Inleiding in de gestaltpsychologie en -therapie

0

1 Samenvatting Gestalttherapie

“Lose your mind and come to your senses”

Perls 1969

Deze therapie ontwikkeld door Fritz Perls is één van de 14 richtingen in de psychotherapie. Deze therapie heeft wortels in de existentiefilosofie, het holisme en fenomenologie.

Gestalttherapie kan in verschillende vormen voor jong en oud worden gebruikt zoals individuele-, of groepstherapie relatie- of gezinstherapie, begeleidende vorm in arbeidssituaties (managementcoaching of counseling).
Beoefening van gestalt principes en uitgangspunten dragen bij aan een vorm van levenskunst, het doorleven van de grondslagen maakt dat het leven beter wordt begrepen.

Een ‘gestalt’ in de psychologie is van oorsprong een Duits woord en werd door Duitse psychologen als Wolfgang Köhler en Max Wertheimer geïntroduceerd. Het begrip staat voor ‘een totaalbeeld’, waarbij het geheel méér is dan de som van de samenstellende delen, zoals een op de voorgrond tredende persoonlijke ervaring waarvan iemand zich (bij herhaling) bewust wordt en die veel aandacht of energie vraagt: een emotie, een probleem, een behoefte, een aspect van een situatie. Een gestalt is voorgrond, en bestaat altijd ten opzichte van iets anders, de diffuse achtergrond. In de therapie kunnen alle aspecten, binnen- en buitenwereld van het probleem aandacht krijgen.

Frits Perls[1]

Het kenmerkende van de gestaltbenadering is het relationele aspect, het contact in alle vormen. Het draait om aandacht geven en stilstaan bij wat er is of zich voordoet, (non)verbaal, emoties, fysieke beleving, de context, interactie, een figuur op voorgrond.

Gestalttherapie gaat niet meteen de diepte in — de actualiteit, de lichaamsbeleving, het hier en nu is voorgrond, waarbij er regelmatig uitstapjes gemaakt kunnen worden naar het verleden, waar aanleidingen kunnen liggen voor de gestaltvorming — en is als zodanig psychotherapie.

Het doel in de therapie is het vergroten van bewustzijn, ofwel het verkrijgen van awareness, inzicht ontwikkelen over de rol tussen lichaam en geest en de veelal vastgeroeste denkpatronen met de gevolgen voor het gedrag. Alles komt aan bod wat zich als figuur op de voorgrond afspeelt met bijbehorende context en een cruciale rol heeft in de omgang met jezelf en anderen.
De therapie is dus gericht op het vergroten van mentaal, emotioneel en fysiek bewustzijn, alles tegen de achtergrond, de omgeving, en de samenhang daartussen.

De mens bevindt zich in een voortdurend proces van aanpassing en handhaving t.b.v. organismische zelfregulatie (vanuit lichaamsfuncties reageert de persoon op interne en externe stimuli) tot een zekere mate van evenwicht (Goldstein 1995), om de basis te vormen van het menselijk bestaan.

Inzicht en herstel van onvoltooide gestalten, blijvende awareness voor actuele gestaltvorming, het proces van organismische zelfregulatie, voortdurende reflectie en ontwikkeling van persoonlijkheid genereert levenskunst en -kunde.

2 Gestalttherapie

Definitie

Gestalt in de psychologie is van oorsprong een Duits woord en werd door Duitse psychologen als Wolfgang Köhler en Max Wertheimer geïntroduceerd. Het begrip staat voor ‘een totaalbeeld’, waarbij het geheel méér is dan de som van de samenstellende delen.

Volgens Fritz Perls — de grondlegger — is een Gestalt een geheel, een volledig in zichzelf rustend geheel. Als we het opdelen is het niet langer een geheel. Een gestalt wil worden voltooid en als het niet wordt voltooid blijven we zitten met onafgemaakte situaties. Deze blijven aandringen tot ze voltooid zijn.

Volgens G. Lambrechts (2001) is een gestalt een geïntegreerd geheel van delen dat zich in een veld duidelijk aftekent of differentieert in de vorm van voorgrond en achtergrond.

Wat is Gestalttherapie

Gestalttherapie is een groeimodel in het levensproces en is een generator voor het welbevinden en zingevingsproces van de mens. Dat kan langs meer wegen geschieden, maar wegens de veelzijdigheid van de therapie en invloeden van veel wetenschappers en filosofen spreekt deze vorm van therapie vele mensen wereldwijd aan.
De internationale beroepsverenigingen met congressen wereldwijd, de ontwikkelde Gestaltliteratuur van verschillende auteurs door de jaren heen, de Gestaltopleidingen maken dat het gedachtengoed nog levend is.

