Het ecologisch-intuïtief tekort van de moderne identiteit

0

Ervaring, analyse en praktijk

Gerard Wijers

Counsellings Magazine nr. 3, 2015, uitgeverij Kloosterhof in Neer

Inleiding

bodemloze put[1]

Mijn identiteit is een uit taal opgetrokken betekenisconstructie waarin is vastgelegd wie en wat ik ben. Ik ben Gerard Wijers, mens, man, echtgenoot, vader, grootvader, psycholoog, Nederlander en zo nog het een en ander. Met mijn identiteit onderscheid ik me. Als mens onderscheid ik me van alle andere, niet humane wezens in de wereld, als man ben ik anders dan vrouwen, als echtgenoot verschil ik van de ongehuwden, etc.
Mijn identiteit bepaalt niet alleen mijn zijn in de wereld ten opzichte van alle anderen, maar ook mijn doen en laten daarin en wel op een norm gebonden manier.
Menszijn schept verplichtingen en dat geldt ook voor het zijn van man, echtgenoot, vader, grootvader, psycholoog en Nederlander. Identiteit heeft niet alleen beschrijvende en normerende aspecten, maar is ook waarde gebonden: Als Nederlander ben ik nu beter af dan als Syriër en als psycholoog word ik nu beter betaald en heb meer status, dan vroeger toen ik een paar jaar heb gewerkt als grondsteward en banketbakker.

Alle aspecten van mijn identiteit hebben een gemeenschappelijk fundament in het beeld dat de laatmoderne Westerse mens van zichzelf heeft geconstrueerd: een vrij wezen dat met wetenschap en techniek de werkelijkheid rationeel naar zijn hand kan zetten. Ik zie mijzelf als een rationele man met keuzemogelijkheden op de meeste levensgebieden, als iemand die gewapend met wetenschappelijke kennis voorkomende problemen kan analyseren en oplossen.
Met dit beeld ben ik opgegroeid, ik heb me ermee leren identificeren en mijn bestaan erop gebouwd. Toch heb ik van jongs af gevoeld, dat er iets ontbrak in het fundament van mijn bestaan, iets waar ik last van had, maar waar ik met de beschikbare rationele middelen de vinger niet achter kon krijgen. In dit artikel ga ik dieper in op dit tekort, ik beschrijf en interpreteer het en stel vast dat de moderne identiteit onhoudbaar wordt.

Ervaringen van een tekort in mijn identiteit

Bij het opbouwen van mijn beeld van de werkelijkheid in het onderwijs heb ik altijd een innerlijke weerstand gevoeld: het kostte me iedere dag de grootste moeite om me aan mijn huiswerk te zetten. Als ik mijn weerzin eindelijk had overwonnen ging het studeren meestal vrij vlot, maar de volgende dag stond ik weer voor die afstotende drempel. Al met al vond ik het volgen van onderwijs een zinloze activiteit. De lesstof vertoonde geen samenhang, sloot niet aan bij de behoeften en vragen die voortkwamen uit mijn leefsituatie en leek na korte tijd weg te zakken in een bodemloze put. Ik was weetgierig, wilde me graag ontwikkelen en me ergens in onderscheiden, fantaseerde zelfs over bijzondere kostscholen, maar bij het verwerven van de schoolse kennis, vaardigheden en houdingen was er altijd die duistere tegenstander in mij, die mijn leerweg kruiste en blokkeerde. Ik praatte er wel eens over, maar dat leverde alleen inzichten op van het soort: het gaat toch niet zo slecht; misschien een beetje harder werken; doe wat aan je motivatie.
Dat er misschien iets essentieels ontbrak aan het kennis aanbod bleef buiten beschouwing en mijn innerlijke dwarsligger werd niet herkend noch onschadelijk gemaakt. Ik leerde me schikken in mijn lot, verwierf een HBS-b diploma en ging psychologie studeren met de vage hoop zo wat wijzer te worden over de aard en oorzaak van mijn leer- en ontwikkelingsfrustratie. In de klinische psychologie herkende ik wel veel van de onvrede met mijn bestaan, maar ik miste een samenhangend theoretisch en methodisch kader waarin alle diagnostische categorieën konden worden begrepen, ingevoeld, verklaard en behandeld. Ik bleef het gevoel houden dat er iets over het hoofd werd gezien, iets fundamenteels en beleefde dat gemis als een diep liggend gebrek in mijn beschaafde bestaan. Een identiteitscrisis kon niet uitblijven. Na een paar jaar gewerkt te hebben als gedragstherapeut, met toenemende twijfels aan de zin van zijn werk, kwam ik er inderdaad in terecht. De crisis vormde een keerpunt. Ik nam mijn eigen vragen over mijn leer- en ontwikkelingsstoornis serieus, ging op zoek naar antwoorden buiten de voor de hand liggende paden die ik tot dan toe had bewandeld en vond eindelijk wat ik zocht. (Wijers, 2012)

