Erik Hoogcarspel
Een Bijdrage voor de QfWf-Ontmoetingsdag 2025

Mijn verhaal gaat over perspectiviteit. Dit is niet iets ingewikkelds, het betekent gewoon dat we allemaal ons eigen perspectief op de dingen hebben. Ik sta bijvoorbeeld vanuit mijn perspectief links van de tafel, maar vanuit een ander perspectief sta ik er rechts van. Dit geldt niet alleen voor waar iemand staat, maar ook voor allerhande culturele vooronderstellingen waaraan we gewend zijn. Er zijn bijvoorbeeld verschillende ideeën over hoe je hoort te eten: met mes en vork, met je handen of met stokjes. Als wereldburger pas je je zo goed mogelijk aan, maar soms overlappen de perspectieven elkaar en dan wordt het ingewikkeld. Probeer maar eens een hamburger met stokjes te eten.
Dit was bijvoorbeeld het geval toen de Dreamtrippers met het Chinese daoïsme kennis maakten. In 2004 organiseerde Michael Winn, gevorderd student van de bekende daoïstische leraar Mantak Chia, zijn eerste Dreamtrip. Hij zette in de V.S. een advertentie in de krant waarin hij een veertiendaagse reis naar de hotspots van het daoïsme in China aanbood. Voor een bescheiden bedrag van $5800,- kon je de reis van je leven maken. Je zou mediteren in beroemde daoïstische grotten, geheime technieken leren en onderricht krijgen van daoïstische adepten. Zo kon je in een paar weken de pure daoïstische energieën absorberen waardoor je voorgoed zou worden getransformeerd.
De respons was bevredigend en later dat jaar vertrok een groepje van 20 “spirituele zoekers” naar Huashan, de Gele Berg, in Zuid-China, volgens Winn het brandpunt van de daoïstische traditie. Ze beklommen de berg, mediteerden in grotten en leerden oefeningen van kluizenaars die er woonden. De verslagen hiervan hadden een hoog awsomeness-gehalte en de OhMyGod’s waren niet van de lucht. Daarna was er natuurlijk ruimschoots gelegenheid om in de grote stad te winkelen en souvenirs aan te schaffen.
De wetenschap

Er waren behalve de Dreamtrippers nog twee andere Amerikanen op de Gele Berg, maar die namen de benen voordat de groep aankwam. Dit waren de bekende sinoloog Louis Komjathy en zijn vrouw Kate Townsend. Zij bestudeerden en vertaalden daoïstische teksten en probeerden bovendien de leer te praktiseren. Ze hoopten bovendien dat ze als persoonlijke leerling zouden worden aangenomen door de abt van een daoïstisch klooster op de Gele Berg. Zij hadden dus duidelijk een ander perspectief op het daoïsme en gruwden van de Dreamtrippers.
Een derde perspectief is natuurlijk de beleving van de Chinese daoïstische monniken en kluizenaars. De leer bestaat voor hen uit traditie en routine, niet uit exotische energieën. De eerste keer stonden ze een beetje raar te kijken van dat groepje ongeregeld. De abt gaf braaf de gevraagde uiteenzettingen, maar hij wilde er het liefst zijn dagritme zo min mogelijk door laten verstoren. Gaandeweg raakten de Chinezen echter toch wel gecharmeerd door het enthousiasme van de vreemdelingen en voor de volgende Dreamtrips werd het klooster netjes opgeruimd en trad de abt op in een smetteloos zijden gewaad, net als in de film.
Een vierde perspectief was dat van de Chinese Communistische Partij. Het daoïsme in China bestaat voor een deel uit priesters die voor de gewone mensen rituelen uitvoeren en voor een ander deel uit kloosterlingen en kluizenaars, die de leer echt beoefenen. Beide groepen zijn verbureaucratiseerd en hebben elk een officiële organisatie. Die van de kloosterlingen wordt door de partij scherp in de gaten gehouden. De abt van het klooster op de Gele Berg kreeg dan ook bezoek van een ambtenaar die hem de mantel uitveegde omdat hij tegenover de vreemdelingen te vrijpostig was geweest.
Het echte daoïsme
Als je nu vraagt: “wil het echte daoïsme opstaan?”, dan blijft iedereen zitten of staat iedereen op. Het eerste is misschien wel het beste, want wat is het echte daoïsme eigenlijk? Er zijn verschillende perspectieven, die elk een ander beeld geven en buiten die perspectieven is er niets. Bovendien verandert het daoïsme voortdurend, net zoals alles op de wereld.
Hoe zit dat nu? Je kunt je voorstellen dat we in een groot huis leven, het huis van de taal. In de kelder zit de wetenschap. Daar produceert men feiten en de taal is er objectief, ze gaat over dingen. Het perspectief is onpersoonlijk, zoals het perspectief van de Chinese Communistische Partij, maar ook zoals dat van de universiteit waar Komjathy doceert.
Op de zolder van het huis wordt de taal van ideeën en idealen gesproken. De mensen kijken uit de zolderramen over het landschap naar de horizon en proberen te zien wat er achter is. Ze hebben een breed perspectief, een perspectief van verbeelding, want alles wat ze zien is nog ver. Ze kunnen er alleen rituelen over uitvoeren en kunst over maken.
Op de begane grond leeft men. Men ontmoet er anderen en er komen vreemden over de vloer. Er wordt gegeten en gekookt, mensen worden ziek en genezen. Men wordt er geboren en overlijdt er. Op de begane grond maakt men gebruik van de resultaten die in de kelder en op de zolder worden geboekt, maar die moeten dan eerst in de taal van het leven worden vertaald. Als iemand op zolder water in wijn verandert, kun je die niet op de begane grond aan je gasten serveren, want het is daar gewoon geen wijn. Het is ook zinloos om deze wijn in de kelder chemisch te laten analyseren. Zodra de taal van de zolder of de kelder op de begane grond wordt gebruikt, wordt ze relatief.
De vier perspectieven op het daoïsme ontmoeten elkaar dus in de leefwereld, op de begane grond van het huis van de taal. Daar vinden gesprekken plaats, daar is alles relatief en relationeel. Omdat iedereen over de dingen praat, worden ze ongrijpbaar. Dit betekent dat HET daoïsme daar niet bestaat. Juist daarom kun je aan daoïsme doen. Zo kun je geen wereldburger ZIJN, maar alleen wereldburger doen, omdat dit de enige manier is om met perspectiviteit om te gaan.