Het volgen van een opleiding in deze richting hoeft niet altijd te leiden tot het beroep van therapeut.
Het kan een bewuste keuze zijn voor persoonlijkheidsontwikkeling, de vorming van het Zelf, of spirituele ontwikkeling. Of volgens Perls (1942,1951) de ontwikkeling van de vier elementen van de persoon; Organisme, Ik, Zelf en Persoonlijkheid.
Het “Ken U Zelve”, de levenstaak, de queeste van het bestaan. Deze taak is intercultureel en is zo oud als de mensheid, vanuit de behoefte om zichzelf, de mensheid en mystiek te kunnen duiden.

Gestalttherapie is een psychodynamische therapie. Het is een benadering in de psychologie die de nadruk legt op systematische studie van psychologische krachten die ten grondslag liggen aan menselijk gedrag, gevoelens en emoties en hoe deze zich kunnen verhouden tot vroege ervaringen.

Perls uitleg over gestalt

Gestalttherapie heeft wortels in de existentiefilosofie het holisme en fenomenologie en is en één van de 14 richtingen in de psychotherapie (Corey, 2001).

Opleiding tot therapeut

Vooropleiding Universitair of HBO menswetenschappen. Daarna 4 jaar specifieke richting in de gestaltpsychologie met leertherapie, en erkenning (NVAGT) van de theorie specifieke verplichte beroepsvereniging. Ten behoeve van erkenning ziektekostenverzekeringen 3 jaar extra (psychopathologie, therapierichtingen, e.d.) met certificaat door Europese Associatie Psychotherapie. De opleidingsrichting wordt door heel Europa gegeven, maar ook elders in de wereld.

De grondlegger van Gestalttherapie

Fritz Perls (1893-1970) is de oprichter van de Gestalttherapie en ontwikkelde het samen met zijn vrouw Laura Perls (1905-1990). Hij was een vooraanstaand psychiater en psychotherapeut.

De kern van de Gestalttherapie is de bevordering van bewustzijn, ofwel het bewustzijn van alle aanwezige gevoelens, lichaam en gedragingen, en het contact tussen het zelf en zijn omgeving.

Perls werd (uitdagend) beïnvloed door: Sigmund Freud, neuroloog en psychiater (1856-1939) de grondlegger van de psychoanalyse (driften, instincten, afweermechanismen, libido, Es, Ich en Uberich), door Kurt Lewin (gedragsverandering en veldtheorie), door Wilhelm Reich (karakterstructuren, bio-energetica), door Martin Buber (dialogische beginselen) en door Jacob Levy Moreno (psychodrama).

Gestalttherapie is dus beïnvloed door meerdere psychologische richtingen, maar Fritz Perls en Laura Perls verwerkten het tot een nieuwe richting met elementen uit 5 soorten hoofdbronnen.

3 Hoofdbronnen van de therapierichting

De belangrijkste drijfveer van Perls was zich af te zetten tegen de klassieke psychoanalyse en achterliggende theorie van zijn tijdgenoot en leermeester Freud.
In de samenstelling van het theoretisch ontwerp van Perls zijn de vele studies, de contacten met tijdgenoten en de vele psychotherapieën leidraad geweest voor het Gestaltontwerp van theorie en therapie.

De werken van Perls en zijn compagnons zijn over de hele wereld in vele talen vertaald en is als zodanig een interculturele wijsheid geworden.
Hierna volgen de 5 belangrijkste hoofdbronnen.

Holisme

“Het geheel is meer dan de som der delen”.

Het holisme is een wereldbeeld dat ervan uitgaat dat alles met alles samenhangt. We zijn onderdeel van het grote geheel. Het is de tendens in de natuur gehelen te vormen.
Het idee is dat er in feite niets te zeggen valt over het geheel wanneer je alleen afzonderlijke delen van de werkelijkheid bestudeert. Vanuit een holistische levensovertuiging ziet de holist afgescheidenheid als een illusie, gecreëerd door het denken. Ook in andere wetenschappelijke richtingen zoals gezondheidszorg, psychologie en politiek is deze opvatting gangbaar. In de therapie betekent het dat alle facetten van het probleem aan bod kunnen komen. Spirituele ontwikkeling ontstaat mede vanuit een holistische visie en andere levensbeschouwingen hebben soms overeenkomsten of zijn van invloed.

De Cliënt-centered psychotherapie

De cliënt-centered psychotherapie gaat om wording van de mens en gericht op het mens zijn, het nu, de actualiteit staat centraal en niet zoals hij zou moeten zijn of worden of zou kunnen zijn.
Er is geen verstard geheel van regels, maar groeien en mee veranderen is het uitgangspunt, naar een ‘creatieve’ aanpassing en zelfregulering.
De cliënt-centered psychotherapie nauw verwant met de Gestalttherapie vanuit een humanistische, experimenteel en relatiegerichte basisvisie (Rogers,1902-1987). Rogers stelde de subjectieve ervaring en persoonlijke ontwikkeling centraal t.o.v. de objectieve wereld.

Bio-energetica

Bio-energetica is een vorm van psychotherapie (ontwikkeld door Alexander Lowen waarbij het uitgangspunt is dat het lichaam en de lichaamstaal signaalgevers zijn van gedachten en emoties) en Wilhelm Reich (karakterstructuren, zoals spierspanning als defensief patroon). Bij Perls speelt de theorie van deze twee richtingen een belangrijke rol in de observaties binnen de therapiesessies.