Mythisch-religieus inzicht in de aard en oorzaak van het identiteitstekort

De slang symboliseert het kwaad[2]

In de religieuze tradities wordt de mens beschouwd als een tragisch wezen. Met het eten van de vrucht van de boom van de kennis van goed en kwaad was de mens weliswaar aan God gelijk geworden, maar voor deze verheven status moest een hoge prijs voor worden betaald. Verdrijving uit de harmonie met de natuur. Voortaan was de mens gedoemd te leven in een moeizame en soms pijnlijke spanningsverhouding tot de natuur. De kennis van goed en kwaad — dat wil zeggen de kennis van landbouw en veeteelt en van de daarvoor benodigde arbeidsverdeling, die na de agrarische revolutie geleidelijk tot ontwikkeling kwam — schoot regelmatig tekort met misoogsten, hongersnood en onderlinge conflicten over de schuldvraag als pijnlijk gevolgen.
In de taal van de Bijbelse mythe: om Adam’s wil was de aardbodem vervloekt en bracht doornen en distels voort. In het religieuze beeld van de mens worden hij en zij steeds pijnlijk geconfronteerd met het tekort van hun kennis in de omgang met de natuur. Kennisgeleid handelen in strijd met de natuurwet — met Gods wil zei men toen; met de ecologische balans zouden wij nu zeggen — wordt meedogenloos afgestraft.
In de Joodse mystiek wordt de aartsengel Gabriel gezien als de strenge handhaver van de natuurwet. Hij zorgt ervoor dat alle wezens op aarde zich ontwikkelen binnen de grenzen die de natuur aan hen stelt. Voor de mens treedt hij op als tegenstander, als hinderaar op diens levensweg.

Eigentijds geformuleerd: Gabriel is de personificatie van de negatieve ecologische feedback op kennisgeleid handelen. Hij is steeds gericht op herstel van de verstoorde ecologische balans en dat gaat, indien nodig, niet zachtzinnig. Hij confronteert de mens met het natuurrecht en de natuurlijke rechtsgevolgen van zijn handelen.

Aartsengel Gabriël[3]

Door zijn optreden lijdt de mens. Hij dwingt de mens tot stilstaan bij het natuurlijke effect van zijn handelen, tot stilzitten en kritisch reflecteren op de aan zijn handelen ten grondslag liggende overwegingen en besluiten. Gabriel werkt volgens de overlevering in de nacht, in het onbewuste en in het lichaam (Weinreb, 1993). Zijn remmende invloed op afwijkend gedrag jaagt angst aan. Wij voelen ons door hem in ons beschaafde bestaan bedreigd, hij ondermijnt onze identiteit.

In deze oude mythisch-religieuze referentiekaders leerde ik eindelijk de hinderaar op mijn eigen ontwikkelingsweg kennen, evenals de oorzaak van mijn weerstand tegen het onderwijsleerproces en van mijn onzekerheid over het fundament van mijn identiteit. Dit inzicht verwierf ik niet via de ratio, maar via mijn intuïtie: ik voelde in mijn lichaam dat het klopte.

Het moderne tekort in ecologisch perspectief

Geleidelijk werd het me duidelijk dat de moderne westerse mens afscheid had genomen van het oude, tragische zelfbeeld. Met wetenschap en techniek voelden we ons niet langer afhankelijk van de grillen van de natuur. Met operationeel gedefinieerde begrippen en variabelen was vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw een leefwereld geconstrueerd, waarin, voor de verwerving van kennis, onze zintuigen werden vervangen door meetinstrumenten en onze motoriek door werktuigen (Van der Woud, 2007).
Ons lichaam verloor zijn betekenis als leermiddel en de daaraan gebonden belevenissen, vragen en intuïties moesten in het onderwijs plaats maken voor rationele wetenschappelijke kennis. Zo vervreemde de moderne mens van zijn lichaam, van zijn daaraan gebonden plaats in de natuur en van de natuurlijk-ecologische feedback op zijn handelen. Het zelfbewustzijn kwam terecht in een abstract wetenschappelijk universum, voortdurend gericht op zelfhandhaving en rationele controle van de eigen situatie met de daarin gegeven handelingsmogelijkheden en opbrengsten.

