Beeldenstorm 2020 — 3

0

Fred de Haas

Beeldenstorm 1 — Beeldenstorm 2 — Beeldenstorm 3 — Beeldenstorm 4 — Beeldenstorm 5

Schoelcher had een goede reputatie

Het is niet te verwonderen dat Schoelcher — door zijn positieve invloed — een goede reputatie genoot in de Cariben en dat er ter ere van hem standbeelden werden opgericht in Frans Guyana, Martinique en Guadeloupe.
Vanwege de grote aandacht die Schoelcher kreeg was de rol van de slavenopstanden zelf onderbelicht gebleven. Dat had tot gevolg dat het volk, niet gehinderd door enige historische kennis, ertoe overging zijn beelden te bekladden en omver te halen, tot grote verontwaardiging van de meeste autoriteiten in de Cariben en in Frankrijk.
Dat was een van die ‘vergismomenten’ in de geschiedenis. Schoelcher zelf kon er niets aan doen dat er in de loop van de tijd een ware cultus rond zijn persoon was ontstaan.

Schoelcher heeft lof geoogst van o.a. mensen als Aimé Césaire, de latere burgemeester van Martinique:

‘Schoelcher was een humanist, een socialist en een strijder voor de mensenrechten’

(Ecrits politiques. Discours à l’Assemblée nationale, 1945-1983, zitting van 17 december 1982).
De Martinikaanse schrijver Patrick Chamoiseau schreef:

‘De vijand is niet Schoelcher maar de mensen die met hem op de loop zijn gegaan. Wat de slavernij betreft heeft Schoelcher de eer van Frankrijk gered (ondanks Frankrijk)’.

Chamoiseau’s kritiek was gericht tegen de assimilatiepolitiek en de zelfverheerlijking van Frankrijk in het proces van de Emancipatie en vooral tegen het gebrek aan aandacht voor de rol van de onderdrukte Afrikanen. Niet tegen de persoon van Schoelcher.
Ook in Frankrijk had de historicus en kenner van het slavernijverleden Olivier Pétré-Grenouilleau al in 2004 opgemerkt dat men de rol van de Afrikanen moest herwaarderen zonder daarbij in excessen te vervallen (Les Traites Négrières, Editions Gallimard, 2004).

De geschiedenis zou hem gelijk geven

In de ‘Libération’ van 27 mei 2020 schreef Myriam Cottias, directrice van de CNRS (Centre National de la Recherche Scientifique) in haar artikel ‘Abolition de l’esclavage’ dat Schoelcher verdiende waar hij recht op had. Zij sloot zich aan bij de opvatting van Chamoiseau.
Ook de Martinikaan Louis-George Tin, ere-voorzitter van CRAN (Conseil Représentatif des Associations Noires de France) betreurt de schending van de monumenten gewijd aan Schoelcher. Ook hij beschouwt Schoelcher als een slachtoffer van de koloniale geschiedschrijving.

Ik kan wel begrip opbrengen voor de ergernis die sommige beelden bij menigeen hebben veroorzaakt. Het standbeeld in Martinique dat Schoelcher voorstelt die zich vooroverbuigt naar een ‘slavinnetje’ dat hem een kushandje toewerpt was indertijd (1904), natuurlijk, bedoeld als een teder en beschermend gebaar, maar in onze tijd kan dat gevoelens van ergernis opwekken.
Ook het standbeeld in Cayenne waar Schoelcher met een breed gebaar een arm om een slechts in een lendendoek geklede ‘slaaf’ legt kan mensen ergeren. Teksten op een sokkel als ‘Aan Victor Schoelcher, 1804-1893, het zwarte, dankbare ras’ zijn natuurlijk irritant (In Sainte-Anne, Guadeloupe).

Vandalisme in Frankrijk

Napoleon

Standbeeld van Napoleon besmeurd in La Roche-sur-Yon[7]

In 1802 werd het Verdrag van Amiens gesloten waarbij de door Engeland veroverde gebieden werden teruggegeven aan Frankrijk.