De existentiële analyse therapie

Deze richting is meer een filosofische benadering zonder specifieke technieken. Het is gegrond in de aanname dat we vrij zijn en verantwoordelijk voor onze keuzes en acties. Namen hierbij zijn Rollo May (1909-1994) en Viktor Frankl (1905-1997), ontwikkelaar van Logotherapie, een psychotherapie waarin zingeving centraal staat. Frankl was een Weense neuroloog en psychiater die als Jood vier concentratiekampen overleefde.

Hij schreef hierover het aangrijpende boek ‘De zin van het bestaan’.

Fenomenologie

Edmund Husserln (1859-1938) Duits filosoof, grondlegger van de fenomenologie. Hij betwijfelde de status van de logische en wiskundige waarheden en concludeerde dat deze niet empirisch noch psychologisch kunnen worden gefundeerd. Zo komt Husserl tot de gedachte dat er onafhankelijk van onze psyché en van de zintuiglijke objecten een zelfstandige, ideële wereld bestaat vanuit directe en intuïtieve ervaring. Door analyse van fenomenen en oordeelvrije benadering van de persoon, ontstaan raakvlakken met de spirituele wereld, alles kan en mag er zijn.
“Liefde en gevoel vormen de kern van de mens en volgen een eigen logica” aldus Max Scheler.
Samen met Martin Heidegger zijn de opvattingen rond fenomenen tot een complete filosofie uitgewerkt.

4 Uitgangspunten in de gestaltpsychologie (Van Praag, 1998)

Om de Gestalttherapie begrijpelijk te maken is het nodig om verschillende hoofdelementen te benoemen die met regelmaat terugkomen. Tezamen geven zij contouren van de therapie aan. Op onderdelen worden deze begrippen nader uitgewerkt door vele wereldwijd toonaangevende Gestalt auteurs. Specifieke termen worden nader uitgewerkt, of zij hebben daar andere begrippen aan toegevoegd.

Onderstaande opsomming is dus niet allesbepalend maar geeft hoofdlijnen weer:

  1. Gestalttherapie is een procestheorie, het sluit aan bij de actuele ervaring van de mens in zijn specifieke situatie. In het begrippenapparaat wordt alles zoveel mogelijk ‘vloeiende’ termen geschetst, Alles stroomt, is in beweging en veranderlijk en is procesmatig van aard en karakter. Processen spelen zich af in een bepaalde omgeving of veld.
  2. Alle leven en gedrag wordt gestuurd door homeostase, (ofwel aanpassing) een proces van evenwicht en handhaving, om gezondheid te handhaven.
  3. Een veld splits zich in elementen die gestalt worden genoemd. Een gestalt wordt gekenmerkt door voorgrond en achtergrond aspecten, dus verschilt t.o.v. de omgeving, maar is wel integreerbaar. Dat heet gestaltformatie.
    Waarneming van het verschil leidt tot ervaring van verschillen in het veld en is conform de gestaltwet dat we doorgaans eerst het geheel en dan pas de verschillen gaan waarnemen.
  4. Contact is waardering van het verschil tussen voorgrond en achtergrond. Contact is gekoppeld aan actie. In het proces van contact maken worden behoeften van de persoon bevredigd en treden gestaltformatieprocessen op.
  5. Awareness is nodig bij het maken van contact, het is tevens het meest centrale proces in de Gestalttherapie.
  6. Awareness en contact leiden tot een ervaring die geïntegreerd kan worden.
    Ervaring wordt gekenmerkt door awareness en contact.
  7. Het doel van de therapie is het bevorderen van de creatieve aanpassing. Waarneming van het verschil leidt tot ervaring van verschillen in het veld en is conform de gestaltwet dat we doorgaans eerst het geheel en dan pas de verschillen gaan waarnemen.
  8. De mens bestaat slechts door verbondenheid met anderen.

5 Begrippen uit het contactproces (Van Praag, 1987 en 1998)

“Contact is the appreciation of differences”

Perls

Contact kunnen we omschrijven als awareness van het veld (de achtergrond) of de motorische reactie van de persoon die aware is in dit veld. Hieruit kan contact voortkomen, de contactgrens. Bij contact hoort ook gevoel, en dat is gekoppeld aan actie. Er is een logische stapsgewijze volgorde in het proces van contact maken met begrippenkader, dat hieronder wordt uitgewerkt. Het contactproces wordt ook wel contactcirkel of -boog genoemd, of gewaarzijnscyclus, afhankelijk van de auteurs.

De volgende onderdelen van de contactproces worden nader uitgewerkt: awareness, contactmechanismen, gewaarzijnscyclus, contact, gestaltformatie, contactgrenzen.

