoluut weten over de ontwikkeling van kinderen. Welke waarden willen zij hun kinderen meegeven, welke doelen leren zij hun kinderen stellen, wat is de verhouding tussen gevoel en verstand en hoe ontwikkelt zich dat proces.

Hoe kunnen grootouders een positieve rol spelen in de opvoeding van hun kleinkinderen: niet alleen als oppas opa’s en oma’s maar ook: wat kunnen zij hun kleinkinderen vertellen over hun eigen leven etc.

En tot slot: zijn er alternatieve woonvormen denkbaar waarin het vroegere familieverband terug kan komen. Of zijn er woonvormen denkbaar die bepaalde aspecten van de opvoeding in gezamenlijkheid kunnen realiseren. Dat zijn voor mij o.a. de lessen uit mijn eigen commune, maar ik wil hier ook de ervaringen van goed draaiende woongroepen in betrekken.

Ongetwijfeld zullen bovengenoemde onderwerpen uitgebreid en aangevuld worden tijdens het schrijfproces en naar aanleiding van reacties van lezers. De bovenstaande tekst is dus ook geen blauwdruk voor de hoofdstukken die nog zullen volgen en de volgorde van onderwerpen zal misschien niet worden aangehouden, het gaat tenslotte om een boek in wording!

Noten

[1] Van der land, P. (2016). De Commune van Rotterdam: En het failliet van de vrije liefde. Amersfoort: Uitgeverij Aspect.
[2] Bron: kuddegedrag, volgzame schapen
[3] Van der land, P. (2016). De Commune van Rotterdam: En het failliet van de vrije liefde. Amersfoort: Uitgeverij Aspect, p. 53
[4] Van der land, P. (2016). De Commune van Rotterdam: En het failliet van de vrije liefde. Amersfoort: Uitgeverij Aspect, p. 95
[5] Lukkassen, S. (2015). Avondland en Identiteit. Soesterberg: Uitgeverij Aspekt.
[6] Cliteur, P. & Jansen, J. (2018) (red). Cultuurmarxisme: Er waait een spook door het Westen. Soesterberg: Uitgeverij Aspekt.
[7] Van Rooij, S. (2018). Voor vrijheid dus tegen islamisering. Doorbraak.be.
[8] Bron: Simone Veil 1984  

Ik heb een oudere zus, die mij de naam Puck bezorgde, door altijd over dat “Pukkie” te praten. In 2007 ben ik naar Spanje verhuisd. Eenmaal levend in de rust van het platteland ben ik verder gegaan met het schrijven aan het boek dat nu gepubliceerd is: "De Commune van Rotterdam".

Schrijf een reactie