Artikel 3 van het verdrag luidde als volgt:

S.M. Britannique restitue à la République française et à ses alliés, savoir: sa majesté catholique et à la République batave, toutes les possessions et colonies qui leur appartenaient respectivement et qui ont été occupées ou conquises par les forces britanniques dans le cours de la guerre actuelle, à l’exception de l’isle de la Trinité et des possessions hollandaises dans l’île de Ceylan.
Zijne Britse Majesteit restitueert aan de Franse Republiek en haar bondgenoten, te weten zijne katholieke Majesteit (= de koning van Spanje, FdH) en de Bataafse Republiek (= het door Frankrijk bezette Nederland, FdH), alle bezittingen en kolonies die hen respectievelijk toebehoren en die waren bezet of veroverd door de Britse strijdkrachten tijdens de huidige oorlog, met uitzondering van het eiland Trinidad en de Nederlandse bezittingen in Ceylon.

Consul Napoleon vond het verdrag voldoende reden om de slavernij weer in te voeren in het Caribische gebied. Hij stuurde generaal Richepanse naar de Franse eilanden en generaal Leclerc naar St. Domingue (Haiti) om zijn bevel ten uitvoer te brengen.

Voor de activisten in Frankrijk was dit reden genoeg om enkele standbeelden van Napoleon aan te vallen, waaronder het standbeeld in La Roche-sur-Yon. Ook het monument van Joséphine de Beauharnais, een blanke Creoolse uit Martinique die in 1796 getrouwd was met Napoleon moest het meerdere malen ontgelden totdat het (al eerder onthoofde) standbeeld in 2020 door enkele tientallen activisten in Fort-de-France werd neergehaald. Het voetstuk werd vernietigd en de brokstukken verbrand.

De machtige minister van Lodewijk XIV Jean-Baptiste Colbert had in naam van de Franse koning de autoriteiten in Martinique gevraagd om alle bestaande regels met betrekking tot de ‘negers’ zorgvuldig te bestuderen en op te schrijven. Het doel was om er een duidelijk juridisch document van te maken.

Jean-Baptiste Colbert (1607-1683)

In de absolute monarchie Frankrijk was immers alles geregeld: Handel, Strafrecht, Zeerecht, etc. Maar nog niet het reglement waarin de omgang met de ‘slaven’ was vastgelegd. Colbert zelf heeft, overigens, het document niet geschreven. Het document was gereed in 1685. Colbert was toen al twee jaar dood. Zijn zoon en Lodewijk XIV hebben er hun handtekening onder gezet. Het document is in 1718 de geschiedenis ingegaan onder de naam het Zwarte Wetboek (Le Code Noir).

Het besmeurde beeld van Jean-Baptiste Colbert voor het Franse parlement in Parijs[10]

Omstreeks 2000 viel de aandacht van de activisten in Frankrijk op het beeld van Colbert dat sinds 1818 voor de Assemblée Nationale stond.
In 2020 werd zijn beeld met de rode verfspuit bewerkt en tijdens een manifestatie ter ere van George Floyd stak Franco Lollia, woordvoerder van de BAN (Brigade Anti-Négrophobie) een redevoering af waarin hij Colbert ‘un gros fils de putain’ noemde, een groot hoerenjong. Op het voetstuk stond ‘Négrophobie d’Etat’ (= Staatsnegrofobie).

Het document dat Colbert’s standbeeld bestudeerde, stelde — ironisch genoeg — niet het Zwarte Wetboek voor maar de plattegrond van het bekende Hôtel des Invalides!

U kunt de protestdemonstratie en de rede van Lollia volgen:

Brigade anti negrophobie vs Colbert.

Noten

[1] Bron: Bas relief van Aimé Cesaire vernield — foto Juliette Poirier
[2] Bron: Standbeeld van Schoelcher en de ‘bevrijde slaaf’
[3] Bron: Standbeeld van Schoelcher en de ‘bevrijde slaaf’ beklad
[4] Bron: De sokkel resteert
[5] Bron: Standbeeld van Schoelcher in Martinique
[6] Bron: Standbeeld van Schoelcher vernield
[7] Bron: Standbeeld van Napoleon besmeurd
[8] Bron: Joséphine de Beauharnais (in 1991 onthoofd)
[9] Bron: La statue de Joséphine détruite par les activistes sur la Savane à Fort — foto François Marlin
[10] Bron: Jean-Baptiste Colbert voor het Franse parlement in Parijs

studeerde cum laude af in de Franse, Spaanse en Portugese taal- en letterkunde. Vanaf het begin combineerde hij zijn functies met werkzaamheden als literair vertaler. Fred de Haas vertaalde onder meer uit het Papiaments, het Frans, het Spaans en het Russisch. Hij is leider, zanger en gitarist bij het Latijns-Amerikaans ensemble Alma Latina.