Awareness

Dat woord heeft verschillende taalnuanceringen: bewust zijn, besef hebben, zich realiseren, een actuele ervaring, gewaar zijn. Ik ben me gewaar dat …

De begrippen awareness en gewaarzijn zijn synoniem en in de tekst en worden in het spraakgebruik door elkaar gebruikt.
Awareness kan verdeeld worden in 3 gebieden: aandacht voor de buitenwereld, het veld, aandacht voor de binnenwereld, aandacht voor het beleven.

Awareness in het veld

Awareness speelt zich altijd af in een bepaald veld waarin iets voorgrond kan worden of het gewaarzijn naar de achtergrond verdwijnt omdat iets anders voorgrond wordt. Het kan geoefend worden door ‘mindfulness’, waardoor een gunstige situatie wordt gecreëerd, het denken wordt gereduceerd en het voelen meer op de voorgrond komt.
Awareness is altijd gericht tot iets anders, of ontstaat uit een behoefte. Het is een proces van actief in contact zijn met datgene wat voorgrond is in het individu versus omgevingsveld. Het is een naar binnen gericht proces.

Awareness speelt zich altijd af in een bepaald veld waarin iets voorgrond kan worden of het gewaarzijn naar de achtergrond verdwijnt omdat iets anders voorgrond wordt. Het kan geoefend worden door “mindfulness”, waardoor een gunstige situatie wordt gecreëerd, het denken wordt gereduceerd en het voelen komt meer op de voorgrond.
Awareness is altijd gericht tot iets anders, of ontstaat uit een behoefte. Het is een proces van actief in contact zijn met datgene wat voorgrond is in het individu versus omgevingsveld.
Awareness speelt altijd in het hier en nu en ontstaat door het richten van aandacht waardoor een bepaald gevoel naar boven komt en figuur wordt in het veld. Het is een naar binnen gericht proces.

Awareness naar binnen gericht

Het ontstaat uit lichaam-beleven van het organisme, door te focussen wat er gebeurt, energetisch, emotioneel, sensomotorisch, of cognitief en is alleen effectief als het gegrond is door een dominante behoefte van het organisme aldus (Yonteff, 1979).
Het lichaam is een instrument voor onszelf in relatie tot de omgeving.

Awareness is incompleet zonder kennis van de situatie en hoe men zich daarin bevindt. Daarbij hoort dat de persoon verantwoordelijk is voor wat hij zelf actief in die situatie doet en nalaat. Awareness is altijd in het hier en nu, veranderlijk, ontwikkelend, zichzelf overschrijdend.

Bij het naar binnen gerichte proces kan ook het verleden behoren, de herinnering in het nu, zoals nostalgie, verwijt, fantasie, geschiedenis. De toekomst bestaat als vooruitzien, acceptatie, plannen, verwachting, hoop, angst en wanhoop.

Het oefenen van awareness vergroot het aantal keuzemogelijkheden en aanknopingspunten om in actie te komen en is er een voortdurend proces van keuzes tussen voorgrond en achtergrond. (Lichaam)gewaarzijn kan getraind worden. Hoe groter het gewaarzijn, hoe meer (creatieve) mogelijkheden. We zijn ‘sterfelijk’ en hebben
de keus om in actie te komen of niet.

Binnen het organismisch proces speelt behoeften-bevrediging een belangrijke rol en staat in het kader van organismisch evenwichtshandhaving. Een dergelijk proces is voor te stellen als een cyclus, waarbij het uitgangspunt rust, en tevens het 0 punt is, als een evenwichtige situatie.

Contactmechanismen

In het contact (in evenwichtige situatie) zijn vijf mechanismen te onderscheiden: confluentie, projectie, introjectie, retroflectie en egotisme.
Deze mechanismen hebben overeenkomsten met de afweermechanismen van Freud.

Deze zijn met elkaar verbonden en samengebracht in het contactpentagram, waarbij in elke punt een mechanisme valt. Afhankelijk van het soort contact en de behoefte die het contact oproept, wordt een of meer van de mechanismen in meer of mindere mate actueel.

1 Confluentie

Het gaat om het waarderen van het gelijk zijn, er is geen verschil tussen persoon en omgeving, maar een samenvloeien (opgaan in de muziek of omgeving, opgaan in de ander).

2 Projectie

De persoon schrijft elementen van zichzelf toe aan de ander. Het is in zekere mate begrip of gevoel voor de ander of situatie en is een noodzakelijk iets om contact te maken.

3 Introjectie

Een proces waarbij invloeden uit de omgeving worden opgenomen, zonder ze te integreren. Er is onderscheid tussen geïntegreerde en geassimileerde ervaring. Bijvoorbeeld morele regels zijn veelal introjecten. De geboden van buiten zijn van meer belang dan organismische behoeften. Het geweten blokkeert het proces van creatieve aanpassing.

4 Retroflectie

Pentagram[3]

Bij retroflectie laat het individu achterwege om contact te maken met zijn omgeving waardoor het niet toekomt aan zijn eigen behoeften. Hij houdt de energie binnen en richt die tegen zichzelf. De gezonde kant is dat er controle is over impulsen. Er is sprake van een zeker ritme tussen spontaniteit en zelfobservatie.

