Het Heidense midzomerfeest – 3

0

Boppo Grimmsma

Heidens Jaarboek 2007, zie:  deel 1 – deel 2

Een leidraad voor een heidense midzomerviering

Als men de midzomerrite uitvoert, moet het rationele en analytische denken losgelaten worden, door de symbolen en handelingen van het ritueel wordt in beelden gedacht; in oerbeelden.

De cirkel doorsneden met de vier keien, is de aarde met de vier windstreken. In het centrum van de cirkel staat de kosmische boom (boom of vuur), de Yggdrasill, het contact met de Goddelijke wereld.

Met Midzomer worden naast de vruchtbaarheidsgoden Freyr en Freyja ook de lichtgod Balder, en Thor de strijder tegen de chaosreuzen aangeroepen. Freyr en Freyja voor vruchtbaarheid en gezondheid, Thor als bescherming tegen onweer en hagel en Balder als symbool van de stervende zon.

Voorbereiding

Voordat er een midzomerritueel uitgevoerd kan worden, moet de plek van de rituele handelingen (de plaats waar de midzomerstang komt te staan, en de plaats van het midzomervuur) geheiligd (sacraal) gemaakt worden. Dit kan bijvoorbeeld door een drievoudige processieomgang, waarbij men rechtsom (met de zonneloop mee) gaat. De wijding vindt dan op drie niveaus plaats (dode voorouders, gemeenschap, goden); (laagste zonnestand, middelste- en hoogste zonnestand). Bovendien, door met de zonnegang mee te lopen, waarborgt men de goddelijke orde. Nog tot in de vorige eeuw was het gebruikelijk dat bij een begrafenis op de terpdorpen in Friesland, eerst met de baar drie keer rechtsom om het kerkhof gelopen werd voor de ter aarde bestelling.

Ritueel 1: Midzomerstang met de rode haan

Balder wordt gedood door Höder en Loki.[1]

Als de locatie geheiligd is kan de band met de Goddelijke wereld hersteld worden. Dit doet men door op het juiste moment van de middag (het moment dat de zon op zijn hoogste punt aan de hemel staat) de midzomerstaak met de haan in de top op te richten. De verbinding met Freyr, Freyja en Balder is nu tot stand gebracht. Vervolgens betrekt men de overleden voorouders bij het ritueel. Dit kan door het plaatsen van een, met midzomerbloemen beklede, lege stoel in de ring. Een offer kan aan Freyr en Freyja gebracht worden, waarbij om vrede en vruchtbaarheid verzocht wordt.

Daarna wordt de haan (de ‘koningsvogel’), die boven op de midzomerstaak geplaatst is, van de staak geknuppeld of afgeschoten.[2] De haan staat symbool voor de zon. De zon heeft op de middag op midzomer zijn hoogste punt bereikt. En wat boven geschiedt, moet ook hier beneden geschieden; de haan als symbool voor de zon, moet sterven om opnieuw geboren te kunnen worden.

Balder wordt in de mythen beschreven als de lichtgod. Op het hoogtepunt in zijn bestaan wordt hij gedood door een maretak. In de volksgebruiken van schuttersverenigingen wordt rond midzomer de koningsvogel van een paal geschoten. De haan is de zonnevogel die in de top van de wereldboom zit (Vidofnir/Gullinkambi) en in de top van de Kallemooi en de Midzomerstangen in Zweden. Het ritueel neerschieten van de zonnevogel, heeft opmerkelijke overeenkomsten met de Mythe van Balders dood.

Als de haan afgeschoten is vindt er een heildronk plaats als bezegeling van het ritueel. Daarbij gaat de drinkhoorn de cirkel weer rechtsom.

Naast Freyr en Freyja kan ook de mythe van de stralende Balder [3] die dodelijk door de maretak getroffen wordt, om vervolgens in de ‘nieuwe wereld’ weer uit de dood op te staan, symbool staan voor de kringloop der seizoenen. Het moment van Balders sterven is het moment waarop de midzomerzon zijn hoogste punt bereikt heeft.