Psychologisch gezien maakt het moderne zelf een eenzijdig gebruik van zijn cognitieve mogelijkheden. Kahneman onderscheidt in “Ons feilbare denken” twee cognitieve systemen: een traag werkend rationeel systeem en een snel werkend intuïtief systeem (Kahneman, 2011). Het rationele systeem kost bewuste inspanning en moeite, het intuïtieve werkt onbewust en schijnbaar moeiteloos. Neuropsychologisch correspondeert het rationele, bewuste systeem met de werking van onze linker cerebrale hemisfeer en het intuïtieve, onbewuste met de werking van de rechter hemisfeer (Lamme, 2010).
De Engelse psychiater McGilchrist maakt duidelijk dat de functie van de linker hemisfeer gericht is op doelgerichte acties in de buitenwereld, terwijl de functie van de rechter hemisfeer is gericht op het voortdurend scannen van de omgeving op kansen en bedreigingen. Uit zijn onderzoek blijkt dat, in de context van de moderne beschaving, de functie van de rechter hemisfeer wordt gedomineerd door die van de linker (McGilchrist, 2009)

Het moderne zelf, is dus eenzijdig rationeel en onderdrukt de intuïtieve verwerking van de eigen zintuigelijke informatie over de buitenwereld en de daarmee verbonden negatieve emoties, zoals angst.
Victor Lamme typeert dit zelf als “een kwebbeldoos, die logische redenen verzint voor gedrag dat eigenlijk voortkomt uit een optelsom van onbewuste invloeden, dingen uit het verleden en genetisch bepaalde voorkeuren”. Een praatjesmaker dus, die slecht is aangesloten op de onbewust werkende natuur in zichzelf. Het moderne zelf houdt de negatieve ecologische feedback, veroorzaakt door zijn eigen rationele handelen, buiten de deur van zijn bewustzijn. Daarmee vervreemdt hij van het dier in zichzelf, van zijn natuurlijke fundament en van de daarmee verbonden ontwikkelingsweg in ons aardse ecosysteem. Hoe groter de verstoring van de ecologische balans, hoe krachtiger de negatieve, remmende feedback. De weg naar de toekomst van het moderne zelf wordt zwaarder en kost steeds meer energie om de ecologische weerstand te overwinnen.

Conclusie en praktische implicaties

De moderne identiteit wordt een steeds groter gevaar voor mens en milieu. We worden gestoord van onze eenzijdig rationele omgang met ons zelf en de wereld. Maar de angst waar we steeds meer last van krijgen is geen angststoornis maar een ecologisch normale reactie op een handelend zelf dat een illusie in stand probeert te houden. De illusie van verlossing van het lijden onder de pijnlijke natuurlijke gevolgen van onze gebrekkige kennis en het daardoor geleide handelen. Het wordt tijd dat we weer bij zinnen komen, de ecologische feedback tot ons bewustzijn laten doordringen en gebruiken voor het doen van onderzoek met inzet van ons hele lichaam en onze intuïtie. Dit vergt verruiming van het zelfbewustzijn, vernieuwing van onze identiteit en het opgeven van een hoogmoedige illusie.

Wat betekent deze visie op de gebreken van de moderne identiteit voor de praktijk van de counsellor?