5 Egotisme

De contactgrens wordt als onveranderlijk ervaren. Er wordt geen risico genomen om contact met de ander en het andere aan te gaan. Het onder alle omstandigheden alles en iedereen onder controle willen houden vanuit angst de controle te verliezen.

Er zijn nog 2 mechanismen die niet in het pentagram zijn ondergebracht

Deflectie

Het individu ontwijkt het actuele contact en vermijdt de werkelijke emotie door de aandacht als het ware af te leiden bijvoorbeeld door omslachtigheid, altijd glimlachen, weglachen.

Proflectie

Hierbij manipuleren we anderen in het gedrag wat we zelf zouden willen vertonen.

Contact

Door gewaarzijn is een proces van uitwisseling dat zich afspeelt tussen het individu en zijn omgeving. Het speelt zich af tussen het Zelf en de ander of omgeving en zal veelal over verschillen of overeenkomsten gaan, gepaard met een zekere mate van gewaarzijn, waardoor het tot nieuwe ervaringen zal leiden.

Het kan een spiritueel beleven zijn, een moment van verbintenis, van intimiteit of van ziel tot ziel, een echte ontmoeting. Een moment van persoonlijke innerlijke ervaring, de niet-materiële essentie.

In dit proces is een mate van beïnvloeden en beïnvloed worden met elkaar in evenwicht, dat is de contactgrens. Door het centraal stellen van het contact en de contactgrens ontstaat een dialogische relatie met twee polen: Persoon en Wereld.

Bij contact maken hoort dus ook een proces van terugtrekken om vervolgens weer opnieuw contact te maken.

Het contact maken kan een integreerbare ervaring opleveren en het niet integreerbare deel wordt afgestoten. Er kan weer een nieuwe behoefte tot contact ontstaan, net zolang tot de behoefte is bevredigd en er een cyclus ontstaat.

Zo ontstaat de gewaarzijnscyclus.

Gewaarzijnscyclus

Gewaarzijnscyclus in beeld[4]

Als we stappen 1-7 van de gewaarzijnscyclus doorlopen doet zich het volgende voor:

  1. Organismische onrust, opwinding
    Het organisme doet zich voelen, een behoefte, opwinding om iets uit het veld. Uit het ongedifferentieerde veld ontstaat een figuur tegen de achtergrond. De awareness die ontstaat is constant en is aanwezig in de volgende fasen.
  2. Oriëntatie /reflectie
    Innerlijk en uiterlijk onderzoek om te zien of de behoefte valt te bevredigen.
  3. Mobilisatie
    Er wordt energie gemobiliseerd om zo in de richting van de oriëntatie te bewegen om aan de behoefte te voldoen en bereidheid om in actie te komen.
  4. Actie
    Er is voldoende opwinding en de persoon begeeft zich in het veld.
  5. Contact
    wanneer we bij ons doel zijn gaan we contact maken en het andere komt in het veld.
  6. Assimilatie of niet.
    Afhankelijk van het verloop van het contact kunnen we de behoefte bevredigen (of niet).
  7. Terugtrekken
    We trekken ons terug uit het contact als aan onze behoefte is voldaan.
    We gaan terug naar het zelf. De awareness van de buitenwereld is verdwenen. Het contact met de omgeving is diffuus en onhelder.
    Er is sprake van een nulpunt of rustpunt van waaruit een nieuwe cyclus kan beginnen.

Het contactproces (Van Praag, 1998)

Volgens van Praag valt het proces van het contact te verdelen in: voorcontact, contact maken, na-contact. Deze fasen moeten worden doorlopen om tot een nieuwe integreerbare ervaring te komen en hangt af van de kwaliteit van alle samenstellende onderdelen.

Contactgrenzen (Lambregts, 2001)

Een grens is een proces van scheiden en verbinden, afstand nemen en verenigen.

Op de grens tussen individu en omgeving gebeurt wat de ervaring is, de zintuigelijke ervaring door huid, zintuigen, motoriek, perceptie en proprioceptie, een ervaringsgebied wat naar buiten en naar binnen is gericht. De contactgrens is een proces in richten en hanteren, in opnemen en afstoten.

Aantrekken en afstoten[5]

De eenheid wordt uitgedrukt in het woord con-tacteren.
Het verwijst naar gewaarworden, in contact staan, er vinden psychologische processen plaats: gedachten, emoties, gedrag, zogenaamde grensgebeurtenissen.

Contacteren is de ervaring van het in contact zijn. Het is een proces van sensorisch en motorisch gewaarzijn, besef hebben van het veld en respons in dat veld.

De contactgrens is waarop we elkaar beïnvloeden.
We kunnen elkaar aanraken, de tast schept en impliceert wederkerigheid.
We ervaren de grensontmoeting die ons van de ander onderscheidt en verbindt.

Er ontstaat wisselwerking, we kunnen elkaar aantrekken en afstoten.