De jaargod Balder, wilde de Goden vereeuwigen, zodat de op de dood gelijkende winternacht niet meer over de wereld valt. Omdat dit tegen de Goddelijke ordening (de kringloop) ingaat mislukt dit plan.[4]

Ritueel 2: Midzomervuur/ Zonnewendevuur

Een van de belangrijkste jaarvuren, die in alle delen van Europa voorkwam, en in veel delen nog steeds populair is, is het Sint-Jansvuur. De oorspronkelijke naam van het Sint-Jansvuur is, zoals af te leiden is uit oude oorkonden: Sunwentfeuer.

Op de avond van de 23e juni (Sint-Jansavond), als de schemering valt, wordt het Zonnewendevuur aangestoken. Het bouwen van de brandstapel en het aansteken was een zaak van de gehele gemeenschap.

Midzomervuur in Finland[5]

De jongelingen van het dorp verzamelen het hout[6] en het stro, en wee degene die zijn taak niet naar behoren vervuld had. Het vuur werd vaak op een hoogte, een heuvel, een berg of een dijk, ontstoken zodat het schijnsel van het vuur door zoveel mogelijk mensen te zien was.

Om het vuur wordt een reidans gedaan, en men springt paarsgewijs door het vuur en hoopt daardoor op een goede gezondheid voor de komende tijd.

Het vuur heeft een zuiverende werking, wat blijkt uit het feit dat magische schaadstoffen zoals dragers van ziekten vernietigd worden.

Het vuur moet op bijzondere wijze ontstoken worden: door wrijving van twee stukken hout ontstaat hitte dat gebruikt wordt om gedroogd mos of gras aan te steken; het zogenaamde ‘nôd-fyr’ of ‘noodvuur’.
Als er een besmettelijke ziekte of een natuurramp uitbrak, dan werden alle vuren in huis gedoofd en moest er nieuw vuur, het noodvuur, aangemaakt worden, door het wrijven van hout op hout. De herkomst van het woorddeel ‘nood’ gaat terug op *neu = ‘wrijven’.

In 742 n.o.j. werd het maken van noodvuur verboden. Het werd op de Capitulare Karlmanns gezet: forbids ‘illos sacrilegos ignes quos niedfyr vocant. Dit vroegchristelijke verbod bewijst de heidense oorsprong van het gebruik.

Zonneraden, brandstapel en ‘Hans’ en ‘Grietje’ in Innviertel, Oostenrijk [7]

Voordat het vuur aangestoken wordt, loopt iedereen rechtsom in een ommegang drie keer om de brandstapel. Dit drie keer rondgaan gebeurde in het Franse departement Oise nog in de 19e eeuw rond het midzomervuur.

Door het Midzomervuur met noodvuur aan te steken voert men een heilshandeling uit die het vuur een extra cathartische werking verleent. Runderen, paarden en ander vee werden langs de gloed van het vuur geleid als remedie tegen veeziekten. Het vuur werd meegenomen om het eigen haardvuur opnieuw aan te steken, en ook de kooltjes nam men mee om thuis uit te strooien. Dit heeft een heilzame werking. Amuletten worden uit verbrande houtresten gesneden.

In het zonnewende vuur worden de bloesems verbrand, en daarmee wordt afscheid genomen van de bloemdragende fase van planten en wordt de vruchtdragende fase begroet. Het is dus het keerpunt van bloeien naar vruchtdragen.

Vanouds verzamelden meisjes op de avond voor Sint-Jan negen kruiden,[8] vlechten ze in een krans en leggen deze onder hun hoofdkussen. In hun slaap ontmoeten ze dan hun toekomstige echtgenoot. (In de legende heet Sint-Janskruid het “bedstro van Maria”).

