Daan Roza
Deel 4: Oneindigheid in het spel
Stage-onderzoek naar het Spel als Filosofisch Middel
Deel 1 – deel 2 – deel 3 – deel 4
Beeld, Overschot, en Oneindigheid
Bij de QfWf ligt de nadruk expliciet niet enkel en alleen op het gebruik van teksten in het spel; zoals gezegd werkt men ook veel met beelden, waar ik zelf ook de waarde van heb leren inzien gedurende mijn stageperiode. Volgens Ricoeur (1976) beschikken beelden over een surcroît de sens, een betekenisoverschot. In het bijzonder hebben beelden – denk hierbij aan mythen en symbolen – per definitie een meerduidig karakter: hetzelfde beeld beschikt over verschillende betekenissen, afhankelijk van de deelnemers die het beeld duiden.

In de duiding van het beeld rond de speeltafel komt de deelnemer erachter dat de Ander oneindig is. Je zou kunnen stellen dat het beeld dient als een derde term waarlangs het ego erachter komt dat de Ander niet te herleiden is tot een iets. Het is niet mogelijk om, bijvoorbeeld, aan de hand van een of andere psychoanalytische methode de gedachten van de Ander te reduceren tot zijn verleden of een collectief bewustzijn; de duiding van het beeld door de Ander kan radicaal anders zijn. En wil men hier recht aan doen – en waarde uit halen – dan is het van belang dat men de duiding van de Ander niet eigen maakt, of weerlegt.
Levinas was zelf behoorlijk kritisch op kunst, en zo ook op het gebruik van beelden: ze bevriezen en objectiveren volgens hem de Ander. De QfWf gebruikt beelden echter als middel tot dialoog: het beeld is niet het doel van het spel, maar fungeert eerder als een katalysator van het gesprek – met de Ander – dat daaruit volgt. Je zou kunnen stellen dat het beeld een spiegel van het ego is, maar dat de stem en het gelaat van de Ander de bevriezing en objectivering van het beeld verbreekt en het ego de oneindigheid intrekt.
Conclusie: de kracht van dialoog en verbeelding
In het onderzoeksverslag stond de vraag: “op welke manier kan het spel bijdragen aan een herwaardering van de ander?” centraal. In het eerste deel is beschreven waarom een herwaardering van de Ander, wat mij betreft, überhaupt noodzakelijk is; onder andere Descartes, Freud, en Jung hebben zich schuldig gemaakt aan een beknotting van de Ander. Levinas doorbrak deze beknotting, en heeft laten zien op welke manier de relatie tussen het ego en de Ander ook gedacht kan worden.
In het tweede deel werd de filosofie van Levinas vervolgens betrokken op het spel als middel tot verbinding en verrijking: het spel blijkt een uitermate geschikt medium om het ego kleiner, en de Ander groter te maken, en precies daaruit blijkt de waarde van de Ander voor het ego. Ik heb vervolgens twee elementen die veelvuldig terugkomen bij de spelvormen van de QfWf gebruikt om de herwaardering van de Ander concreet te maken. Ik kan dan ook concluderen dat de dialoog en het beeld [het surplus aan betekenis door de verbeeldingskracht]cruciale elementen zijn om de herwaardering van de Ander te bewerkstelligen, wat tevens waarde oplevert voor het ego: de herwaardering van de Ander kan, wat mij betreft, niet plaatsvinden zonder dat het ego zich verbindt met de Ander.

In solitair- en competitief spel staat het ego niet in verbinding met de Ander, en wordt het ego, zodoende, ook niet uitgedaagd [tot een wederkerige verhouding]. Deze spelvormen dienen daarom vermeden te worden als het doel is om nader tot elkaar te komen en elkaars denken te verrijken. In het vervolg zouden de inzichten uit het onderzoeksverslag gebruikt kunnen worden om eventueel nieuwe spelvormen te ontwikkelen: het dialogische element kan verder uitgebuit worden, en er kan meer gebruik worden gemaakt van beelden. In dit onderzoeksverslag vindt men dan ook de voorwaarden die mogelijkerwijs gebruikt kunnen worden voor het ontwikkelen van eventueel nieuwe spelvormen, waarbij in het bijzonder rekening wordt gehouden met de relatie tussen het ego en de Ander; deze relatie wordt in de filosofie weinig ter discussie gesteld, en wordt tevens vaak als neutraal opgevat.
Ik hoop dat mijn onderzoeksverslag laat zien dat de relatie tussen het ego en de Ander complex is, en dat de manier waarop we de relatie aangaan niet alleen invloed heeft op de Ander, maar ook op het ego. Ik voel me door het onderzoek en de stage bij de QfWf, tevens persoonlijk filosofisch verrijkt.
Bauman, Z. (2013). Liquid Love: On the Frailty of Human Bonds. John Wiley & Sons.
Deleuze, G., & Guattari, F. (2013). Anti-Oedipus: Capitalism and Schizophrenia.
Descartes, R. (2017). Descartes: Meditations on First Philosophy: With Selections from the Objections and Replies. Cambridge University Press.
Huizinga, J. (1998). Homo Ludens. Taylor & Francis.
Lasch, C. (2024). De cultuur van het narcisme: Leven in een tijd van afnemende verwachtingen. Singel Uitgeverijen.
Levinas, E. (2018). Totaliteit en Oneindigheid: essay over de exterioriteit.
Marin, P. (1975). The New Narcissism. Harper’s Magazine.
Ricoeur, P. (1976). Interpretation theory: Discourse and the Surplus of Meaning. TCU Press.