Contactgrenzen zijn verschilpunten waar zelf en de ander elkaar ontmoeten. De begrenzing hoort tot beiden, net zoals de zee en de kustlijn, in de wisselwerking van afbakening en verbinding.

Gestaltformatieproces, de integratie van de ervaring

Hoe kunnen we als therapeut de cliënt helpen om tot integreerbare ervaringsgehelen te komen?

Het antwoord ligt in het onderzoeken van de mogelijke verstoringen of verschillen die we rond de contactgrens aantreffen. Dit proces wordt altijd gekenmerkt aldus Perls door awareness, zintuigen en opwinding, een opkomende gestalt en contact.

Bij dit proces hoort ook de creativiteit, om opnieuw contact te maken of iets nieuws te doen, om de gestalt te completeren.

Niet elk formatieproces komt tot een afgeronde gestalt, waardoor er de nodige incomplete gestalten worden verzameld en aanleiding vormen tot een valse aanpassing of integratie. Alleen als het organisme kans ziet tot een zinvol geheel te komen, is er sprake van gezonde integratie van de ervaring. Het heeft tijd nodig om de ervaring te verwerken.

De vraag is welke incomplete gestalten het contact gaan belemmeren doordat de persoon het proces van gestaltformatie blokkeert en er neurotisch gedrag ontstaat.

Incomplete gestaltvorming, neurotische afwijkingen (Van Praag, 1998)

Als we spreken over neurotische afwijkingen, gaat het eigenlijk over incomplete gestaltvorming die langdurig een rol speelt en in elk volgend contact tevoorschijn kan komen, door niet adequaat te reageren.

Er is ooit ergens in de gewaarzijnscyclus een verstoring geweest die zorgt voor blokkerings- gedrag, omdat er in de behoeften van het individu niet is voldaan. Dan is sprake van onvoltooide gestaltformatie, die onder de oppervlakte in de contacten een rol speelt omdat de behoefte nog steeds bepalend is.

Volgens Horney (1970) is een neurose een psychische stoornis die wordt veroorzaakt door angst en afweer tegen deze angstgevoelens en door pogingen van het individu een compromis tussen de verschillende tegenstrijdige neigingen te sluiten. (Dit is verschillend per cultuur).

Een (traumatische) neurose is een verstoring in het contact. Een neuroticus is voortdurend bang dat de wereld hem zal overweldigen. Hij probeert controle te houden door vaste patronen en zo de risico’s te vermijden. Hij herhaalt zich voortdurend en blijft zo in de verleden tijd leven, in plaats van groei te bevorderen door nieuwe uitdagingen aan te gaan.

Een neurose ontstaat vaak in de jeugd en Perls noemt het liever een ‘groeistoornis’, zo maakt hij het tot een algemene menselijke conditie.

De persoon kan zich niet goed differentiëren, de homeostase is verdwenen en de groei raakt geblokkeerd.

Het kind moet leren om omgevingssteun te vervangen naar zelfondersteuning of zelfvertrouwen.

Als de omgeving niet veilig is voor het groeiproces en er geen evenwicht wordt bereikt in de completering van de gestalten, ontstaan onevenwichtige contactmechanismen (afweermechanismen Freud).

Angst, neurose en isolatie horen bij elkaar. De neuroticus beschermt zich tegen de door hem als verwarrend en onbetrouwbaar ervaren wereld en heeft een defensieve oriëntatie naar die wereld.

Hij vermijdt risico’s in plaats van doelen te bereiken, hij weet in therapie prima te verwoorden waar hij van af wil, en niet goed wat hij wil bereiken.

Een neuroticus heeft relatief veel incomplete gestalten met als gevolg geblokkeerde emoties. Hierdoor ontstaat vermijdingsgedrag, terugtrekking, isolatie. Hij ontkent een deel van zijn persoonlijkheid, zijn behoeften en verlangens en er ontstaat een niet adequate aanpassing, contactvermijding.

Contactvermijding, vijf lagen

De contactvermijding is opgebouwd uit lagen, Perls (1969) onderscheidt vijf lagen van contactvermijding: de cliché laag, de spelletjes- en rollen-laag, de impasse, de implosie en de explosie.

Deze worden door de therapeut laag voor laag afgepeld (als een ui).

De 1e buitenste laag, is de laag van de clichés

Het betreft de oppervlakte, de buitenkant, het masker, de persoon is op traditionele en vaste wijze, bijna rituele manier aanwezig, hij neemt geen risico’s, er is geen contact of passende wijze van reageren op de situatie.

De 2e laag, de rollen-laag

is de meer naar binnen gekeerde laag. Hij gedraagt zichzelf niet overeenkomstig zijn behoeften, maar naar een ideaalbeeld, in plaats van te worden wie hij is, met eigen behoeften, gevoelens, eigen waarden en normen, ideeën, de zelfactualisering ontbreekt, het contact wordt vermeden.