Sint-Janskruid (hertshooi) – foto Joke Koppius

Een volledige Sint-Janskrans bestond uit drie trossen, die met elkaar verbonden waren. De middelste tros bestond dan uit Sint-Janskruid, varen, zegge (aargras), korenbloemen, madeliefjes en rozen. Zowel witte als rode. De zijtrossen werden gemaakt van Sint-Janskruid met violen, Spaans gras, rozen, koekoeksbloem, korenbloem, anjers en wilde lis. De drie trossen werden onderling verbonden met slingers vergeet-mij-nietjes.[10]

Deze bloemenkrans wierp men in het vuur met als doel het verkrijgen van vruchtbaarheid, zoals bijvoorbeeld in het Oostenrijkse Karinthië tijdens Sint-Jan gebruikelijk was.

Naast de heilzame werking heeft het midzomervuur nog een andere betekenis; het is een zonnewendevuur en diens gloed staat in een magische samenhang met de hitte van de Zon. De Zon bevindt zich op een kritiek punt en moet door het vuur aangemoedigd en versterkt worden. Het rollen van het vuurrad is een traditie die ook in deze context gezien moet worden. Door het rollen van het rad, bootst men de loop van de zon na, en daarmee versterkt men de Zon in zijn loop door het jaar. Hetzelfde gebruik, het rollen van een brandend rad, vindt in Europa ook plaats tijdens de winterzonnewende![11]

Zoals hierboven vermeld kan door het oprichten van een ‘vuurboom’ in het midden van de cirkel, het contact met de Goden en de overleden voorouders gelegd worden. Door het maken van een offer kan men Thor verzoeken bescherming te bieden tegen de elementen (storm, slagregens, hagel, blikseminslag), en Freyr en Freyja kan men door een offer verzoeken om geluk in de liefde, vruchtbaarheid en gezondheid.[12]

In de volksoverlevering worden de grafheuvels (Acht Zaligheden; Noord-Brabant) ook wel ‘kattebelten’ of ‘kattedansen’ genoemd, omdat volgens overleveringen tot in de 18e eeuw op de 21e juni katten gedood of verbrand werden. Dit gebruik kwam elders in Europa ook voor; in de Franse Alpen werden katten boven het Sint-Jansvuur geroosterd. Katten zijn gewijd aan Freyja, men kan aan haar offeren door het symbolisch offeren van een kat van stro in het Zonnewendevuur.

Kattenbelten[13]

Door het paarsgewijs springen over het vuur, springt men door de rookkolom die het directe contact met de Goddelijke Machten legt. Hierdoor krijgt het verzoek om liefde, vruchtbaarheid en gezondheid extra kracht. Volgens de overlevering sprongen bruidsparen hand in hand over de na smeulende resten van het vuur om te voorkomen dat het huwelijk kinderloos zou blijven. Wie niet naar het Sint-Jansvuur kwam zou nooit trouwen, en als verloofden tijdens het springen de handen vasthielden, zouden ze hetzelfde jaar nog trouwen. Er wordt van oost naar west gesprongen, met de baan van de zon mee. Hoe hoger men springt, hoe hoger de vruchtbaarheid. Iedereen springt negen keer over het vuur om verzekerd te zijn van een maximaal effect. Dat gebeurde onder andere in de 19e eeuw nog bij de midzomervuren in de Franse Pyreneeën.

De draairichting van links naar rechts (met de klok mee) vindt zijn grondslag in de overoude zonnecultus die, zoals uit literaire bronnen blijkt, bij de oude Indiërs, Iraniërs, Grieken, Romeinen, Balten, Kelten en Germanen bestond. Iets doen tegen de richting van de zon in, is een vergrijp tegen de natuurlijke gang van zaken, en brengt ongeluk. Het is dus van groot belang dat rituelen zoals het doorgeven van de drinkhoorn tijdens de minnedrank, de ommegang en het dansen om het vuur en de midzomerstang, het rollen in de ochtenddauw met de zonnebaan (rechtsom/ met de klok mee) gebeuren. Lineaire activiteiten zoals bijvoorbeeld het springen over het vuur dienen ook met de zonnebaan, dus van oost naar west, te gebeuren.