  1. Een gestoord zelfbewustzijn kan een normaal ecologisch gevolg zijn van functioneren in een beschaving, die vervreemd is van de ecologische bestaansbasis. Het ecologische storingssignaal remt de ontwikkeling van de persoonlijkheid/de maatschappelijke integratie en het natuurtalent. De ecologische logica hiervan: beperken van de schade, respectievelijk druk uitoefenen tot herstel van de ecologische balans. Deze ontwikkelingsstoornis leidt tot onzekerheid bij het individu over de eigen betekenis in het maatschappelijk verkeer. De onzekerheid over het eigen talent maakt het moeilijk om een maatschappelijke richting en een beroepsrol te vinden, waarin het talent ontwikkeld en ingezet kan worden. Het gevolg: desoriëntatie, onzekerheid over de eigen identiteit en gevoelens van betekenisloosheid.
  2. Het is niet moeilijk in te zien dat deze fundamentele ontwikkelingsstoornis kan leiden tot de problemen waarmee mensen zich tot counsellors wenden: faalangst; depressie door gebrek aan toekomstperspectief; schaamte en schuldgevoelens over het eigen tekort schieten in sociale situaties; borderline en narcistische problemen door gebrek aan realistische zelfbegrenzing. Op een bevredigende manier deelnemen aan het sociale verkeer met zulke problemen is onmogelijk, met frustraties en conflicten als pijnlijk gevolg. Vooral dat laatste kan en zal leiden tot uitbarstingen van machteloze woede.
  3. Door deze bekende psychosociale problemen in een ecologische, maatschappijkritische context te plaatsen komt er zicht op andere manieren om er in de counsellingspraktijk mee om te gaan. De cliënt kan met psycho-educatie inzicht krijgen in de aard van zijn/haar ontwikkelingsstoornis en daarmee verlost worden van interpretaties waarin de oorzaak vooral bij zichzelf en bij belangrijke personen in de directe omgeving wordt gezocht.
  4. De cliënt kan zijn/haar problemen leren interpreteren als voortkomend uit de menselijke conditie, dat wil zeggen de dubbele, conflictueuze binding aan de natuur in de diepte en aan de beschaving aan de oppervlakte. Daarmee kan de probleembeleving verschuiven van “wat een pech dat mij dit overkomt” naar een besef dat het weliswaar pijnlijk is maar wel normaal menselijk. Ook dit vraagt van de counsellor het vermogen om een referentiekader te gebruiken waarin de menselijke conditie centraal staat. Dat wil zeggen een levensbeschouwelijk kader, wat overigens niet religieus van aard hoeft te zijn. Op zo’n manier ontstaat de mogelijkheid om zich met een deel van de problematiek te verzoenen als deel van het lot, in plaats van te blijven streven naar een probleemloze toestand.
  5. Om de identiteitsontwikkeling meer te verankeren in de eigen natuur kan gebruik worden gemaakt van inmiddels klassieke methoden van Rogers en Gendlin, waarin aandacht voor en acceptatie en begrijpen van de eigen emotionele, lichamelijk verankerde ervaringen worden gebruikt voor de ontwikkeling van een authentieker zelfbeeld. Dit proces kan ondersteund worden met allerlei vormen van lichaamswerk. De recente ontwikkeling in de psychologie van de ‘embodied cognition’ kan helpen bij het theoretisch verhelderen van dit leerproces.
  6. Tenslotte kunnen de ontwikkelingsstoornis, de gebrekkige maatschappelijke integratie en participatie en de daaruit voortkomende frustratie worden getransformeerd tot cultuur en maatschappijkritiek en tot inzet voor een duurzame beschaving.
    Frustratie en woede als basis voor een levensthema en een daarbij aansluitende maatschappelijke richting en rol waarin gewerkt kan worden aan het wegnemen van de ecologische oorzaak van de storing. Zo kan het individu een nieuw levensverhaal en een nieuwe identiteit ontwikkelen. (Wijers, 2008)
  • Kahneman, D. (2011) Ons feilbare denken. Amsterdam/Antwerpen, Business Contact.
  • Lamme, V. (2010) De vrije wil bestaat niet. Amsterdam: Bert Bakker.
  • McGilchrist, I. (2009) The master and his emissary. Yale University Press.
  • Van der Woud, A. (2007) Een nieuwe wereld. Amsterdam: Bert Bakker.
  • Weinreb, F. (1993) Het mensbeeld in de Kabbala. Cothen: Servire.
  • Wijers, G.A. (2008) Levensthema’s en loopbaanleren. In: Loopbaanleren. Onder redactie van Marinka Kuijpers en Frans Meijers. Antwerpen/Apeldoorn.
  • Wijers, G.A. (2012) De creatief-narratieve omgang met angst. In: Wiens verhaal telt? Onder redactie van Meijers F. Antwerpen/Apeldoorn: Garant.
Noten

[1] Bron: bodemloze put
[2] Bron: de slang symbool van het kwaad
[3] Bron: Aartsengel Gabriël 

Avatar foto

begon zijn loopbaan als psychotherapeut, raakte betrokken bij arbeidsongeschiktheid en ging uiteindelijk verder als arbeidspsycholoog. Hij is geïnteresseerd in de eisen die de postmoderne samenleving stelt aan de mens op weg naar en in het arbeidsproces. Eerst als medewerker van een para-universitair instituut, later als directeur van het IBLP heeft hij bijgedragen aan de vernieuwing van concepten, methoden en instrumenten voor de praktijk van de beroepskeuze en loopbaanpsychologie. Daarnaast werkt hij als loopbaancounselor, coach en trainer.

Schrijf een reactie