Er ontstaan een soort onbewuste noodzakelijke ‘spelletjes’ en rollen (Perls, 1951) om het contact te vermijden, zoals:
Afhankelijkheidspelletjes: ‘zonder jou kan ik niet leven’.
Medelijden opwekken: zielig doen of huilen om je zin te krijgen.
Medelijden opwekken zoals onhandig doen zodat de ander je het werk uit handen neemt. Chantagespelletjes: ‘als je me in de steek laat dan …’, en vele andere voorbeelden.

Bij deze spelletjes horen rollen, die soms helemaal gefixeerd zijn zoals: de(zacht) aardige, het slachtofferde zedepreker, de zeurkous, de ijsberg, de hete aardappel, de doordouwer, de martelaar, de vleier, de bullebak, ….

De verschillende rollen gaan in combinatie met de spelletjes en horen bij de contactmechanismen.

Dan is het een neurotisch contactmechanisme geworden: confluentie, projectie, introjectie, retroflectie en egotisme, die altijd met elkaar verbonden zijn in het contactpentogram.

De gestalttherapeut zal die rollen herkennen en vervolgens aangrijpen om te onderzoeken welk gestaltcompleteringsproces wordt onderbroken door deze rol en bijbehorend contactmechanisme. De grens tussen ‘normaal’ en ‘neurotisch’ is moeilijk vast te stellen. Ieder mens heeft zijn eigen vorm en contact met de wereld, en we neigen allemaal naar het een of het ander, het gaat om de balans.

De derde laag, de impasse

Rollen en polariteiten

De persoon heeft het gevoel dat hij vast zit, de clichés voldoen niet meer en de rollen zijn niet meer effectief. Hij weet het niet meer en staat met de rug tegen de muur. Er is spanning tussen verleden en toekomst zonder dat het Nu aanwezig kan zijn. Er is angst voor het onbekende. De impasse is de ontkenning van het Nu (Perls, 1969). Hij blokkeert zichzelf, en zit vast in het proces van overgang van steunen op de omgeving naar steunen op zichzelf.

De vierde laag, de implosie

Dat is de laag van de angst. De persoon heeft de existentiële angst om te leven. De implosie, de energie die naar binnen gaat, roept sterke angsten op, soms als doodsangsten te duiden. In feite zijn het tegenkrachten die verhinderen dat explosieve integratie kan plaatsvinden. De incomplete gestalt manifesteert zich, dit is het hart van de neurose. Zijn energie gaat naar de gaten van vermijding, de blinde vlekken.

De vijfde laag, de explosie

Wanneer de implosie wordt doorleefd, komt de explosie vanzelf. De explosie is de totale awareness van het moment en er is contact met de geblokkeerde emoties. De gestalt komt tot completering, de spanning valt weg en hij kan zich overgeven aan de gevoelens en uit deze ook.De therapeut

6 De therapeut

De rol van de gestalttherapeut kenmerkt zich als begeleider in het zoekproces naar het zelf van de client, psychodynamisch, experimenteel met ervaringen van het hier en nu en de oorsprong uit het verleden.

Wie is de therapeut? Iemand die zelf aan het leven heeft geleerd en de eigen gaten in het persoonlijk functioneren heeft doorleefd en na de (leer)therapie, heeft geïntegreerd. Therapeuten hebben veelal zelf trauma’s doorstaan. Dit maakt hen tot een empathisch en ervaringsgericht begeleider. Zij staan onder voortdurende supervisie en intervisie.

Functies in het proces

  • De therapeut zet zichzelf in als instrument, door deel te nemen aan het nu- proces van de cliënt.
  • Verruiming van gewaar zijn, delen van het onbewuste naar boven halen
  • Relatie tussen lichaam en geest herkennen -inzicht in de achtergronden of drijfveren van het gedrag
  • Relatie leggen tussen huidig gedrag en het verleden
  • Ontvouwen van de authentieke persoonlijkheid zonder maskerades

Herkennen van negatief of zelfdestructief denkpatroon

  • Beperkende gedachten ombuigen naar inspirerende denkbeelden
  • Uitbreiden van het gedragsrepertoire, doorbreken van de status quo
  • Vergroten zelfvertrouwen en zelfsturing

Methoden

De client brengt in wat nu een probleem is of iets dat aandacht blijft vragen. Vaak zijn het gevoelens of gedachten die de mentale en/of fysieke situatie blijft beïnvloeden.

Er wordt een voorlopige gestaltdiagnose van het probleem gesteld en we formuleren gezamenlijk haalbare doelen die in het traject altijd op de achtergrond meespelen.

De therapieduur en frequentie is uniek per persoon, maar gemiddeld meestal van korte tot middellange duur (8-18 sessies) en past in de eerstelijns geestelijke gezondheidszorg.

In de sessies kan de inbreng van de therapeut bewustwording brengen van wat zich binnen de beleving aandient, wat het dominante denkpatroon is, welk gevoel de overhand heeft en het gedrag wat daarop is afgestemd.

We werken met het huidige probleem, maar ook het verleden kan aan bod komen omdat het heden niet los te koppelen is van het verleden.