Als afsluiting van het ritueel houdt men een minnedronk ten teken van afsluiting en van een nieuw begin. Hiermee stapt men de profane wereld weer binnen en kan het feest beginnen, met eten, drinken, muziek en dansen.

Het ‘minnedrinken’ is een ‘herinneringsdronk’. ‘Minne’ gaat terug op het Germaanse woord ‘men’ dat “zich herinneren” betekent. Nog tot in de twintigste eeuw werd de ‘Sint-Jansminne’ op 24 juni gedronken. Uit overleveringen weten we dat de heidense Germanen een minnedronk op Freyja en Freyr uit brachten, dat tot doel een goede oogst had. Onder eerbiedig zwijgen werd de drinkhoorn rondgegeven in de draairichting van de Zon, terwijl een iedereen er een slok uit nam. Ook ter herinnering van de overleden voorouders, verholen in de grafheuvels, bracht men een minnedronk uit.

Ritueel 3: Dauwrollen

Uit de kruin van de wereldboom (Yggdrasill) vallen de gouden mededruppels die de midzomerdauw veroorzaakt. Van deze dauw maken, volgens de Edda, de bijen honing. Volgens de volksoverlevering heeft de dauw op de ochtend van Sint-Jan bijzondere krachten bij het genezen van ziekten.

Op de webstek van het “Nederlands Centrum voor Volkscultuur” leest men het volgende:

De dauw van 24 juni, de feestdag van Sint-Jan, zou helpen tegen allerlei ziekten. Mensen stapten vroeg uit de veren, net als op Hemelvaartsdag, om zich met dauw te wassen door in het natte gras te rollen.

Wie dat rollen in het gras te boers vond, legde de avond ervoor doeken buiten waar de dauw in kon trekken. De doeken werden ‘s morgens uitgewrongen en men kon zich dan wassen met de heilzame Sint-Jansdauw. Een Gelderlander dichtte over het Sint-Jansfeest en de dauw in de zeventiende eeuw:

Maar Sint-Jan wordt boven maten
Seer gevierd van desen rey
Want ey siet eens langs de straten
Uwt haer vensters mey bij mey
Die sij tot een offerhande
Van sijn dau nu brengen voort
Want sij seggen, dat men ‘t branden
Van veel sieckten daerdoor smoort.[14]

Het wassen in de midzomerdauw, of het baden in een beek of rivier, is een voorchristelijk[15] reinigingsgebruik, waarmee men het afgelopen half jaar van zich afspoelt, en alles in de toekomst vruchtbaar en in goede gezondheid verloopt.

Bij zonsopgang begroet men de zon. Tegenwoordig gebeurt dit op Midzomer door neo-druïden bij Stonehenge.