Daar ligt de voedingsbodem van zaken die nog niet ‘rond’ zijn, problemen of emoties die nog niet verwerkt zijn en die het huidig gedrag beïnvloeden.

Gesprekken worden als middel gebruikt, maar worden ondersteund door het doen van experimenten: onder andere lichaamsgewaarzijn en emoties (h)erkennen, zintuigen en intuïtie gebruiken, mindfulness, contactonderbreking ontdekken, stoelenwerk met topdog- underdog, werken met polariteiten, aarden, wilsboog en contactmechanismen ontdekken.

Perls, minisessies met studenten

Therapeutische doelen (Corey, 2001)

Er bestaat geen therapie zonder doelstellingen. Deze zijn wel afhankelijk per therapierichting en heeft te maken met filosofische en theoretische beginselen en uitgangspunten. Het verhaal en de eigen doelen van de probleeminbrenger staan altijd centraal en daar wordt in het hier en nu op in gespeeld.

Zeven therapeutische doelen van de gestalttherapie

  1. Toenemend gewaarzijn van zichzelf en de omgeving
  2. Eigenaarschap van eigen gedrag (als tegenovergestelde om anderen verantwoordelijk te stellen voor gedachten, emoties en daden)
  3. Ontwikkelen van vaardigheden om eigen behoeften en waarden te bereiken zonder de rechten van anderen te schenden
  4. Meer gewaarzijn te verkrijgen over lichaam en emoties en de samenhang daarvan
  5. Verantwoordelijkheid accepteren van wat je doet, inclusief de consequenties van je acties
  6. Toename van de beweging van externe steun naar eigen interne steun
  7. In staat zijn om hulp te vragen van anderen, en in staat zijn om dat te geven aan anderen.

7 Afsluiting

“De waarheid is de eenheid der tegenstellingen”

Chinees spreekwoord

Doordat Gestalttherapie is verankerd in het holisme en het existentialisme, waarin de ontwikkeling van de mens in positieve of negatieve zin nooit los gezien kan worden van de invloed van zijn omgeving, maakt het tot een zeer bruikbare, geloofwaardige en inzicht gevende therapie.

De cliëntgerichte mensbenadering in de therapie, waarin de dominante gestalt als fenomeen tussen de client en de therapeut staat, het niet worden geëtiketteerd of ingedeeld in ziektebeelden, maakt het tot veelal gewaardeerde en effectieve therapie.

De probleemhouder hoeft zichzelf niet als afwijkend of ziek te voelen, maar heeft bewustzijn gekregen van een (tijdelijke) verstoring in het gedrag door ingesleten patronen, denkbeelden en fantasieën en heeft de mogelijkheid verkregen om zelf nieuwe creatieve ombuigingen van zijn gedrag te maken, passend bij alle zich voordoende gestalten.

Het centraal stellen van contact in de sessies, met awareness van alle details en fasen, de verbinding en de ontmoeting soms van ziel tot ziel, de ontdekking van het kwetsbare zelf, maakt Gestalttherapie tot een groeimodel in het levensproces en is een grote generator in het welbevinden en zingevingsproces van de mens, waardoor een toename van levenskunst wordt ervaren.

  • G. (2001). Theory and Practice of Counseling and Psychotherapie. Belmont USA: Brooks/Cole Thomson Learning.
  • G. (2001). Gestalttherapie, tussen toen en straks. Berchem: EPO.
  • Perls, F., Hefferline, R. & Goodman, P. (1994). Gestalttherapy Exitement and Growth in the Human Personality. Highland NY 12528: Bookmasters. inc.
  • Perls, F. (1975). Gestaltbenadering, gestalt in actie. Illustratieve teksten van sessie. Haarlem: De Toorts.
  • Praag, D. van (1987). Gestalttherapie een procesbenadering. Utrecht: De Tijdstroom.
  • Praag, D. van (1998). Gestalttherapie Veld en Existentie. Maarssen: Elsevier de Tijdstroom.
  • Yonteff, G. (1979). Gestalttherapie: Clinical Phenomenologie. The GestaltJournal, 11, 1.
  • Zinker, J. (1998). Creative Process in Gestalttherapie. Polarities and conflicts. Chapter 8. Hillsdale NJ: The analytic Press, Inc.
Noten 

[1] Bron: Frits Perls
[2] Bron: Voorgrond, achtergrond
[3] Bron: Pentagram
[4] Bron: Gewaarzijnscyclus
[5] Bron: magneet
[6] Bron: Iceberg
[7] Bron: Inspiratiebundel omgaan met ongewenst gedrag in het gewoon bao.pdf

Blanche Betz

Master Learning & Development en Gestalttherapeut met loopbaan in de Gezondheidszorg en HBO. De laatste 15 jaar als docent, coach en trainer bij studierichting HRM en Toegepaste Psychologie. Daarnaast een eigen praktijk Core Care voor Gestalttherapie, Persoonlijke Ontwikkeling, en Relatietherapie.