  • Anoniem (1961) Zomerzonnewende. Het midzomerfeest, in Nehalennia, VI-2. Hilversum: Uitgeverij Thule.
  • Becker-Huberti, M. (2007) Lexikon der Bräuche und Feste. Freiburg: Herder.
  • Buddingh (1836) Noordsche Mythologie. Utrecht: L.E. Bosch.
  • Eliade, M. (1977) Het Heilige en het Profane. Amsterdam: Uitgeverij Abraxas
  • Fehrle (1955) Feste und Volksbräuche. Kassel: Verlag Kassel.
  • Fockema Andreae, S.J. (1886-1887) Vingerwijzingen omtrent den oorsprong der Nederlandsche rechten. Vergelijk Handelingen 1886-1887. Leiden: E.J. Brill.
  • Frazer (1922) Golden Bough. London, Macmillan & Co ltd.
  • Gilst, A. van (1971) De kerstboom. Veenendaal: Uitgeverij Midgaard.
  • Gilst, A. van (2006) Midzomer in Europa. Soesterberg: Uitgeverij Aspekt B.V.
  • Gouw, J. ter (1871) De Volksvermaken. Haarlem: Erven F. Bohn.
  • Grimm, J. (1835) Deutsche Mythologie. Berlin: Harrwitz und Gossmann.
  • Köbler, G. (2006) Neuhochdeutsch-altenglisches Wörterbuch. Zie: Neuhochdeutsch-altenglisches Wörterbuch
  • Kruizinga, J.H. (z.j.) Levende folklore in Nederland en Vlaanderen. Assen: Torenlaan.
  • Rosseels, C. (2004) Natuur Rituelen. Antwerpen: Uitgeverij Houtekiet.
  • Schrijnen, J. (1930 en 1933) Nederlandsche Volkskunde. Zutphen: W.J. Thieme & Cie.
  • Simek, R. (1995) Lexikon der germanischen Mythologie. Stuttgart, Leipzig: Kröners Taschenausgaben (KTA).
  • Ven, Jan van der (1971) Friese Volksgebruiken. Bergen: Gesto.
  • VPRO (2005) De oorsprong van de viering van Midzomernacht, Fragment OVT 19 juni 2005 uur 2 (5 min.)
  • Vries, J. de (1970) AGM: Altgermanische Religionsgeschichte. Berlin: Walter De Gruyter & Co.
Noten

[1] Bron: SÁM death of Baldr, Afbeelding uit een 18e-eeuws IJslands manuscript van de Edda
[2] Tegenwoordig gebeurt dit nog in Huissen, op de zondag het dichtst bij Sint-Jan. Het schuttersgilde beoefent dan het zgn. ‘vogelschieten’. Kruizinga, J.H. (z.j.) p. 140
[3] Balder — de stralende — (Baldr in Scandinavië) Balder is een van de belangrijkste goden uit het pantheon. Hij is de tweede zoon van Wodan en Frija (Frigg in Scandinavië), zijn vrouw is Nanna. Balder is niets dan goeds. Hij is van zo’n uitzonderlijke schoonheid en zo licht van tint dat het lijkt alsof hij straalt. De uitleg van zijn naam is nog omstreden. Het kan zijn dat balder ‘wit’ betekent of ‘dapper’. Hij woont in Breidablik, dat in de hemel ligt, en waar niets onrein is. Balder bezit een schip Hringhorni (schip met een cirkel op de steven; een voorstelling van het ‘zonneschip’). Bron: Snorri Sturlusson.
Balder is de hoofdrolspeler in een van de belangrijkste mythen, ‘Balder’s dood’. De lichtgod heeft naargeestige dromen waarin zijn dood voorspeld wordt. Zijn moeder Frija, laat alle planten, dieren en voorwerpen een eed afleggen, dat ze Balder niet zullen kwetsen. Behalve… de maretak. Dit plantje vindt ze te klein om gevaarlijk te zijn. Vervolgens gebruikt Loki de blinde god Hödur en de maretak om Balder te doden. Het verlies van Balder is het verschrikkelijkste dat mensen en goden kan overkomen, en luidt het begin van Ragnarök aan.
Balder wordt samen met zijn vrouw Nanna verbrand op zijn schip Hringhorni. Wodan schenkt Balder de ring Draupnir op zijn brandstapel. Na het Ragnarök (de eindtijd) is Balder een van de goden die in de ‘nieuwe wereld’ (Idaveld) terug zal keren. Andere goden die terugkeren zijn Höder, Vidar, Vali, Modi en Magni.
[4] In een aantal publicaties (o.a. Aat van Gilst en Vermeyden / Quak) las ik dat de mythe van Balders dood geen betrekking heeft op de kringloop van de seizoenen, omdat hij in de mythe niet uit de onderwereld terugkeert in de wereld vóór Ragnarök, maar pas na de wereldondergang in de ‘nieuwe wereld’ het Idaveld terugkeert.
Ik vind dit een beetje een semantische kwestie. Immers het ontstaan van de wereld, de wereldondergang en het herrijzen van een nieuwe wereld, zoals die in de Germaanse mythen beschreven wordt is óók een kringloop.
Feit is dat vroeger in Zweden en Noorwegen de vreugdevuren van midzomer ‘Balder’s Balar’ (Balders vreugdevuur) genoemd werden. Zie: Frazer, Golden Bough (1922, H. 62)
[5] Bron: Midzomervuur in Finland
[6] Het Sint-Jansfeest in Wales en Norrland in Zweden leert ons dat er voor de brandstapel 9 verschillende soorten hout gebruikt werd. Zie: Frazer, Golden Bough (1922, H. 62) en Van Gilst (2006) p. 38. Voor onze midzomerviering in 2007 stelden we een lijst samen met negen houtsoorten die een bijzondere betekenis hebben in de Germaanse mythologie, en daarom gebruikt kunnen worden voor het midzomervuur:

  • Es: Yggdrasilll
  • Lijsterbes: Thor houdt zich aan een lijsterbesstruik vast als hij dreigt te verdrinken
  • IJf / Taxus: werd bij heiligdommen geplant
  • Hazelaar: werd als afscheiding van het thing gebruikt
  • Eik: gewijd aan de dondergod (en aan Wodan)
  • Linde: gewijd aan Freija. Over de lindeboom zegt Van Gilst (2006): In de Noordse mythologie is de linde aan Frigga gewijd en bij de Slavische volken aan de liefdesgodin Krasogani.
  • Wilg: Vidar woonde volgens Van Gilst (1971) in een wilgenbosje. Lang geloofde men dat in wilgen spoken huisden en dat ze zich in deze bomen konden veranderen.
  • Olm / Iep: De eerste mensen heten es (Askr) en iep/olm (Embla) volgens de Edda.
  • Berk: deze is verbonden met genezing en geboorte, en dus met de disen, nornen en moeder aarde.

[7] Uit: Fehrle (1955)
[8] Hertshooi is het meest bekende kruid dat onder de gekerstende naam Sint-Janskruid bekend is. In lokale dialecten zijn nog een heel aantal planten bekend onder de naam ‘Sint-Janskruid’. Volksoverlevering vermelden ook een en ander over planten die heilzaam zijn tijdens Sint-Jan. In Van Gilst (1971) staat een hoofdstuk over heilzame kruiden. Voor ons midzomerfeest hebben we uit dat hoofdstuk een keuze van negen kruiden gemaakt voor de ‘negenderlei kruiden’ die in het vuur geofferd werden.

  1. Sint-Janskruid (Hertshooi)
  2. Wolverlei
  3. Margriet
  4. Kaasjeskruid
  5. Koningsvaren
  6. Bijvoet
  7. Hemelsleutel
  8. Kamille
  9. Boerenwormkruid

[10] Kruizinga (z.j.) 
[11] Volgens Jan de Vries bewijzen parallellen in de vuurgebruiken/ rituelen met de overige Indo-Europese volkeren dat de midzomergebruiken tot in de heidense tijd teruggaan. Zie: De Vries (1956) § 316
[12] De vlam van het midzomervuur is dus: 1 zuiverend / reinigend; 2 heiligend; 3 versterkend.
[13] Bron: Van Gilst (2006)
[14] Meer informatie: Ter Gouw (1871)
[15] Augustinus die in de 4e en 5e eeuw n.o.j. leefde, sprak zich uit tegen het heidense gebruik om op de feestdag van Johannes te wassen in de nachtelijke uren in bronnen, poelen of rivieren.

Boppo Grimmsma

heeft in de zomer van 2000 samen met een handvol enthousiaste mensen Nederlands Heidendom opgericht. We wilden met behulp van internet (een webstek en forum) een groep gelijkgestemden verzamelen, om daarmee het regionale heidendom van onze voorouders te herontdekken en te herbeleven. Hoewel we ‘Nederlands’ Heidendom heten, richten we ons voornamelijk op het ontdekken van het Friese, Saksische en Frankische heidendom.

Schrijf een reactie